nieuws

‘Altijd top-3, altijd zwarte cijfers, altijd grensverleggend met de mens centraal’

Loopbaan

‘Altijd top-3, altijd zwarte cijfers, altijd grensverleggend met de mens centraal’
Robert van Duyl (midden), 1983

In 1968 wordt er een aluminium naambordje naast de voordeur geschroefd met de aanduiding ’Jones Lang Wootton’ bij de voordeur van het gebouw ‘Sarphatiplaza’ van de Bank voor Onroerende Zaken (‘BOZ’) in Amsterdam. Dit naambordje bevestigt het samenwerkingsverband dat de Britse makelaardij van JLW had gesloten met BOZ.

Maar eigenlijk niemand in de nog erg gesloten en in zichzelf gekeerde Nederlands vastgoedbranche weet eigenlijk op dat moment waar die naam Jones Lang Wootton voor staat. Dat verandert echter snel. Op 5 september 1969 volgt de oprichting van Jones Lang Wootton b.v. in Nederland, met de Engelsman Miles d’Arcy-Irvine als directeur. En nog binnen een jaar wordt de Britse vastgoedadviseur in Nederland echt actief met een kantoor in Rotterdam, snel gevolgd door een kantoor in Amsterdam. De geschiedenis van Jones Lang LaSalle (‘JLL’), zoals JLW vanaf 1999 zal heten, gaat terug naar het einde van de 18de eeuw. De makelaar is dan meer dan een eeuw vooral actief in het Verenigd Koninkrijk. Maar pas na de Tweede Wereldoorlog steekt het kantoor de Noordzee over. De stap naar het Europese continent vindt in 1965 plaats met de opening van een kantoor in Brussel. Al snel volgen andere landen, waaronder Nederland. Grote Britse vastgoedpartijen staan in de jaren zeventig van de vorige eeuw aan de vooravond van omvangrijke investeringen in Nederland en voelen de noodzaak om hun belangen met lokale, maar Britse kantoren te behartigen en bewaken, zegt Dirk Rompelman, oprichter van Vastgoedmarkt in 1974 en daarvoor journalist Vastgoed bij het Financieele Dagblad: ‘Het ging om acquisitie, verhuur en vastgoedmanagement. Jones Lang Wootton was de eerste buitenlandse vastgoedadviseur die in Nederland een kantoor opende. Knight Frank & Rutley, Richard Ellis – het latere CBRE -, Savills en Healey & Baker – nu Cushman & Wakefield – volgden enige jaren later. Daarvoor, namelijk eind 1968, vestigde zich drs. Cor van Zadelhoff zich als commercieel vastgoedadviseur/makelaar, een vastgoedbedrijf dat in 1993 de naam DTZ kreeg.’

De relatie BOZ-JLW

De keus van JLW om een kantoortje te openen in het gebouw van BOZ – ook al was het alleen maar een naambordje bij de voordeur – is een logische. In 1968 wordt het toenmalige makelaarskantoor H. van Dam Azn & Zonen (‘HvD’), dat deel uitmaakt van BOZ, de exclusieve vertegenwoordiger van Jones Lang Wootton in Nederland en wederkerig wordt JLW vertegenwoordiger voor HvD in Groot-Brittannië. Gevolgd door de oprichting op 5 september 1969 van Jones Lang Wootton b.v. in Nederland.
De Bank voor Onroerende Zaken – een beursgenoteerde vastgoedonderneming met een groot belang van Hein van Dam – wordt mede geleid door André de Bock, een van de destijds meest gewaardeerde vastgoedmensen in het Nederlands commercieel vastgoed.

JLW bezette twee kamertjes van samen nog geen 60 m2 op het dak van een kantoor aan de Weesperstraat

BOZ wordt vanwege de crisis later door Nationale Nederlanden overgenomen en verdwijnt van de beurs. André de Bock blijft directeur en BOZ wordt geïntegreerd in Nationale Nederlanden Vast Goed (NNVG), het latere ING Vastgoed / ING Real Estate. Hij wordt uiteindelijk opgevolgd door Jan Doets, de grondlegger van ING Real Estate, dat eens het grootste vastgoedbedrijf van de wereld was, maar door de financiële crisis vanaf 2010 is ontmanteld. De Bock blijft echter nog jarenlang adviseur van het management van JLW Nederland

De grondleggers

De eerste eigen kantoren van Jones Lang Wootton in Nederland worden in het begin van de jaren zeventig in Rotterdam en vlak daarna in Amsterdam geopend. Rompelman: ‘Ik werkte in die tijd bij het Financieele Dagblad (‘FD’) in het Gebouw Metropool aan de Weesperstraat. Het FD had daar de helft van de eerste verdieping. JLW bezette twee kamertjes op het dak van het gebouw van in totaal nog geen 60 vierkante meter. Als vastgoedjournalist had ik in die tijd contact met Albert Teixeira de Mattos, de directeur van Jones Lang Wootton in Brussel en met de Britten Miles d’Arcy-Irvine en Tim Greatrex. Het was d’Arcy-Irvine die mij benaderde om JLW nadrukkelijker in Nederland te introduceren. Dat kwam neer op een breed pallet van communicatie- en marketingactiviteiten, zoals het schrijven van persberichten en het schrijven van de eerste Nederlandse company brochure, maar ook het opzetten van marktonderzoeken.’

