blog

Verhuur losse garagebox btw-belast

Financieel

Recent heeft de Hoge Raad korte metten gemaakt met het oordeel van het Gerechtshof
’s-Hertogenbosch dat de verhuur van (losse) garageboxen btw-vrijgesteld is. De Hoge Raad heeft namelijk geoordeeld dat de verhuur van een losse garagebox kwalificeert als de ‘verhuur van parkeerruimte voor ‘voertuigen’. En daarmee is de btw-vrijstelling die geldt voor de verhuur van onroerend goed niet van toepassing. Ons inziens een uitspraak met grote gevolgen.

Verhuur losse garagebox btw-belast

De btw-wetgeving in Nederland bepaalt dat de verhuur van onroerend goed in beginsel vrijgesteld is  voor de btw, echter met een uitzondering voor de verhuur van parkeerruimte voor voertuigen: deze is wel belast met btw. De vraag is dus of de verhuur van losse garageboxen al dan niet voor opslagdoeleinden valt onder verhuur van onroerend goed (btw-vrijgesteld) of wordt gezien als verhuur van parkeerruimte voor voertuigen (btw-belast).

Casus: een eigenaar van losse garageboxen verhuurde deze sec aan particulieren en ondernemers. In een huurovereenkomst was bepaald dat het gehuurde was bestemd om te worden gebruikt als garage en bergruimte. De verhuurder doet geen btw-aangifte,  de belastinginspecteur legt echter een naheffingsaanslag op.

Het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch oordeelde dat garageboxen onroerende zaken zijn die naar hun aard en inrichting kunnen worden gebruikt voor verschillende doeleinden en daarmee multifunctioneel zijn. De verhuur van multifunctionele ruimten kon volgens het Hof niet worden aangemerkt als (btw-belaste) verhuur van een parkeerruimte, maar als de (btw-vrijgestelde) verhuur van een onroerende zaak. De Hoge Raad ging hier niet in mee en besliste dat de verhuur van een garagebox kwalificeert als verhuur van parkeerruimte en daardoor btw-belast is.

De argumentatie van de Hoge Raad was als volgt: bij de verhuur van een garagebox moet worden vastgesteld of de garagebox naar zijn aard en inrichting bestemd is voor het parkeren van een voertuig. Daarbij kan gekeken worden of de garagebox over voorzieningen beschikt die deze in het bijzonder geschikt maakt voor andere doeleinden dan het parkeren van een voertuig. Wanneer dat niet zo is en in de huurovereenkomst bovendien niet wordt uitgesloten dat de garagebox als parkeerruimte voor voertuigen wordt gebruikt, moet de verhuur van de garagebox aangemerkt worden als de ‘verhuur van parkeerruimte voor voertuigen’. De verhuur valt dan niet onder de btw-vrijgestelde verhuur van onroerend goed (hoofdregel). Het feit dat de huurder een garagebox ook voor andere doeleinden mag gebruiken of gebruikt, maakt de garagebox niet tot een multifunctionele ruimte waarop de btw-vrijstelling van toepassing is. Ook het feitelijk gebruik heeft geen invloed op het karakter van de ruimte.

Praktisch gezien betekent dit voor de verhuurder van (alleen) garageboxen dat btw moet worden berekend over de huursommen die in rekening worden gebracht aan de huurder(s). Eventuele voorbelasting die toerekenbaar is aan de verhuur van de garagebox is aftrekbaar. Voor de goede orde, een particuliere verhuurder van garageboxen wordt door dit arrest van de Hoge Raad gekwalificeerd als een btw-ondernemer die btw-belaste prestaties verricht. De particuliere verhuurder dient zich in dat geval bij de Belastingdienst als btw-ondernemer aan te melden. Dit betekent dat aan de huurders facturen moeten worden uitgeschreven waarbij over de huursommen additioneel btw (21 procent) in rekening wordt gebracht. Indien de huurder geen recht op aftrek heeft, hetgeen vaak het geval is indien de huurder ook een particulier betreft,  kan dit een ongewenst prijsverhogend effect hebben.

Onno Adriaansens en Bart Ploum

RSM Netherlands

Dit artikel is gepubliceerd in Vastgoedmarkt van april 2017

 

Reageer op dit artikel