blog

Gezocht: onbevooroordeelde rechter

Geen categorie

Op woensdag 4 november verscheen het boek De Vastgoedfraude van Vasco van der Boon en Gerben van der Marel. Deze twee journalisten van het Financieele Dagblad schreven de afgelopen twee jaar vele tientallen artikelen over de ‘miljoenenzwendel aan de top van het Nederlandse bedrijfsleven’, zoals op de omslag van hun boek staat vermeld.

Ruud de Wit, hoofdredacteur van Vastgoedmarkt – het blad dat als eerste eind november 2007 een gedetailleerd inzicht gaf waar het in dit grootste fraudeonderzoek uit de Nederlandse geschiedenis om gaat – is van mening dat met de publicatie van het boek een gevaarlijke weg is ingeslagen, waarbij de journalisten zich voor het karretje van het OM hebben laten spannen. Dit zou er wel eens toe kunnen leiden, dat de hoofdrolspelers in de vermeende fraudezaak niet zullen kunnen worden veroordeeld.

Op 16 oktober 2009 publiceerde het Financieele Dagblad (FD) een artikel op pagina 11 over Nico Vijsma, een van de belangrijkste verdachten in het omvangrijke vastgoedfraudeschandaal rond het Philips Pensioenfonds en het voormalige Bouwfonds. Daarbij stond een schema afgedrukt onder de kop ‘Het lijkt wel één grote familie’. In de illustratie worden twee ‘organisaties’ geschetst met in beide plaatjes een prominente positie voor ex-Bouwfondsdirecteur Diederik S: één in de Philips-organisatie en één in de Bouwfondsorganisatie.

Wie het schema voor waar aanneemt (en waarom zou een neutrale lezer dat niet doen), kan niet anders concluderen dan dat deze Diederik S. een van de topverdachten is in de door de Fiod-ECD in gang gezette vastgoedfraudevervolging. Jammer echter dat in de begeleidende tekst dat op geen enkele wijze wordt toegelicht. Sterker nog, in het artikel, waarbij het schema is geplaatst, komt Diederik S. in het geheel niet voor. Wel de mededeling in kader dat volgende maand het boek De Vastgoedfraude verschijnt van Vasco van der Boon en Gerben van der Marel. Dat is nog eens reclame maken voor de eigen FD-redacteuren, auteurs van het inmiddels tot bestseller uitgegroeide boek De Vastgoedfraude.

Ik heb het boek er goed op naslagen. Het bewuste schema komt er niet in voor en niets in het boek geeft ook maar één harde concrete aanwijzing, dat deze Diederik S. (daar gewoon Stradmeijer geheten) die prominente rol in de fraudezaak heeft gespeeld zoals wordt gesuggereerd in het FD. Stradmeijer mag dan misschien iets zeer stoms hebben gedaan – en dat geldt voor vele tientallen andere namen in het boek – iemand in de krant zo te kijk zetten als een hoofdrolspeler in een massale fraudezaak en hem daardoor voor zijn verdere loopbaan af te rekenen zonder dat ook maar met harde feiten toe te lichten, noem ik een ernstige schending van journalistieke professionaliteit.

Grootste kritiek
Ik haal dit voorbeeld aan om met mijn grootste kritiek op dit verder vaak leesbare en zeker voor niet-ingewijden onthullende boek van Van der Boon en Van der Marel te komen: het is slordig en onevenwichtig samengesteld, met nogal wat fouten en legio onduidelijkheden, die vooral lijken te worden veroorzaakt door het commercieel gegeven dat het boek hoe dan ook moest worden uitgebracht voordat de eerste fase van de omvangrijke procesgang in deze zaak zou beginnen. Dus voor dinsdag 3 november 2009.

Dat heeft natuurlijk te maken met marketing, net zoals het feit dat het OM de dag voor het uitkomen van het boek besloot ook Harm Trimp voor een dag op te pakken. Tot op dat moment was alleen bekend geworden dat diens partner Hans van Tartwijk als verdachte was aangemerkt. Wie het boek leest, ziet dat Trimp wel degelijk verdachte is. De auteurs wisten dat dus en met enig cynisme kan men concluderen dat het OM met de aanhouding van Trimp een dag voor het uitkomen van het boek de auteurs van De Vastgoedfraude nog even wilde bedanken met wat extra publiciteit. Zij hebben immers een boek geschreven, dat voor het overgrote deel is samengesteld uit fragmenten, zo weggehaald uit het dikke justitiedossier.

