nieuws

stedelijke centra lokken hoogopgeleide jongeren

Geen categorie

Stedelijke centra, als de binnenstad maar ook nieuwe centra als de Amsterdamse Zuidas, worden steeds meer de plek waar mensen die afhankelijk zijn van intensieve rechtstreekse contacten, wonen, werken en elkaar ontmoeten.

Het zijn vooral de jonge, hoog opgeleide alleenstaande starters die bewust kiezen voor een leven als fulltime stedeling. Ook worden deze stadscentra steeds meer het domein van de creatieve industrieën en de kleine gespecialiseerde kennisintensieve bedrijven met kenniswerkers die voor hun functioneren afhankelijk zijn van frequente face-to-face contacten. Bovendien worden de stadscentra steeds meer het domein van het publiek dat massaal op zoek gaat naar voorzieningen en naar elkaar. Dit is de centrale conclusie van de studie ‘De nieuwe stad. Stedelijke centra als brandpunten van interactie’, die het Ruimtelijk Planbureau gisteren heeft uitgebracht. In de studie is onderzocht in hoeverre de compacte stad nog een functie heeft als interactiemilieu voor werkers, bewoners en bezoekers. De afgelopen decennia hebben de compacte oude stadscentra immers een steeds groter deel van hun stedelijke centrumfuncties verloren, terwijl tegelijkertijd steeds meer mensen en bedrijven diezelfde centra hebben verlaten. Doordat een deel van deze mensen in de stadscentra blijft wonen nadat ze hun status als starter voor een andere hebben ingeruild, zullen de steden op den duur niet alleen aanzienlijke aantallen jonge starters herbergen, maar ook een meer gemengd bewonersbestand gaan vertonen. In het beleid gericht op deze steden moet daarom in de eerste plaats aandacht zijn voor het in stand houden en verder uitbouwen van de roltrapfunctie van de stad, namelijk: mogelijkheden voor het volgen van hoger onderwijs én een ruim bestand aan banen voor kenniswerkers. Daarnaast moet de overheid ervoor zorgen dat er voldoende goedkope woon- en werkruimten zijn voor beginnende starters, evenals luxe stedelijke woningen voor hun succesrijke oudere soortgenoten.

Reageer op dit artikel