Golftrip 1998, Karel Abbenes (rechts)

Golftrip 1998, Karel Abbenes (rechts)

Simon Brading is een van de Britten die in een vroeg stadium bij de activiteiten van JLW in Nederland is betrokken: ‘Michael Snarey – als managing director over de continentale Europese business – had samen met d’Arcy-Irvine de leiding. Ik kwam in 1973 op het Amsterdamse kantoor werken, dat toen slechts uit vijf personen bestond. Het waren kleurrijke, maar opwindende vastgoedtijden. Snarey was met Bram de Koning, die in 1973 overkwam van de BOZ, verantwoordelijk voor het werven van Nederlandse medewerkers als Joost Captijn, Karel Abbenes en Thom Dijksman en Britse landgenoten als Neil Kennedy en Glen Cowan.’ In Nederland profileert JLW zich vanaf die tijd als “Jones Lang Wootton, internationale onroerend goed adviseurs” en organiseert de eerste vastgoedconferentie in Nederland; een ‘clients conference’ in het Amsterdamse Hilton. Op de uitnodiging kwamen zo’n 300 man af. Beleggers, ontwikkelaars, bankiers alsook grote eindgebruikers. Brading – nu werkzaam met zijn eigen bedrijf Brading Property Services International vanuit Bussum – omschrijft de eerste jaren van JLW in Nederland als uitdagend en ondernemend: ‘Aanvankelijk behartigden wij voornamelijk de vastgoedbelangen van Britse investeerders in Nederland, zoals Town & City Properties, Mackenzie Hill, Bovis, Pan European P.U.T., Singer and Friedlander, Post Office Fund en Legal and General. Vanuit onze positie als adviseur waren we ook zeer nauw betrokken bij een project als Europoint in Rotterdam (1974) en het WTC in Amsterdam (1982).’

Atrium en WTC

Al snel na de officiële oprichting van Jones Lang Wootton Nederland in 1969 wordt in Londen besloten dat deze tak ook moet worden geleid door Nederlanders. In Rotterdam is Simon Stijkel reeds sinds 1970 managing director. Hij is de zoon van E.G (Eddie) Stijkel, de toenmalige voorzitter van de Kamer van Koophandel in Amsterdam die begin jaren zestig staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat voor de VVD was. Het is min of meer beleid bij Jones Lang Wootton om in de landen, waar de onderneming zich wil vestigen, getalenteerde personen aan te trekken uit lokaal goed bekendstaande families, die over een uitstekend netwerk beschikken. Simon Stijkel voldoet daaraan. Hetzelfde was eerder gebeurd in Brussel. Daar is Albert Teixeira als directeur aangesteld, een zoon van de toenmalige Nederlandse ambassadeur in de Belgische hoofdstad. De Nederlandse ambassadeur is in die jaren verreweg de belangrijkste buitenlandse diplomaat in Brussel. Hij had vanuit zijn functie contacten op het hoogste niveau met onder meer vermogende families, die soms weer over grote vastgoedportefeuilles beschikten.

