nieuws

Getuigenverhoor voor ceo Knottnerus van RNHB

Beleggingen

Getuigenverhoor voor ceo Knottnerus van RNHB

CEO Ivo Knottnerus van vastgoedbank RNHB (voormalig onderdeel van Rabobank) zal zich in het najaar moeten melden in een voorlopig getuigenverhoor in de slepende twist met de Utrechtse vastgoedhandelaar Marco Hoogeveen. 

Het draait in de kwestie om de aankoop van een pand aan de Nieuwegracht in hartje Utrecht in 2006. Hoogeveen verhuurt het pand na verbouwing aan twee huurders voor duizend euro per maand per woonruimte.  De bewoners komen echter op basis van het puntensysteem tegen de hoge huur in verweer, waarna deze wordt verlaagd naar zeshonderd euro.

In betalingsproblemen

De aangepaste huurovereenkomsten worden een probleem als Hoogeveen in 2014 in betalingsproblemen komt. Zijn bedrijf gaat in dat jaar bankroet, waarna hypotheekverstrekker FGH (in 2018 deel overgegaan naar Rabobank) zijn hypotheekrechten op het onroerend goed van Hoogeveen opeist. Tegelijkertijd laat FGH hem opnemen in het frauderegister voor hypotheken, omdat de bank hem op basis van de oorspronkelijke huurcontracten van 1.000 per maand teveel hypotheek zou hebben verstrekt.

Nog geen huurcontract

Met die laatste beschuldiging maakte de rechter al in 2014 korte metten. Op het moment dat FGH  de hypotheek verstrekte voor het pand in hartje Utrecht was er überhaupt nog geen sprake van een huurcontract.

Financiële schade

En dan is er nog de financiële schade die Hoogeveen stelt te hebben opgelopen doordat hij zijn bezit op aandringen van FGH moest verkopen voor een prijs die, met 4,1 miljoen euro, ongeveer een miljoen euro lager lag dan de hypotheek die hij had uitstaan bij de bank. Een gesprek over een minnelijke schikking in 2018, op aandringen van de rechtbank, draaide op niets uit.

Geluidsopname

Ivo Knottnerus

Ivo Knottnerus

Hoogeveen wil nu onder meer ceo Ivo Knottnerus van rechtsopvolger RNHB oproepen voor een voorlopig getuigenverhoor over de inhoud van de bespreking.  Hoewel moederbedrijf Rabobank stelt dat Hoogeveen hier geen belang bij heeft omdat hij over een geluidsopname van de bespreking en een eerder telefoongesprek zou beschikken, gaat de rechtbank Midden-Nederland hier in haar beschikking niet in mee. ‘Op voorhand valt daarom niet uit te sluiten dat Hoogeveen uit het voorlopig getuigenverhoor voor hem relevant bewijs krijgt, bijvoorbeeld met betrekking tot besluitvorming binnen Rabobank na de bespreking van 27 juni 2018.’

Reageer op dit artikel