nieuws

Beperkte vrijstelling van overdrachtsbelasting bij stedelijke herstructurering

Geen categorie

De gisteren in werking getreden Regeling vrijstelling overdrachtsbelasting stedelijke herstructurering biedt slechts in een enkel geval uitkomst om de belastingdruk te verlagen.

Dat is de mening van mr Y.E. Gassler van Deloitte Belastingadviseurs en tevens werkzaam aan de Universiteit Leiden. De nieuwe wettelijke regeling moet voorkomen dat bij stedelijke herstructurering tweemaal overdrachtsbelasting wordt geheven. De regeling is tot stand gekomen na een intensieve lobby van ontwikkelaars, woningcorporaties en beleggers. In deze regeling zijn de voorwaarden opgenomen waaronder de verkrijging van onroerend goed bij stedelijke herstructurering met terugwerkende kracht per 1 januari 2003 wordt vrijgesteld van de heffing van overdrachtsbelasting, dus tweemaal 6 procent. Door de daaraan verbonden strenge voorwaarden biedt de nieuwe vrijstelling bij gebruik slechts beperkte mogelijkheden om minder belasting te betalen. In principe leidt het gebruik van een wijkontwikkelingsmaatschappij (een tijdelijk samenwerkingsverband tussen de gemeente en de woningmarkt voor de bevordering van stedelijke herstructurering, oftewel WOM), tweemaal tot heffing van overdrachtsbelasting: eenmaal bij inbreng van het onroerend goed in de WOM en eenmaal bij latere toedeling of overdracht van het onroerend goed aan de participanten van de WOM. Met de nieuwe regeling is de inbreng van het onroerend goed in de WOM onder voorwaarden vrijgesteld. Die zijn echter zo strikt, dat de woningmarkt in veel gevallen zal besluiten om de uitvoering van een herstructureringsplan alsnog niet in een wijkontwikkelingsmaatschappij onder te brengen. In de eerste plaats staat de vrijstelling slechts open voor wijkontwikkelingsmaatschappijen met rechtspersoonlijkheid. De in de praktijk gekozen rechtsvorm voor een samenwerkingsverband tussen een gemeente en een woningcorporatie en/of projectontwikkelaar bezit juist geen rechtspersoonlijkheid (bijvoorbeeld vennootschap onder firma of commanditaire vennootschap). In de tweede plaats geldt de vrijstelling slechts voor de verkrijging van onroerend goed vóór herstructurering bij inbreng van onroerend goed in de WOM, en dus niet voor de verkrijging van onroerend goed na herstructurering bij toedeling of overdracht van het onroerend goed aan de participanten van de WOM. Ten slotte leidt een beroep op de vrijstelling door de daaraan verbonden stringente voorwaarden tot een aanzienlijke verhoging van de administratieve lastendruk.In Vastgoedmarkt van 26 maart 2004 zal Yves Gassler uitgebreid ingaan op de voorwaarden en de beperkingen van de nieuwe regeling.

Reageer op dit artikel