Bij de oplevering in 1982 is het WTC overigens voor slechts 40 procent verhuurd

JLW Nederland krijgt na het aantrekken van Stijkel van de Kamer van Koophandel in Amsterdam de prestigieuze opdracht om een geschikte locatie te zoeken voor het eerste World Trade Center (‘WTC’) in Nederland. Uit dat onderzoek komt naar voren dat zo’n WTC in Amsterdam moet komen en wel op een strook tussen de ‘oude’ bebouwing in Amsterdam-Zuid en Buitenveldert, naast het hoofdkantoor van NMB, de bank die later is opgegaan in ING. Dat kantoorgebouw van NMB wordt overigens herontwikkeld tot het huidige Atrium-complex, in die tijd al vroeg de nieuwe locatie van JLW. Het WTC wordt met een netto verhuurbaar vloeroppervlak van een kleine 50.000 m2 een van de grootste kantorencomplexen van Nederland, met een toenmalige investering van 220 miljoen gulden. Bij de oplevering in 1982 is overigens slechts 40 procent verhuurd. De officiële opening door koningin Beatrix wordt daarom uitgesteld tot oktober 1985, op een moment dat het wel grotendeels verhuurd is. Met deze door JLW geadviseerde locatiekeuze voor het WTC en de herontwikkeling van het NMB-hoofdkantoor wordt in feite het startsein gegeven voor wat nu Nederlands bekendste en meest succesvolle kantoorlocatie is, de Zuidas. De betrokken van Jones Lang Wootton als eerste partij bij het Atrium en het WTC heeft overigens een lang vervolg gekregen. Na eerst gevestigd te zijn geweest aan het Jan Willem Brouwersplein 25, nu Concertgebouwplein, vestigt JLW zich in de tachtiger jaren in het Atrium en is daar altijd gehuisvest gebleven, hoewel niet op dezelfde plek. Na de herontwikkeling van Atrium, in het tweede decennium van deze eeuw, is het hoofdkantoor van JLL Nederland gehuisvest in de nieuwe Zuidtoren. Hier is er door de belangrijke dochteronderneming van JLL, Tétris Design & Build, een fraaie, nieuwe en zeer moderne werkplek gecreëerd. JLL Nederland beschouwt de nieuwe huisvesting in de Zuidtoren van het Atrium als het ‘eigen thuis’ en ‘een inspirerende, herkenbare en goed bereikbare werkplek’.

De Nederlandse JLW-iconen

De man die Stijkel opvolgt als de leider van JLW in Nederland is Bram de Koning. Hij is door Miles d’Arcy-Irvine weggeplukt bij BOZ. Aanvankelijk werkt ook De Koning vanuit het kantoor in Rotterdam. Dit eerste JLW-kantoor in Nederland is in Rotterdam geopend vanwege de grote vastgoedbezittingen van Britse investeerders in de stad. Een voorbeeld is de verhuur van Europoint II en III op het Marconiplein, waarvoor JLW via makelaardij HvD als verhuurder optrad. Maar ook in Amsterdam is de verhuur van het prestigieuze kantoorproject Rivierstaete belangrijk. De Koning werkte bij BOZ al veel samen met André de Bock en Miles d’Arcy-Irvine, de oprichter van JLW Nederland. ‘Omdat Jones Lang Wootton een uitstekende relatie had met BOZ, paste het ethisch aanvankelijk niet om mij te benaderen voor een overstap. Pas toen Miles hoorde dat ik toch al van plan was om bij BOZ weg te gaan, heeft hij mij gevraagd.’ Ook nu nog kan De Koning met enthousiasme over d’Arcy-Irvine vertellen. ‘Miles is één van de meest briljante personen die ik in de internationale vastgoedbranche heb leren kennen. Hij is de persoon die van de start van JLW in Nederland een groot succes heeft gemaakt. Wij zijn nog altijd goede vrienden. In 1975 is Miles naar JLW Parijs gegaan om dat kantoor te leiden en te reorganiseren. En in 1977 heeft hij het JLW-kantoor in Frankfurt geopend. Met Miles heb ik trouwens, samen met 11 andere Europese partners, in 1979 in Parijs JLW Europa opgericht.’

Dick Cohen rechts)

Dick Cohen (rechts)

Miles d’Arcy-Irvine heeft JLW 1984 verlaten om Shaftesbury International Holdings (‘SIH’) te beginnen, een continentale Europese vastgoedinvesteerdersgroep. De Koning, die ook nu nog – bijna 50 jaar na zijn eerste vastgoedactiviteiten bij BOZ en JLW – in het vastgoed actief is en zijn eigen bedrijf runt vanuit Parijs, verklaart de snelle expansie en acceptatie van JLW in Nederland: ‘Wij waren niet alleen in het segment Kantoren actief, maar ook in Winkels. Door het werken voor buitenlandse vastgoedbeleggers was JLW betrokken bij verschillende retailactiviteiten in de Kalverstraat in Amsterdam en op de Lijnbaan in Rotterdam. Hoewel JLW vooral een kantorenmakelaar was, namen wij in 1975 het besluit om in Nederland ook een winkelmakelaardij te beginnen, omdat er toen in Nederland geen werkelijke winkelspecialisten waren en omdat het ons profijtelijk leek. Vooral vanuit beleggingsperspectief hebben we de potentie van de Nederlandse winkelmarkt gezien en met komst van Tom L.H. Meijer, Joost Captijn, Jan Kroese, Joop Henselijn en Dick Cohen hebben we ons als leidende experts gepositioneerd.’

