nieuws

Nieuwbouw en uitbreiding winkels Utrecht ongewenst

Projectontwikkeling

In de provincie Utrecht is buiten de bestaande winkelstructuur in principe geen nieuwbouw meer toegestaan. Ook uitbreiding van bestaande winkelgebieden is in bijna alle gevallen ongewenst.

Nieuwbouw en uitbreiding winkels Utrecht ongewenst
Hoog Catharijne in Utrecht

Dat schrijft de provincie Utrecht eind december in een concept-retailvisie. De provincie telt 1,9 miljoen vierkante meter winkelvloeroppervlak. Daarvan staat gemiddeld 9,6 procent van leeg, blijkens Locatus-cijfers van april 2017. Van deze leegstand bevindt 107.000 m2 zich in aanloop- en hoofdwinkelstraten. Hierbij gaat het om de helft om aanloopleegstand van minder dan een jaar.

Ongeveer 40 procent van de winkelruimte ligt in Utrecht (490.000 m2) en Amersfoort (290.000 m2), waar de leegstand respectievelijk 10,6 en 10,2 procent bedraagt. Andere grote winkelsteden in de provincie zijn Veenendaal (14 procent leegstand), Nieuwegein (8 procent) en Woerden (8,2 procent).

Gedeputeerde Staten schrijft dat met name de winkelfunctie van niet-dagelijkse producten door internetverkopen steeds meer onder druk staat. Om die reden zal het provinciebestuur buiten de bestaande winkelstructuur ‘in principe’ niet meer toestaan. Ook binnen de bestaande structuur is de provincie streng. Het toevoegen van extra detailhandel meters aan bestaande winkelcentra is in bijna alle gevallen ongewenst, schrijft ze in de retailvisie.

De huidige nieuwbouw in de binnenstad van Utrecht vindt de provincie te rechtvaardigen. Het gaat hier om een inhaalslag, waarbij winkelcentrum Hoog Catharijne na jaren uitstel wordt vernieuwd en uitgebreid. Bovendien groeit de bevolking hard en worden grotere bestedingen verwacht. De regionale winkelfunctie van Amersfoort en Veenendaal staat onder druk. Met name de niet-dagelijkse winkelfunctie is niet langer vanzelfsprekend. Hier moeten keuzes worden gemaakt, aldus de provincie.

Amersfoort kan dankzij de historische binnenstad en het grote winkel- en horeca-aanbod blijven rekenen op recreatieve bezoekers uit de directe omgeving. Dat geldt ook voor Veenendaal. Overige winkelgebieden moeten rekening houden met een afnemend niet-dagelijks aanbod. Lokale hoofdcentra zijn nog het meest perspectiefrijk. Provinciale Staten zullen naar verwachting begin februari hun oordeel vellen over de visie.

Reageer op dit artikel