blog

Onomkeerbaar bouwen in kostbaar groen

Financieel

Onomkeerbaar bouwen in kostbaar groen
Tom Berkhout

Uitgerekend minister Ollongren, portefeuillehouder Wonen en Ruimtelijke Ordening en lid van een partij die nooit te beroerd leek om taboes te doorbreken (D66), heeft van overheidszijde de doos van Pandora dan toch welbewust geopend.

In De Telegraaf van 30 januari jongstleden beweert ze dat er best meer in het groen aan de rand van de steden kan worden gebouwd. Bovendien vindt ze dat er soepeler regels moeten komen om de bouw ‘vlot te trekken’. Er is zelfs sprake van een spoedwet Bouwen, waarmee het bouwproces versneld moet worden. Zoveel urgentie is er kennelijk dat het een optie is om de Crisis- en Herstelwet aan te passen. Maar tussen droom en daad staan vooral praktische bezwaren in de weg. Want bouwbedrijven klagen nu al dat er niet voldoende vaklui te vinden zijn om bouwprojecten vlotjes te laten verlopen, terwijl het materiaaltekort nijpend is. Daarnaast kunnen gereedgekomen huizen niet eens meteen aangesloten worden op gas, licht en water. Het is duidelijk: de minister wil de geesten (burgers) rijp maken om groen gebied vol te bouwen met woningen.

Daarmee geeft ze de bouwlobby vól wind in de rug. Die lobby hanteert al jaren het mantra dat er één miljoen woningen gebouwd moeten worden. En, zo meent men, we hebben al zoveel groen in Nederland dat er best wat van opgeofferd kan worden. In het groene gebied kan je tenminste (goedkoop) meters maken, want de binnenstad verdichten levert alleen maar gedoe op: hogere kosten, lagere winsten. En dus buitelen de (non)argumenten over elkaar heen: Er is ruimte zat! Het zijn toch niet allemaal oerbossen die gekapt moeten worden? Landbouwgrond is toch eigenlijk ook een soort bedrijfsterrein? En dan: de overspannen markt zorgt ervoor dat starters, ouderen en huurders niet meer aan bod kunnen komen. Maar waar moet het zo noodzakelijke groen dan vandaan komen? Wel, in de steden kunnen huizen voorzien worden van groene daken en gevels en er kunnen lanen en singels worden aangelegd. Alsof die ruimte wél voorhanden is. Maar afgezien daarvan: wie gaat dat betalen, zo vraag ik mij onder veel meer af: de bouwbedrijven (als compensatie voor bouwen in het groen) of de burgers?

Ook plaatselijke wethouders die geschiedenis willen schrijven, laten zich niet onbetuigd. In de Volkskrant verklaart een Alphense wethouder dat hij zo snel mogelijk de stadsgrens over wil. Er blijft immers nog voldoende van het Groene Hart over. ‘Er is heel veel groen rond Alphen. Beperkte nieuwbouw is peanuts.’ Gelukkig zijn er ook bestuurders die een ander geluid laten horen. In Utrecht, Den Haag en Amsterdam willen ze helemaal niet het groen in. Er valt immers nog genoeg te bouwen op bedrijventerreinen. Ook zijn er gedeputeerden die last hebben van Ollongrens manoeuvre: projectontwikkelaars gaan nog harder aan de stadspoorten rammelen en het wordt nog moeilijker nieuwbouw naar de binnensteden te duwen.

Ik houd mijn hart vast bij deze discussie. De waan van de dag regeert. Maar bedenk wel dat een bouwproces een vrijwel onomkeerbaar proces is. Als een groen terrein eenmaal bezet is met een rij woningen inclusief infrastructuur, is het praktisch onmogelijk om daar later weer groen van te maken. Veel plezier dáármee, komende generaties Nederlanders!

De vereniging voor ontwikkelaars en bouwondernemers (NVB) vindt (FD 23 februari j.l.) dat het de hoogste tijd is de discussie over de bouwopgave op een hoger plan te brengen. Daar ben ik voor, zolang daarmee gedoeld wordt op een weloverwogen discussie. Al eerder heb ik gepleit voor een Deltaplan Wonen en aandacht te geven aan het bijbehorende mobiliteitsvraagstuk. Of is daar geen ruimte voor?

Over de auteur
Tom Berkhout is professor Real Estate aan Universiteit Nyenrode

Deze column is verschenen in Vastgoedmarkt van maart 2018

Reageer op dit artikel