Door deze retailexpertise wordt JLW ook betrokken als adviseur bij huurherzieningen voor topretaillocaties in Nederland. JLW is daar zo succesvol mee dat er in 1980 een speciale wetswijziging tot stand komt om forse huurstijgingen aan banden te leggen. De Koning: ‘Ons rapport over de huurontwikkeling van prime retaillocaties heeft de Nederlandse huurwetgeving wezenlijk veranderd.’

Robert van Duyl (links), Marjolein Westendorp (rechts), 1994

Robert van Duyl (links), Marjolein Westendorp (rechts), 1994

Na het vertrek van Bram de Koning in 1984 wordt Joost Captijn de managing director. Samen met mededirectieleden Robert van Duyl, Thom Dijksman en Karel Abbenes vormt hij de directie van JLW Nederland. Captijn is een JLW-man bij uitstek. Hij is op 21-jarige leeftijd bij JLW in dienst getreden en houdt zich de eerste tien jaar van zijn vastgoedloopbaan vooral met het segment Winkels bezig. ‘Je had toen nog niet de data tot je beschikking die elke vastgoedadviseur en retailer nu heeft. In feite hebben we in die jaren retail in Nederland op de kaart gezet en een landelijke visie op retail geformuleerd. Dat was grensverleggend. We maakten zelf onze kaarten waar retailers zich bevonden en voorzagen die met andere relevante info.’

Code of Ethics

Joost Captijn (links) en Eric de Clercq Zubli (rechts)

Joost Captijn (links) en Eric de Clercq Zubli (rechts)

Captijn noemt een aantal basiswaarden die voor JLW golden in de 22 jaar dat hij er leiding aan heeft gegeven: ‘Eén daarvan was ethiek. Het waren woelige tijden met ook grote spanningen tussen de Makelaarsvereniging Amsterdam en de buitenlandse vastgoedadviseurs. De machtige Makelaarsvereniging Amsterdam – de MVA – fuseerde mede daardoor in 1985 met de Nederlandse Bond van Makelaars, waaruit later de NVM is ontstaan. De makelaars van Jones Lang Wootton zijn nooit lid van de NVM geworden. In die tijd waren zaken als voor zowel koper als verkoper optreden en het zelf als makelaar in vastgoed handelen heel gewoon. JLW Nederland had een ethische code die dat verbood en die gebaseerd was op de ‘code of ethics’ die JLW internationaal hanteerde. Wij hebben altijd eenzijdig gehandeld en als medewerker van JLW was het uit den boze om zelf in vastgoed te handelen. Daarnaast kozen we voor puur commercieel vastgoed – dus niet voor woningen – en voor een nationale focus. Door onze landelijke opstelling hebben we de eerste 8-9 jaar twee kantoren gehad en de laatste ca. 10 jaar drie kantoren. Ik ben trots op de marktpenetratie en groei die we hebben doorgemaakt. Toen ik wegging in 2006 waren we nummer 1 in Nederland in Beleggingen en nummer 2 als Agency. Ik heb altijd kunnen werken met uitstekende collega’s in het managementteam en directie, zoals Robert van Duyl, Karel Abbenes, Thom Dijksman, Martijn Burghout, Henri Grevers, Ronald Egger, Cees Groenveld en in de laatste fase ook met Bas van Holten en Eric de Clercq Zubli. Ook moet ik in dit verband Ruud Bouma noemen. Als lid van het directieteam heeft hij vele jaren een belangrijke bijdrage geleverd aan het succes van ons bedrijf als hoofd Financiën en later als directeur Property Management.’

Recordtransacties

De belangrijkste deal waar JLW in die jaren in Nederland is betrokken, is de financiering en verhuur door ING Real Estate van 180.000 m2 aan kantoren en gerechtsgebouwen, in opdracht van de Rijksgebouwendienst. Captijn: ‘Dat was een aankoop vanaf het allereerste moment van de planontwikkeling. Die rechtbanken waren nog niet eens gebouwd. Uiteindelijk ging het om een investering van rond de 1 miljard gulden, zo’n 450 miljoen euro. Voor die tijd een enorme transactie.’

Andere grote JLW-deals waren die van het Atrium en Tripolis. Captijn: ‘We hebben ook in die tijd de Nederlandse vastgoedportefeuille van het Shell Pensioenfonds verkocht. We hebben altijd voor grote klanten gewerkt en hebben een immense acceptatie opgebouwd bij grote bedrijven en de pensioenfondsen. Daarnaast noem ik graag de bouw en de verhuur van La Guardia Plaza op Sloterdijk aan UWV in 2004 – namens een aantal pensioenfondsen – en de verkoop namens Philips van bedrijfsobjecten als Strijp S in Eindhoven. Dit waren zeer grote transacties.’

