nieuws

Corporaties willen hogere inkomensgrens

Beleggingen

De helft van de woningcorporaties in Nederland vindt de inkomensgrenzen die minister Ollongren in haar recente wetsvoorstel aangeeft veel te laag.

Corporaties willen hogere inkomensgrens

Dit blijkt uit de Corporatie Survey van adviesbureau Finance Ideas dat elk kwartaal onder circa zeshonderd corporatiebestuurders en -managers wordt uitgevoerd.

Ook voelen de corporaties er nog steeds weinig voor om gebruik te maken van de aangeboden mogelijkheid voor een inkomensafhankelijke, extra huurverhoging voor ‘goedkope scheefhuurders’.

Woningcorporaties hebben met de herziening van de Woningwet in 2015 uitdrukkelijk de opdracht gekregen om zich te focussen op hun doelgroep met een inkomen tot 38.035 euro (netto 2.150 euro – 2.550 netto per maand). Het voorstel is nu om die inkomensgrens te splitsen in 35.000 euro voor eenpersoonshuishoudens en 42.000 euro voor meerpersoonshuishoudens. Daarmee zou volgens het ministerie 43 procent van alle 7,9 miljoen Nederlandse huishoudens in aanmerking kunnen komen voor een sociale huurwoning. De corporaties bezitten momenteel samen ongeveer 2,3 miljoen huurwoningen.

Lage middeninkomens

Veel corporaties vinden echter dat zij wel degelijk ook een taak hebben voor huishoudens in de categorie van de ‘lage middeninkomens’, die tot 10.000 euro hoger ligt. Voor deze groep is huren in de vrije sector vaak ofwel te duur, ofwel eenvoudigweg onbereikbaar vanwege hoge inkomens- en zekerheidseisen die commerciële verhuurders stellen.

Voor zittende huurders van een corporatiewoning met een inkomen boven de  45.000 euro respectievelijk 52.000 euro (volgens het ministerie zo’n 165.000) mag de corporatie de maandhuur in grote stappen verhogen, om ze plaats te laten maken voor starters met een laag inkomen. Toch geeft bijna de helft van de corporaties aan daar geen gebruik van te zullen maken. Het meest gehoorde argument is daarbij dat een gemengde wijksamenstelling voor een betere leefbaarheid zorgt.

Bovendien stellen de corporaties dat er ook voor deze inkomensgroepen met inkomens boven de 52.000 euro (netto  2.500 – 3.350 euro  per maand) geen betaalbaar alternatief is in de vrije huur- of koopsector. Vanuit die gedachte wil een derde van de corporaties dan ook woningen bouwen in de vrije sector tot 950 euro, de zogenoemde middenhuur. Hoewel de herziene Woningwet van 2015 hen daarin sterk beperkte, zijn de regels hiervoor inmiddels versoepeld.

Overvolle agenda

De corporaties hebben al een overvolle agenda: van hen wordt niet alleen verwacht dat zij veel nieuwe sociale huurwoningen bouwen en de huren laag houden, maar ook dat zij hun bestaande woningen energiezuiniger maken in de komende jaren. Mede door de opgelegde verhuurderheffing en andere belastingen (die samen bijna 3 maandhuren per woning beslaan) is hun financiële speelruimte echter onvoldoende om dit allemaal tegelijk uit te voeren. Wat hen betreft staan nieuwbouw en betaalbaarheid dan voorop, en is de verduurzaming van woningen daaraan noodzakelijkerwijs ondergeschikt.

Reageer op dit artikel