nieuws

Europese regels veranderen relatie van beleggingsondernemingen met cliënten

Beleggingen

Europese regels veranderen relatie van beleggingsondernemingen met cliënten

Op 3 januari 2018 zijn de Europese richtlijn MiFID II en de Europese verordening MiFIR in Nederland in werking getreden. De wijzigingen moeten onder meer beleggers beter beschermen. Advocaat Marije Louisse van Loyens & Loeff behandelt een paar belangrijke wijzigingen die impact hebben op de relatie tussen beleggingsondernemingen en hun cliënten.

MiFID II en MiFIR voorzien in een (ten opzichte van MIFID) aangepast Europees geharmoniseerd toezicht op beleggingsondernemingen en een aantal andere partijen die beleggingsdiensten verlenen. Dat betreft onder andere vastgoedfondsen met een zogenoemde MiFID II top-up.

Nieuwe provisieregels

In Nederland gelden al sinds 1 januari 2014 strengere provisieregels voor beleggingsdienstverlening aan niet-professionele beleggers dan de provisieregels die voortvloeien uit MiFID. Deze provisieregels houden in dat een beleggingsonderneming aan of van een derde geen provisie met betrekking tot het verlenen van een beleggingsdienst of nevendienst aan een niet-professionele belegger mag betalen of ontvangen.

Dit provisieverbod blijft onder MiFID II gehandhaafd. Daarnaast moet een beleggingsonderneming die vermogensbeheer of onafhankelijk advies verleent aan professionele beleggers vanaf 3 januari 2018 provisie die zij ontvangt van een derde onmiddellijk en in zijn geheel doorgeven aan de desbetreffende professionele belegger. Een dergelijke beleggingsonderneming mag daarnaast geen niet-geldelijke provisies verschaffen aan of ontvangen van een derde, tenzij het gaat om zogenoemde acceptabele kleine niet-geldelijke vergoedingen (denk hierbij bijvoorbeeld aan deelname aan een conferentie).

Uitzonderingen

Voorgaande regels gelden niet voor provisies ontvangen van (of betaald aan) derden voor ‘afhankelijk’ advies, het verlenen van andere beleggingsdiensten dan vermogensbeheer (zonder daarbij tevens te adviseren) en het verlenen van een nevendienst aan een professionele belegger, indien:

  • De professionele belegger voorafgaand aan de dienstverlening (en jaarlijks, indien sprake is van doorlopende provisie) wordt geïnformeerd over het bestaan, de aard en het bedrag van de provisie of de wijze van berekening daarvan (indien het bedrag niet kan worden achterhaald);
  • De provisie de kwaliteit van de dienstverlening ten goede komt; en de provisie niet leidt tot belangenconflicten en evenmin afbreuk doet aan de verplichting van de beleggingsonderneming om zich in te zetten voor de belangen van de beleggers.

Apart betalen

Met de komst van MiFID II wordt het verstrekken van investment research (onderzoek op beleggingsgebied) door derden aan beleggingsondernemingen onder de reikwijdte van het provisieverbod gebracht.

Voor de toepassing van MiFID II dient onder investment research te worden verstaan: onderzoeksmateriaal of -diensten met betrekking tot een of meer financiële instrumenten of andere activa, of emittenten of potentiële gebruikers van financiële instrumenten, of nauw verband houdend met een specifieke bedrijfssector of markt zodat hiermee wordt bijgedragen tot de opinievorming over financiële instrumenten, activa of emittenten binnen die sector. Dit soort materiaal of diensten kwalificeert alleen als investment research als het tevens een expliciete of impliciete aanbeveling of suggestie inhoudt voor een beleggingsstrategie en gefundeerd advies biedt over de huidige of toekomstige waarde of prijs van die instrumenten of activa. Het kan ook analyses en originele inzichten bevatten en conclusies aanreiken op basis van nieuwe of bestaande informatie die bruikbaar is voor de inhoudelijke ondersteuning van de beleggingsstrategie en die van belang is alsook in staat is om waarde toe te voegen aan de beslissingen van de beleggingsonderneming namens de cliënten die dit onderzoek vergoeden.

Eigen zak

In de praktijk worden de kosten voor investment research door de beleggingsonderneming in rekening gebracht als onderdeel van haar eigen kosten. Als gevolg van MiFID II, is dit echter niet langer mogelijk voor alle beleggingsdienstverlening aan niet-professionele beleggers en het verlenen van individueel vermogensbeheer en onafhankelijk beleggingsadvies aan professionele beleggers. In deze situaties zal de beleggingsonderneming de kosten voor investment research uit eigen zak moeten betalen of cliënten hiervoor apart moeten laten betalen. In dat laatste geval zal de beleggingsonderneming een aparte rekening moeten openen waarop de vergoedingen van de cliënten worden ontvangen en waarvandaan de betalingen voor het onderzoek worden verricht.