Fusie JLW en LaSalle

Een belangrijke ontwikkeling tijdens het leiderschap van Captijn is de fusie van het Britse JLW met het Amerikaanse LaSalle Investments. De nieuwe naam Jones Lang LaSalle, nu JLL, betekent een overgang van een Engelse partnerstructuur naar een Amerikaans top down aangestuurd en beursgenoteerd bedrijf. Captijn: ‘Wij hebben actief bijgedragen aan de discussies voor een juiste integratie en konden niet bevroeden dat deze fusie opnieuw een periode van hele sterke groei zou inluiden.’

Eric Heijkoop (midden)

Eric Heijkoop (midden)

In 2006 neemt Captijn afscheid als algemeen directeur en is JLL op dat moment – met zo’n 200 medewerkers – de tweede vastgoedadviseur van Nederland. De dagelijkse leiding komt bij het vertrek van Captijn in handen van Eric Heijkoop als COO en Eric de Clercq Zubli als CEO. De laatste is al sinds 1986 in dienst van JLW. De Clercq Zubli benadrukt vanaf het begin van zijn aantreden als CEO het ondernemersgevoel bij JLW: ‘De professionele Angelsaksische cultuur, die JLW uitstraalde, was fundamenteel anders dan wat onze concurrenten lieten zien.’ De Clercq Zubli werkt al meer dan een decennium bij de Beleggingsmakelaardij – tegenwoordig Capital Markets – voordat hij de leiding van JLL Nederland op zich neemt. Dit segment van JLL Nederland is onder hem zeer succesvol geweest en was vijftien jaar lang marktleider met de grootste transacties die in die jaren in Nederland zijn gedaan. Als hij de leiding van JLL Nederland van Captijn overneemt, krijgt hij vanuit Londen de opdracht zich te richten op groei. Die groei moet het gat met marktleider DTZ Zadelhoff definitief dichten. Voor De Clercq Zubli is het duidelijk dat er maar twee manieren zijn om die groei te realiseren: organisch ofwel via het overnemen van een bedrijf. ‘Gelet op de marktsituatie en de urgentie wist ik dat wij die “dubbel-digit” groei niet op eigen kracht konden bereiken. Denk daarbij aan aspecten als marktmogelijkheden, het aantrekken van goede mensen en concurrentie. Dus bleef de overname van een ander kantoor over, een ontwikkeling die in Europa overal zichtbaar was.’

Troostwijk Makelaars O.G.

Marijn Snijders

Marijn Snijders

De keus valt op Troostwijk Makelaars O.G., een in Amsterdams gevestigd commercieel vastgoedkantoor en geleid door Marijn Snijders. ‘Waarom Troostwijk? Allereerst betekende het meer mensen, substantie en toevoeging van het marktaandeel. En niet in de laatste plaats het creëren van een nieuw marktsegment met woningbeleggingstransacties voor JLL. Er was namelijk weinig overlap, de portefeuilles van beide organisaties waren complementair. De overname was het samengaan van twee verschillende bedrijven met twee verschillende klantgroepen. Het hele proces van overname is uiteindelijk vrij snel, in het voorjaar van 2007, geëffectueerd.’ Het binnenhalen van Troostwijk Makelaars door JLL Nederland is een groot succes, zeker vanuit publiciteitsoogpunt. De Clercq Zubli: ‘Niemand had dit verwacht. De kranten en vakbladen stonden er vol van. We werden in een klap ex aequo met DTZ Zadelhoff de nummer één op de Nederlandse markt. We waren door het samengaan in ons marktaandeel gelijkwaardig geworden. Wij groeiden daarmee in 2007 in een keer met één kleine 50 procent.’ Toch komt de overname van Troostwijk niet voor iedereen onverwacht. 2006 was een absoluut topjaar voor commercieel vastgoed, niet alleen in Nederland maar in heel Europa. JLL is niet de enige partij die begin 2007 geen pas op de plaats wenst te maken. Zowel in Nederland als daarbuiten regent het overnames en nieuwe deelnames. Het Franse Unibail haalt Rodamco Europe uit de markt, Fortis Vastgoed doet hetzelfde met ontwikkelaar William Properties, Maeyveld komt terecht bij Fortress, de vastgoedfondsen van AZL worden bij ING Real Estate Investment Management ondergebracht en de Israëlische investeerder Habas probeert het beursgenoteerde vastgoedfonds NSI van de markt te halen. De belangrijkste ontwikkeling in Nederland is echter in de zomer van 2007 de verkoop door ABN Amro van de vastgoedgigant Bouwfonds, die deels bij de Rabobank en deels bij SNS/Reaal terecht komt.

