nieuws

Sterkere euro remt groei Nederlandse beleggingsinstellingen

Beleggingen

Het beheerd vermogen van Nederlandse beleggingsinstellingen steeg in het tweede kwartaal met 0,6 procent tot 845 miljard. Terwijl dat van de vastgoedfondsen licht kromp met 0,5 euro miljard (-0,5 procent) tot 113 miljard euro.

Sterkere euro remt groei Nederlandse beleggingsinstellingen

Dat meldt De Nederlandsche Bank (DNB).  De algehele toename was vooral het gevolg van netto-inleg door investeerders en koerswinsten op aandelen. De hieruit voortvloeiende vermogensstijging werd voor een groot deel teniet gedaan door wisselkoersverliezen als gevolg van de waardestijging van de euro.

De toename was het sterkst bij de obligatiefondsen; hun omvang steeg met 5,1 miljard euro (2,0 procent ) tot 266 miljard euro. Het vermogen van aandelenfondsen bleef vrijwel gelijk op 306 miljard euro, terwijl dat van de vastgoedfondsen licht kromp met 0,5 miljard euro (-0,5 procent)  tot 113 miljard. De omvang van de overige fondsen steeg met 0,6 miljard euro  (0,4 procent) tot 160 miljard euro, maar daarbinnen traden grote verschillen op. Zo daalde het volume van de hedgefondsen (-6 procent), terwijl dat van de woninghypotheekfondsen (+8 procent) en infrastructuurfondsen (+13 procent) toenam.

De stijging van het vermogen was vooral het gevolg van een netto-inleg door investeerders in beleggingsfondsen van 16 miljard (2 procent van het vermogen). Deze instroom kwam deels voor rekening van pensioenfondsen (6 miljard). Vrijwel het gehele restant (9 miljard) was afkomstig van beleggingsinstellingen zelf. Het is niet ongebruikelijk dat beleggingsfondsen geld inleggen in andere beleggingsfondsen, bijvoorbeeld om te profiteren van schaalvoordelen bij het beheren van beleggingsportefeuilles en uitvoeren van transacties. Mede door herstructureringen in de sector lag het volume van deze investeringen in het tweede kwartaal incidenteel hoger.

De inleg vanuit andere beleggingsfondsen manifesteerde zich voor een groot deel ( 5,8 miljard, 1,9 procent van vermogen) bij de aandelenfondsen, waarin andere beleggers per saldo niet investeerden. De instroom bij de andere fondstypes was afkomstig van een gemengdere groep investeerders. Deze bedroeg bij obligatiefondsen 4,8 miljard (1,8 procent van vermogen), bij vastgoedfondsen 0,3 miljard (0,3 procent van vermogen) en bij overige fondsen 5,3 miljard (3,3 procent van vermogen).

Binnen de overige fondsen werd 2,1 miljard ingelegd bij woninghypotheekfondsen. Daarmee zette de groei van de verstrekte woninghypotheken vanuit Nederlandse beleggingsfondsen zich met 8,5 procent  voort tot een uitstaand bedrag van 26,5 miljard euro. Ook werd geld ingelegd bij grondstof- en infrastructuurfondsen (tezamen 3,5 miljard).

Door negatieve wisselkoersherwaarderingen daalden de totale activa van de beleggingsinstellingen met 27 miljard (3 procent van vermogen). Dit werd vooral veroorzaakt door de appreciatie van de euro ten opzichte van de dollar (6,7 procent in het tweede kwartaal van 2017). Deze had een grote invloed, omdat circa 30 procent van de totale activa van Nederlandse beleggingsinstellingen is geïnvesteerd in de Verenigde Staten. Door deze valutakoersverliezen behaalden de beleggingsinstellingen een negatief kwartaalrendement van 1,2 procent.

Reageer op dit artikel