blog

Klassenjustitie

Geen categorie

Hoewel je als hoofdredacteur van een commercieel vastgoedblad in je commentaar ook wel eens over iets anders wil schrijven, dwingt de realiteit me opnieuw woorden te wijden aan twee rechtszaken, die de vastgoedbranche al enige jaren in de greep houden en die de afgelopen weken een nieuwe dimensie kregen.

Die zaken zijn verschillend, maar zeggen veel over de imagoproblemen waarmee de vastgoedbranche zich geconfronteerd weet.

De eerste rechtszaak is die tegen Jan Dirk Paarlberg, een man met een grote vastgoedportefeuille die begin juli tot vierenhalf jaar gevangenisstraf werd veroordeeld. Volgens het Hof van Justitie in Haarlem is onomstotelijk vast komen staan dat Paarlberg heeft meegeholpen aan het wegsluizen van door Willem Holleeder bij Willem Endstra afgeperst geld. Paarlberg heeft vooraf aan het proces herhaaldelijk gezegd vertrouwen te hebben in de Nederlandse rechtstaat, in de overtuiging dat de rechtbank in Haarlem hem zou vrijspreken van de belangrijkste aanklacht die het OM tegen hem had ingebracht. Nee dus. En hem rest nu niets anders dan een hoger beroep.

Ik kan me voorstellen dat Paarlberg verbijsterd is over dit vonnis. Want hoe onomstotelijk is de bewijsvoering, als deze voor een belangrijk deel procent is gebaseerd op de getuigenissen van Willem Endstra, een man die tijdens zijn leven nooit is betrapt op de waarheid? Paarlberg rest een nieuwe uitdaging om de onafhankelijke rechtspraak van zijn onschuld te overtuigen: een hoger beroep. Wat verder opvalt aan het vonnis, is dat het Hof in Haarlem een zeer forse straf heeft opgelegd. Dat komt niet als een verrassing. De maatschappelijke en politieke druk op justitie om witteboordencriminaliteit aan te pakken is erg groot. Dat bewees ook het vonnis vorig jaar tegen de eerste twee personen (Rob Willemsen en Maarten Minderman), die voor de rechter kwamen in de zaak-Klimop.

Dat belooft weinig goeds voor de vijftien Klimop-verdachten die de afgelopen weken, eveneens in Haarlem, voor de rechtbank stonden in een regiezitting. Lid zijn van een criminele organisatie, het witwassen van frauduleus verworven geld en omkoping zijn niet bepaald lichte beschuldigingen. Toch heeft een aantal schikkingen met verdachten in deze zaak een wel erg verassende wending aan het vertrouwen in ons rechtssysteem gegeven. Met uitzondering van hoofdverdachte Jan van Vlijmen – die civiel-rechterlijk heeft geschikt, zonder overigens schuld te bekennen – hebben maar liefst dertien andere verdachten strafvervolging afgekocht – al dan niet met lichte werkstraffen – zonder dat ze terecht hoeven te staan.

Er wordt hierover al gesproken van klassenjustitie. Terecht. Waarvan de verdachten worden beschuldigd, zijn serieuze zaken die zware straffen moeten opleveren, maar dan wel op basis van een toetsing door een onafhankelijke rechtbank. Het argument van het OM, dat met deze schikkingen de proceseconomie is bevorderd, is potsierlijk. Met moordverdachten wordt ook niet geschikt, zelfs als justitie het aantal zaken niet meer aankan. En die vergelijking is niet eens vergezocht, als ik kijk naar de vonnissen die aan Willemsen/Minderman en Paarlberg zijn opgelegd.

Alle verdachten die hebben geschikt,hebben verklaard geen schuld te bekennen. Zij hebben er blijkbaar voor gekozen een jarenlang juridische conflict uit de weg te gaan, een conflict dat de betrokkenen zakelijk en privé niet alleen ernstig zal blijven benadelen, maar ook nog eens veel geld kost, onder meer aan juridische bijstand. Ze kunnen dus, zonder veroordeling, weer verder met hun leven. Zelfs als dat hen nu wat geld kost; geld dat ze blijkbaar ook gewoon op de bank hebben staan.

Zou oplichting en fraude dan toch voldoende betalen, kan hier ook worden gedacht? In een dossier, dat al bijna een jaar op straat ligt door het boek De Vastgoedfraude en waarbij de betrokken partijen geen middel hebben geschuwd om gekleurd en ongekleurd de publiciteit te zoeken via de media, vormen deze schikkingen een nieuw bewijs dat er in Nederland met verschillende maten wordt gemeten als het gaat om waarheidsvinding en de beoordeling ervan.

En wat me bij dit alles het meest blijft storen, is dat de ware verantwoordelijkheden – de toezichthouders, de commissarissen, de raden van bestuur, de externe adviseurs en accountants – schadevrij aan de zijkant kunnen blijven. Die hoeven niet te schikken, worden niet getoetst door een rechtbank en kunnen blijven genieten van de meer dan uitstekende inkomsten uit het verleden en de daaraan gekoppelde pensioenvoorzieningen. Daar zit pas echt de echte klassenjustitie.

Deze column is eerder gepubliceerd in Vastgoedmarkt juni/juli 2010.

Reageer op dit artikel