Compliment
Toch moet ik de auteurs een compliment maken. De Vastgoedfraude geeft een ontgoochelend beeld van de praktijken van een aantal bekende en minder bekende vastgoedmannen (het zijn allemaal mannen), dat ertoe heeft bijgedragen dat het onderscheid tussen boven- en onderwereld in deze belangrijke sector nagenoeg lijkt te zijn weggevallen. De twee auteurs hebben een Sisyfusarbeid verricht. Nieuw is het allemaal niet, overigens. Voor velen in de vastgoedbranche, die de afgelopen twee jaar het FD, de Volkskrant, het NRC, maar zeker ook Vastgoedmarkt hebben gelezen, kan de inhoud nauwelijks meer een verrassing zijn. Echte nieuwe feiten worden in De Vastgoedfraude niet naar buiten gebracht.

In dat opzicht is het boek zelfs teleurstellend, te meer omdat de auteurs claimen met ruim honderd mensen te hebben gesproken. Die hebben blijkbaar weinig nieuwe details kunnen toevoegen, want – en dat kan niet genoeg worden benadrukt – verreweg het grootste deel van de inhoud is letterlijk ontleend aan de dossiers van het Openbaar Ministerie en in mindere mate aan het interne onderzoek van de Rabo Vastgoedgroep, die inzage heeft gehad in het manuscript. Het betreft vaak dossiers die deels ook bij andere media terecht zijn gekomen – zoals bij Vastgoedmarkt. Waar het eigen journalistieke werk van de auteurs om de hoek komt kijken, constateer ik vooral veel gepsychologiseer over de karakters van de hoofdrolspelers – vaak met de nodige publicitair aangedikte saus – en met details die nauwelijks iets met de zaak hebben te maken. Het fragment over de minister van Verkeer en Waterstaat, Camiel Eurlings, in hoofdstuk 24 (Belastingnazi’s bijten zich vast) die op weinig verheffende journalistieke wijze bij deze zaak wordt gesleept, is daar een hemeltergend voorbeeld van.

Op dat moment (pagina 301) moet menig neutrale lezer al lang zijn afgehaakt. Daar waar in het eerste gedeelte, waarin vooral het Bouwfondselement uit de doeken wordt gedaan en de hoofdrolspelers worden neergezet, de teksten nog lekker lezen en de lezer zich in een Da Vinci-code intrige waant, wordt in het tweede deel steeds vaker letterlijk uit de procesdossiers geciteerd. Hier is de samenhang volledig zoek, zoals dat blijkbaar ook geldt voor het grote justitionele team dat zich met de zaak bezighoudt. Voor vastgoedprofessionals is alles misschien nog wel een beetje te volgen, maar de lezer die niets met deze sector te maken heeft, is dan wel de draad kwijt.

Verantwoording
Een interessant aspect is dan ook wat de auteurs – met de volledige steun van de hoofdredactie van het FD, zo blijkt uit de verantwoording – van hun eigen activiteiten vinden. In een redactioneel commentaar na het verschijnen van het boek prijst het FD het tweetal vanwege hun onderzoekskwaliteiten. Toch zeggen dezelfde heren in een radiointerview zich niet als onderzoeksjournalisten te beschouwen. Dat geeft in ieder geval blijk van zelfkennis. Ze schrijven ook, dat de titel van het boek lijkt te suggereren dat al vaststaat dat er sprake is van fraude. ‘Dat is uiteraard niet zo’, schrijven ze dan. ‘Iedereen is onschuldig tot het tegendeel is bewezen.’

Aan het einde van hun verantwoording gaan ze zelfs nog een stukje verder: ‘Voor de hoofdrolspelers (in veel fraudezaken; red.) lopen de meeste strafrechtelijke onderzoeken af met een sisser. Als dat ook met de vastgoedfraudezaak gebeurt, behoudt dit boek hopelijk zijn waarde als tijdsdocument van de opmerkelijke omgangsvormen in een zelden beschreven markt. En dan kan de lezer het gebruiken als handleiding om zelf rijk te worden in het vastgoed.’

Dat is wel een erg schokkende formulering. Eerst nagelen de auteurs keihard – met naam en toenaam – tientallen mensen aan de schandpaal – met waarschijnlijk zeer ingrijpende gevolgen voor hun verdere loopbaan en reputaties – en vervolgens bieden ze zichzelf een uitvlucht door te doen alsof ze een handleiding voor zelf geld vergaren hebben geschreven. Ze maken zich overigens hiermee erg kwetsbaar voor het verwijt dat ze met deze publicatie vooral zelf geld hebben willen verdienen.