Marktleider

Terugkijkend geeft De Clercq Zubli aan dat de hoge verwachtingen die aan de overname van Troostwijk Makelaars O.G. ten grondslag lagen, onvoldoende zijn uitgekomen. Dat heeft, volgens hem, alles te maken met een aantal onverwachte ontwikkelingen in Nederland, Europa en in het internationale vastgoed. De belangrijkste daarvan vormen de snel verslechterende marktomstandigheden vanaf eind 2007. Een globale financiële crisis veroorzaakt tegelijk een ernstige vastgoedcrisis. Met als dieptepunt de val van de Amerikaanse zakenbank Lehman Brothers in september 2008. ‘Het hele speelveld veranderde daardoor ingrijpend. Voor mij lag er in de periode 2008 tot 2010 maar één taak: de organisatie zo lean & mean mogelijk maken, zodat het schip in ieder geval winstgevend kon doorvaren. Dat betekende dat het aantal medewerkers dat door het samengaan met Troostwijk inmiddels op een kleine 300 was uitgekomen, weer met een derde moest worden teruggebracht. Net als elk ander bedrijf moesten we afscheid nemen van mensen om de winstgevendheid vast te houden. Dat was pijnlijk, maar het moest. We hebben in Nederland daarmee zelfs in deze crisistijd altijd zwarte cijfers kunnen schrijven.’

From Russia with Love-feest 2016

From Russia with Love-feest 2016

De Clercq Zubli noemt de financiële crisis van 2008 een ‘breuk in het denken over groei’. ‘Men ging gelukkig weer meer de nadruk leggen op winstgevendheid in plaats van op groei.’ Desondanks vindt hij ook nu nog de overname van Troostwijk een goede zet. ‘Vanuit die tijdgeest blijft het een fantastische en logische stap waaraan wij veel plezier hebben beleefd en veel dingen hebben geleerd bij het incorporeren van Troostwijk in ons Nederlands bedrijf.’

Wel geeft hij aan niet zeker te weten of hij het vanuit een huidig perspectief een volgende keer nogmaals zo zou doen. ‘Winstgevendheid is voor mij uiteindelijk toch belangrijker dan groei ten behoeve van de aandeelhouder. Daar komt bij, dat Troostwijk – net als Jones Lang LaSalle – een hele sterke eigen identiteit had. Het is uiteindelijk lastiger dan je vooraf denkt, om die eigenheid in te bedden in onze eigen Angelsaksische corporate cultuur. Eigenlijk moet ik nu zeggen: dat hadden we anders kunnen doen. Bijvoorbeeld door de naam en eigenheid van Troostwijk Makelaars O.G. nog enige tijd te behouden in plaats van direct in te vlechten. Ik zou nu toch anders kijken naar het dna van de twee bedrijven om te bepalen hoe die kunnen bijdragen aan de gewenste groei. Dat heb ik ervan geleerd, en dat geldt ook internationaal voor JLL waar we die leercurve overal hebben meegemaakt.’ Een ander positief element van de overname van Troostwijk Makelaars O.G. is trouwens het binnenhalen van het jaarlijkse Vastgoedsymposium in het Kurhaus te Scheveningen geweest, een initiatief van Marijn Snijders. Dit Vastgoedsymposium was jarenlang een van de meest prestigieuze vastgoedevenementen met een jaarlijks beleggingsrapport en de uitreiking van de Gouden Baksteen – later gevolgd door de Groene Baksteen. Dit evenement heeft na de fusie een andere vorm gekregen, maar is voorgezet met Realwise en de JLL Real Excellence Award.

De rolverdeling tussen hem en Snijders heeft overigens nooit tot problemen geleid na de fusie, zegt De Clercq Zubli. ‘Na de overname bleef ik verantwoordelijk voor het Nederlandse bedrijf. De rol van Marijn lag anders, hij was immers de persoon die zijn bedrijf had verkocht. Dat hij vervolgens na vier jaar besloot te stoppen bij JLL, heeft mij niet verbaasd en heeft ons persoonlijk contact niet beïnvloed en wij hebben veel respect naar elkaar.’

