blog

‘Hypotheekrenteaftrek blijft onverkort bestaan’

Geen categorie

Deze uitspraak was in de verkiezingscampagne van de VVD een van de belangrijkste stemmentrekkers en dat heeft gewerkt. Inmiddels zijn wij een jaar verder en moeten wij constateren dat bijna een volledige verbouwing van het hypotheekstelsel heeft plaatsgevonden.

Omdat noch de VVD noch de PvdA tijdig hadden nagedacht over een integraal huisvestingsbeleid moest alles razendsnel in het regeerakkoord worden geregeld. Veel trial en veel error. In het Woonakkoord van februari 2013 is een aantal voorgestelde maatregelen teruggenomen of gewijzigd, zowel voor kopen als voor huren. In de begroting 2014 is nu nog een aantal aanvullende maatregelen voorgesteld.

Het belangrijkste voorstel is de afbouw van het aftrekpercentage 52 procent met 0,5 procent per jaar voor de komende 28 jaren. Daarna is de aftrek dus gemaximeerd op 38 procent. Ik neem niet aan dat dit tot enige verstoring van de markt zal leiden. Velen hadden een snellere afbouw geadviseerd. Daarbij moeten wij ons blijven realiseren dat alle hypotheken die vóór 2001 zijn gesloten al over achttien jaar geen hypotheekrenteaftrek meer toelaten, omdat de maximale termijn van dertig jaar dan is verstreken. Alle hypotheken die vanaf 2013 worden afgesloten, kennen de annuïteitenvorm en daarop wordt de komende dertig jaren dus afgelost. Rest de groep nieuwe hypotheken uit de periode 2001-2013. Daarvan eindigt de aftrek tussen 2031 en 2043. Op basis van deze uitgangspunten en de leeftijdscohorten van de eigenaren zouden lange termijn berekeningen kunnen worden gemaakt over het aantal woningen dat in de periode tot 2043 nog hypotheekrenteaftrek oplevert.

Daarnaast zal de Belastingdienst en het CBS jaarlijks kunnen rapporteren over het daadwerkelijke bedrag dat wordt afgetrokken. Ook is het interessant om in 2015 te horen hoeveel nu extra is afgelost op hypotheken vanwege de eenmalig verruimde schenkingsmogelijkheden.

Sommige politieke partijen en vele deskundigen hebben indertijd gepleit voor een gelijk speelveld voor starters en bestaande eigenaren, opdat de doorstroming niet zou worden belemmerd. Door alle onrust over het beleid voor de koopwoning, de kredietcrisis en de economische vooruitzichten zijn de woningprijzen inmiddels met meer dan 20 procent gedaald. Door de huidige eigenaren is al een aanzienlijk papieren vermogensverlies geleden en bij verkoop zal dit worden omgezet in een reëel verlies. Er is dus geen reden meer om van een ongelijk speelveld te spreken. Uit de recente verkopen blijkt dat het deel van de woningmarkt tot 200.000 euro duidelijk aantrekt. Dergelijke woningen behouden ook in de toekomst hun NHG status. De positie van de starter is dus kennelijk verbeterd. Echter, eigenaren met woningen boven 200.000 euro kunnen te maken krijgen met potentiële restschulden en voor een aanzienlijke groep worden de verkoopmogelijkheden slechter door het voorstel van het kabinet om de maximale garantieprijs van de NHG te verlagen. Ik acht dit in de huidige markt daarom een slecht voorstel en het past zeker niet in het streven om zo veel mogelijk banen te scheppen. De maximale garantieprijs handhaven heeft geen gevolgen voor de overheidsbegroting.

Vanaf 2001 tot nu is er onder het mom van ‘hypotheekrenteaftrek is heilig’ een volledige herziening doorgevoerd wat heeft geleid tot de huidige situatie op de bouw- en woningmarkt. Ik durf de stelling aan dat als in 2006 tot een integraal plan voor afbouw van de aftrek in 25 of dertig jaar was besloten, dit voor de bouwmarkt, de eigenaren en de financiers beter was geweest. Nu het eenmaal zo is gelopen ondersteun ik allen die nu vragen geen nieuwe wijzigingen in de regelgeving door te voeren. Het huidige pakket had beter gekund, maar laat het nu maar zoals het wordt voorgesteld en sleutel er de komende jaren niet opnieuw aan.

Deze column van Professor Pé Kohnstamm verscheen eerder in Vastgoedmarkt oktober 2013.

Reageer op dit artikel