Onafhankelijke rechter
Het zou zo maar eens kunnen dat dit boek er mede toe bijdraagt dat de hoofdpersonen in dit vastgoedschandaal – want dat is het zonder enige twijfel – nooit zullen worden veroordeeld. Zelden zal het in de Nederlandse rechtsgang zijn voorgekomen, dat in een zo gecompliceerde zaak als deze zo uitvoerig uit dossiers van het OM is gepubliceerd voordat de zaak voor de rechter is gebracht. Ik heb in mijn commentaren in Vastgoedmarkt de afgelopen twee jaar daar al enige keren op gewezen. In Nederland is iemand pas schuldig als een onafhankelijk rechter een uitspraak heeft gedaan. Maar het zal een hele toer worden die onafhankelijke rechter te vinden. Dus een rechter of rechtbank die ondanks het OM, het FD en de twee auteurs nog onbevooroordeeld de feiten kan ordenen, kan beoordelen en een rechtvaardig eindoordeel kan geven.

Maar ik sluit niet uit, dat de beslissing van het OM om min of meer mee te werken aan het boek, een bewuste keus is geweest. In de verantwoording zeggen de twee auteurs niet rechtstreeks dat zij de dossiers van het OM hebben gekregen, maar ze ontkennen het ook niet. Er staat letterlijk: ‘Via omwegen konden we toch het vrijwel volledige strafdossier naar de stand van herfst 2009 inzien.’

Lekken
Een cynicus kan gemakkelijk tot de slotsom komen, dat het OM bewust de dossiers heeft laten lekken, omdat zij weet dat het nog lang niet zeker is dat alle verdachten ook kunnen worden gevonnist. Veel zaken zijn verjaard (niet-ambtelijke omkoping) en de verdachten zullen volhouden dat hun praktijken geen criminele achtergrond hadden maar een slimme en effectieve manier van zakendoen waarvan iedereen – ook Bouwfonds en het Philips Pensioenfonds – heeft geprofiteerd.

Daar komt nog bij dat de verdachten jarenlang hun gang konden gaan dankzij het ontbreken van elk toezicht. Veel personen die als toezichthouder (commissaris, directeur, CEO) al veel eerder hadden kunnen en moeten ingrijpen, zijn inmiddels met pensioen (vaak met een fraaie handdruk) of nemen nog altijd hoogstaande posities in. Het ontbreken van adequaat toezicht – en dat loopt door het hele boek – is voor de langere termijn een minstens zo serieuze misdaad.

Trial by media. Ik heb het eerder zo genoemd in deze zaak, waarvan het nog maar de vraag is wanneer die tot het echte proces komt. Laat me heel duidelijk zijn, de praktijken die in dit boek worden beschreven en die voor een deel breed bekend waren voordat justitie ingreep op 13 november 2007, moeten worden uitgeroeid. De schandalige gevallen van zelfverrijking, gekoppeld aan arrogantie en minachting, zoals door een aantal hoofdrolspelers het afgelopen decennium zijn gepleegd, verdienen een duidelijke straf. De journalistiek kan en moet bij het blootleggen van schandalen en mistoestanden een essentiële rol spelen, maar mag nooit het verlengstuk worden van het Openbaar Ministerie. Dat gebeurt in totalitaire systemen, maar niet in Nederland, hoop ik. Het boek De Vastgoedfraude is wat dat betreft een gevaarlijke en ongewenste grens gepasseerd.

Initialen
Ten slotte nog dit. In het boek worden de hoofdrolspelers met volle naam genoemd. In de verantwoording staat: ‘Wij hebben in samenspraak met de hoofdredactie en de uitgever geconcludeerd dat in een beschrijving van de breedte en de diepte van de affaire het ondoenlijk is verdachten met initialen aan te duiden. Vakbladen als Vastgoedmarkt en zakenblad Quote publiceerden al eerder de volle naam van verdachten.’ Nu breekt me de spreekwoordelijke klomp in dit Hollandse moeras van vastgoedellende. In het FD gaan dezelfde auteurs gewoon verder met het publiceren van de verdachten bij hun initialen. ‘We hebben besloten in dit boek iedereen gelijk te behandelen’, schrijven ze. Blijkbaar geldt die gelijkheid niet zodra die mensen in hun krant FD moeten opdraven. Ik kan de auteurs en hoofdredactie van het FD aanraden om nog maar eens in Vastgoedmarkt na te lezen, waarom wij vanaf het begin van de affaire de namen voluit hebben opgeschreven. Juist om hen niet al van tevoren te criminaliseren.

Dit artikel is eerder gepubliceerd in Vastgoedmarkt november 2009.

Reageer op dit artikel