'De Klimop-zaak was uitermate slecht voor de naam van onze branche en van de mensen die daarin werkzaam waren'

Een andere kwestie die in vanaf november 2007, met name in Nederland grote aandacht krijgt en de commerciële vastgoedsector zwaar raakt, is de beruchte vastgoedfraudezaak rond Bouwfonds en het Philips Pensioenfonds, de zogenoemde Klimop-affaire die vastgoed tot een sector maakt die zoveel mogelijk vermeden moet worden. De Clercq Zubli: ‘Die zaak raakte op geen enkele wijze onze eigen business, maar was uitermate slecht voor de naam van onze branche en van de mensen die daarin werkzaam waren. Gelukkig heeft Jones Lang LaSalle – en ook Troostwijk – nooit iets met die zaak te maken gehad, maar de Klimop-affaire heeft het hele integriteitsaspect enorm in de schijnwerpers gezet.’ Hij voegt er nog aan toe: ‘Toen ik in 1986 in dienst trad bij JLW, trof ik een bedrijf aan met een hele strikte ethische code en doordrenkt met een hoog integriteitsgevoel. Ik ben blij dat ik in die sterk ethische cultuur ben opgegroeid.’

In 2012 neemt De Clercq Zubli de beslissing om zijn positie als CEO van JLL Nederland neer te leggen en na meer dan 25 jaar te vertrekken bij JLL. ‘Ik heb geleerd te beseffen dat ieder leiderschap een eigen termijn heeft. Waar je vooral voor op moet passen, is dat je te lang in een rol blijft zitten. Ik voorzag daarbij voor JLL een lange periode van consolidatie, van het passen op de winkel. En dat was niet de omgeving die ik zocht. Ik zoek juist die uitdaging, de beweging naar boven of naar beneden. Maar dat zag ik op dat moment, in ieder geval op korte termijn, niet meer gebeuren. En daar past nieuw leiderschap bij, vandaar mijn keuze.’

25-jarig bestaan 1984, David Hoekert (rechts)

25-jarig bestaan 1984, David Hoekert (rechts)

Het vertrek van De Clercq Zubli wordt begin februari 2012 via een persbericht bekend gemaakt, tegelijk met de mededeling dat Vincent Querton de leiding over JLL in Nederland overneemt. Dat betekent een breuk met het verleden, omdat Querton geen Nederlander is, maar een Belg die verantwoordelijk is voor JLL-activiteiten in België en Luxemburg. Christian Ulbrich, destijds CEO van Jones Lang LaSalle Emea en nu CEO van JLL, beperkt zich in zijn toelichting met te stellen dat Querton daarnaast als managing director voor België & Luxemburg zal blijven optreden, ‘een belangrijk deel van zijn tijd zal doorbrengen op het kantoor in Amsterdam’, maar ook de opdracht heeft gekregen ‘te onderzoeken wat het beste leiderschapsmodel voor de lange termijn in Nederland is’.

Querton heeft met zijn eigen stijl getracht een persoonlijk stempel te zetten op JLL Nederland en neem de beslissing het aantal JLL-kantoren in Nederland met twee te verminderen. Nog steeds heeft JLL drie kantoren in Nederland, zijnde Amsterdam, Rotterdam en Eindhoven; waarbij Den Haag en Utrecht vanuit de verschillende locaties worden aangestuurd. Querton stapt in maart 2017 op, zonder dat er een opvolger wordt aangewezen. Hoewel dat niet met zoveel woorden wordt gezegd, heeft dit vertrek veel te maken met een serieuze verzwakking van de voorheen zo sterke positie van JLL in Nederland. De opvolging en nieuwe directie worden gevormd door het zittende managementteam: Reynout Vroegop, Arnold de Bue, Dré van Leeuwen, Eelco Hoet en Jac Bressers.

Een nieuw geluid

De algemene verwachting is dat de nieuwe CEO voor JLL Nederland dan ook op termijn zal voortkomen uit dit directieteam, maar opnieuw zorgt JLL voor een verrassing. In de zomer van 2017 wordt bekend gemaakt dat per 1 november 2017 Pieter Hendrikse CEO wordt voor de organisatie in Nederland.

Pieter Hendrikse

Pieter Hendrikse

De keus voor Hendrikse is vooral verrassend, omdat hij niet voortkomt uit JLL zelf en ook geen makelaarsverleden heeft. Zijn vastgoedervaring staat echter, na al meer dan 25 jaar in de branche werkzaam te zijn geweest, buiten kijf. Zo was hij directeur van de Nederlands vastgoedfondsen van ING REIM Europe, leidde hij in 2003 de verkoop daarvan en integratie in CBRE Global Investors en werd de CEO van CBRE Global Investors Emea tot midden 2016. Hij is actief lid geweest van de Neprom en IVBN, is oprichter van Inrev, is actief geweest als ULI Europe Excutive Committee lid en was lid van het bestuur van Dufas.