Voor zover investment research kan worden aangemerkt als acceptabele kleine niet-geldelijke tegemoetkoming kwalificeert dit overigens niet als provisie. Dit is bijvoorbeeld aan de orde, indien het gaat om korte termijn beschouwingen over de jongste economische statistieken.

Geschiktheids- en passendheidstoets

Bij het verlenen van individueel vermogensbeheer of beleggingsadvies dient de beleggingsonderneming een geschiktheidstoets uit te voeren. De passendheidstoets moet worden uitgevoerd bij het verlenen van andere beleggingsdiensten dan beleggingsadvies of vermogensbeheer. Hieronder wordt een aantal wijzigingen in de geschiktheids- en passendheidstoets als gevolg van MiFID II besproken.

Beleggingsondernemingen die een geschiktheidstoets moeten uitvoeren, moeten alle redelijke maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat de over hun (potentiële) cliënten ingewonnen informatie betrouwbaar is. Zo moeten zij er onder meer voor zorgen dat cliënten zich bewust zijn van het belang van het verstrekken van accurate en actuele informatie. Als beleggingsondernemingen een doorlopende advies- of vermogensbeheerrelatie met een cliënt hebben (hetgeen doorgaans het geval zal zijn), moeten zij daarnaast adequate en actuele informatie over hun cliënten bijhouden.

Niet-professionele belegger

Indien een beleggingsonderneming  beleggingsadvies aan een niet-professionele belegger verleent, dient zij een geschiktheidsverklaring te verstrekken. Deze verklaring houdt in dat de beleggingsonderneming niet-professionele beleggers moet informeren over de specificaties van het verleende advies en op welke wijze het advies aan de voorkeuren, beleggingsdoelstellingen en andere kenmerken van de belegger beantwoordt. Indien een beleggingsonderneming haar cliënt heeft geïnformeerd dat zij een periodieke geschiktheidsbeoordeling zal uitvoeren, dient het periodieke rapport een bijgewerkte verklaring te bevatten van de manier waarop de belegging beantwoordt aan de voorkeuren, doelstellingen en andere kenmerken van de niet-professionele cliënt.

Onder bepaalde voorwaarden is een beleggingsonderneming niet verplicht een passendheidstoets uit te voeren, namelijk indien de beleggingsonderneming op initiatief van de cliënt execution only diensten verleent ten aanzien van bepaalde niet-complexe financiële instrumenten. Als gevolg van MiFID II moeten beleggingsondernemingen bij execution only dienstverlening echter vaker een passendheidstoets uitvoeren, omdat het aantal financiële instrumenten dat zonder passendheidstoets kan worden aangeboden, is beperkt. De passendheidstoets moet na 3 januari 2018 eveneens worden uitgevoerd ten aanzien van het verlenen van (beleggings)diensten met betrekking tot:

  • deelnemingsrechten in beleggingsinstellingen of gestructureerde icbe’s;
  • aandelen, obligaties en geldmarktinstrumenten indien zij een afgeleid instrument omvatten;
  • obligaties, geldmarktinstrumenten, indien deze producten een zodanige structuur hebben dat het voor een cliënt moeilijk is om de risico’s ervan te kunnen begrijpen;
  • gestructureerde deposito’s die het voor de cliënt moeilijk maken het rendementsrisico of de kosten van het vervroegd uitstappen in te schatten.

Uitgebreidere informatieverstrekking

Als gevolg van MiFID II zijn de informatieverplichtingen van beleggingsondernemingen toegenomen. Zo moeten beleggingsondernemingen onder meer de volgende informatie verstrekken aan hun cliënten:

  • een algemene beschrijving van de aard en risico’s van financiële instrumenten die gedetailleerd genoeg is om de cliënt in staat te stellen met kennis van zaken beleggingsbeslissingen te nemen;
  • informatie over de kosten en lasten. Alle kosten in verband met de beleggingsdienst en het financieel instrument (die niet het gevolg zijn van marktontwikkelingen) moeten worden samengevoegd, zodat de cliënt inzicht krijgt in de totale kosten en in het cumulatieve effect op het rendement van de belegging. Indien de cliënt daarom verzoekt, dient de beleggingsonderneming een puntsgewijze uitsplitsing van de kosten te verstrekken;
  • informatie over het feit dat telefoongesprekken en communicatie die verband houden met het ontvangen, doorgeven en uitvoeren van cliëntorders worden opgenomen en een kopie van de opname gedurende een periode van in beginsel vijf jaar op verzoek beschikbaar is;
  • in het geval van beleggingsadvies: informatie of de beleggingsonderneming op afhankelijke of onafhankelijke basis adviseert en of het advies op een brede dan wel beperktere analyse van de markt is gebaseerd.

Daarnaast moeten beleggingsondernemingen periodiek rapporteren over de door hen verleende dienstverlening inclusief de daaraan verbonden kosten.

Marije Louisse is advocaat bij Loyens & Loeff en gespecialiseerd in financieel toezichtsrecht.

Dit artikel is gepubliceerd in het maartnummer 2018 van Vastgoedmarkt

Reageer op dit artikel