blog

Rechters, verdiep u in het vak van registertaxateur

Geen categorie

Met grote regelmaat kom ik over de vloer bij de Nederlandse rechtspraak om de door mij getaxeerde waarde te verdedigen. Ik doe dat werk nu een jaar of twintig en treed daarbij altijd op namens het bestuursorgaan, de gemeente. De laatste twee jaar neem ik veranderingen waar in het procedurewerkveld. Daarbij valt mij een aantal zaken op.

Allereerst stel ik vast dat procederen over de waarde voor gemeenten een hachelijke zaak aan het worden is. Kon ik in het verleden een aardige inschatting maken van de ongegrondverklaring van het beroep (bij rechtbank en hof), lukt mij dat vandaag de dag steeds moeilijker. De onvoorspelbaarheid op de uitkomst, lees het vonnis of arrest van de rechter, neemt toe. Hoe kan dat nu? Ik heb dat inschattingsvermogen verkregen door jaren lange werkervaring en bovendien ben ik ‘inschatter’ van beroep. Mijn vrouw, die juriste is in de civiele sector, geeft aan de keukentafel een vergelijkbaar geluid af. Ook zij heeft jarenlange werkervaring en inschattingsvermogen opgebouwd en komt tot een vergelijkbare constatering in haar vakgebied.

 

(Register)taxateurs

Het valt mij op tijdens de zitting dat rechters weinig tot geen meerwaarde toekennen aan het geproduceerde taxatierapport van registertaxateurs ten opzichte van de rapporten van niet-geregistreerden. Kennelijk leidt het overleggen van een rapport door de gemachtigde van de eisende partij tot een vergelijkbare perceptie bij de rechter als de ontvangst van een taxatierapport door een geregistreerd taxateur. Rechters denken; een taxatierapport is een taxatierapport, om het even welk soort deskundige dit nu inbrengt. De registertaxateurs conformeren zich aan (internationale) waarderingsstandaarden, tuchtrecht, jaarlijks terugkerende opleidingseisen en werk- en gedragsnormen (bijvoorbeeld PTA). Registertaxateurs zijn aan hun stand verplicht hun waarde inzichtelijk te onderbouwen en te verantwoorden. De niet-geregistreerden conformeren zich niet omdat die verplichting voor hen eenvoudigweg niet bestaat.

 

Bewijslast

Bij belastingtaxaties door gemeenten geldt bij twist over de waarde in de fase van beroep het principe van het ‘Oostflakkee-arrest’. Dit houdt in dat bij een discussie tussen gemeente en belastingplichtige over het waardeniveau de gemeente dient te bewijzen dat de waarde niet te hoog is vastgesteld. Dat is in de kern prima vanuit de gedachte: wie stelt zal bewijzen. Deze bewijslast voor gemeenten is verstrekkend en wordt tijdens de mondelinge behandeling regelmatig tot op het gaatje doorgevoerd. Gemachtigden van eisers weten dit bewijsopdrachtprincipe goed uit te nutten in een procedure. Maar toch gaat deze werkwijze regelmatig scheef. Het gaat mis als de rechter ontvankelijk is voor de mening van eisende partij tegenover een goed onderbouwd en verantwoord rapport van de registertaxateur. Het rapport van laatstgenoemde kan redelijkerwijs pas in twijfel worden getrokken als aantoonbaar komt vast te staan dat de registertaxateur (van de gemeente) de plank fundamenteel heeft misgeslagen. Dit kan eisende partij bereiken door onomstotelijk bewijs te leveren van het betwiste standpunt. Een mening of een halfslachtige rapportage van gemachtigde van eiser zou niet moeten kunnen leiden tot aantasting van de onderbouwde en verantwoorde rapportage van de registertaxateur. Het kan niet zo zijn dat eisende partij maar wat roept en dat de rechter denkt, misschien zit daar wat in, ik pas de waarde (gering) aan. Een geringe waarde-aanpassing klemt overigens des te meer, omdat de gemeente in dat geval wordt veroordeeld in de proceskosten.

 

Deskundige

Ik vermoed dat rechters onvoldoende op de hoogte zijn van het bestaan van de registertaxateur met de daarbij behorende kwalificaties. De rechter zou de registertaxateur daadwerkelijk moeten aanmerken als deskundige, gelijk een accountant of fiscalist. Jan en alleman noemt zichzelf tegenwoordig ‘deskundige’; Woz-deskundige, waardedeskundige, taxatiedeskundige, kandidaat registertaxateur. Ik kom ze allemaal tegen, zelfs op door de deskundige afgegeven visitekaartjes. Het is de taak van de registertaxateurs zelf naar buiten kenbaar te maken dat zij zijn geregistreerd en zich daarmee onderscheiden van de rest.

Rechters: er bestaat een wereld van verschil tussen de zelfbenoemde deskundigen en de registertaxateurs. De laatste groep moet verschrikkelijk veel drempels over en over kennis van zaken beschikken om de beschermde titel registertaxateur te mogen voeren. Ik verzoek u met klem hiervan nota te nemen en u te verdiepen in de wereld van deze beroepsgroep.

 

Motivering vonnis

Ik heb stellig de indruk dat de ‘Nieuwe Zaaksbehandeling’ en de reorganisatie bij de rechtspraak zijn invloed heeft op de kwaliteit van de vonnissen. Regelmatig dienen partijen (veel) meer dan zes weken te wachten op de uitspraak. Als de uitspraak er dan eindelijk is, is deze veelal kort en met onvoldoende uitgewerkte motivering afgedaan. Heb ik dáár nu zo lang op moeten wachten, denk ik dan.

Ik heb nog wel een suggestie voor het KEI-programma van de rechtspraak: Ken in beginsel meer waarde toe aan de taxatierapportage van de registertaxateur. Dat voorkomt geneuzel in de marge tijdens de zitting (is tijdwinst) en voortzetting van het ongelijk in appèl door een van de partijen (verkleint overbelasting rechtspraak).

En minstens zo belangrijk: de registertaxateur wordt erkend in het werk dat hij/ zij aflevert.

Over de auteur 

Paul Mulder RT bij Ex Tunc – Waardemanagement

Reageer op dit artikel