De brede expertise van Hendrikse die JLL Europe voor Nederland zoekt, blijkt duidelijk uit zijn eigen reactie op zijn benoeming: ‘Dit is een spannende tijd voor Europees vastgoed met de invloeden vanuit verschillende invalshoeken: de digitalisering, politieke ontwikkelingen, het economische landschap en het toenemende belang van duurzaamheid en maatschappelijke verantwoordelijkheid creëren nieuwe kansen maar ook uitdagingen voor zowel beleggers als gebruikers. Ik kijk uit naar de samenwerking met het Nederlandse team van JLL en het leveren van een bijdrage aan het verdere succes van onze mensen en onze organisatie.’

Dat JLL Europe overigens op dat moment kiest voor een nieuwe Nederlandse CEO is logisch. Tijdens de afgelopen 50 jaar is JLL Nederland altijd een belangrijk onderdeel geweest van het groot geworden wereldwijde JLL-bedrijf, maar heeft in de loop van het tweede decennium van deze eeuw marktpositie in Nederland ingeleverd. De concurrentie heeft door fusies en overnames een stevigere plek op de ranglijst verworven en daarmee JLL ingehaald. Hendrikse: ‘Nederland is weliswaar een klein land – ook in Europees perspectief – maar staat internationaal bekend als een echt vastgoedland, met een lange vastgoedtraditie, een hoogkwalitatief niveau, veel transparantie en ook nog eens met krachtige spelers in het ontwikkelings-, beleggings- en eindgebruikersveld. Dat vraagt een nieuwe krachtige aansturing voor het eigen JLL-kantoor in Nederland.’

Heldere klantenfocus en vernieuwing

Inmiddels is Hendrikse – bij het 50-jarig bestaan op 5 september 2019 – bijna twee jaar CEO en begint het door hem gewenste en ingezette transformatieproces vorm en inhoud te krijgen. ‘Er staat nu een actief leiderschapsteam dat niet alleen gefocust is op de ‘operations’, maar juist op de strategie en de uitvoering daarvan. We focussen heel erg op onze klant, we willen de beste zijn. Daarnaast hebben we ook een hele duidelijke focus aangebracht op de verschillende sectoren. Ik denk dat we nu weer zichtbaarder en herkenbaarder zijn in Nederland en dat onze positie verbeterd is. Zo werkt het nu eenmaal in deze markt: laat maar zien wat je kunt. We hebben een heel gezonde spirit in het bedrijf, waarbij de mens, bij zowel onze klanten als bij onze collega’s, centraal staat.’

JLL Nederland telt, op het moment dat het 50-jarig bestaan in het ‘eigen’ Atrium wordt gevierd, ruim 170 medewerkers, met kantoren in Amsterdam, Rotterdam en Eindhoven. Het jubileumfeest valt vrijwel samen met de strategische beslissing in de zomer om het Property Management van JLL in Europa met de Nederlandse vastgoedbeheerder MVGM samen te laten gaan. Met als consequentie dat 35 Nederlandse JLL-collega’s naar MVGM overgaan.

Jeppe de Boer ontvangt de Groene Baksteen 2014 uit handen van Claudia Heimensen

Jeppe de Boer ontvangt de Groene Baksteen 2014 uit handen van Claudia Heimensen

Minstens zo belangrijk zijn andere strategische keuzes die zijn gemaakt en die een duidelijke focus op de klant laten zien. Hendrikse: ‘Door de groeiende vraag van klanten hebben we in 2018 de adviestak ‘Indirect Investments’ opgericht. Deze tak adviseert onze klanten bij structureringen, financieringen, fondsactiviteiten en transacties bij het opzetten van fondsen. Een andere nieuwe expertise die zorgt voor een focus op de speciale wensen van de klant, is ‘JLL Flex’. Zoals de naam al zegt staat daar het advies aan onze klanten centraal waar het gaat om flexibele kantoorvraagstukken. Met ‘JLL’s NL Unlimited’ wordt er verder een duidelijke keuze gemaakt voor het aanbieden van kansen met transformaties in Nederland. Mede ook gezien de actieve spelers in de vastgoedmarkt – ook op lokaal niveau – is ook het ‘JLL Mid Cap’-team geformeerd dat thans bestaat uit meer dan acht mensen uit verschillende regio’s. Daarnaast ben ik – om de leidende positie van JLL Nederland binnen Europa op het gebied van woningexpertise – gevraagd het voorzitterschap van de JLL Emea Living Board op me te nemen en zit ik namens Nederland in de Emea Capital Markets Board. Ik weet zeker dat wij met deze nieuwe stappen JLL als unieke omgevingsadviseur opnieuw stevig op de kaart hebben staan en met ons team een duidelijke stempel op de Nederlandse vastgoedkaart zullen kunnen blijven zetten.’

Dit artikel verscheen op 5 september 2019 in de Vastgoedmarkt-special ’50 jaar JLL’

Foto's

Reageer op dit artikel