blog

35 Jaar Vastgoedmarkt

Geen categorie

Ik ben blij voor Ed Maas, Eddy de Kroes en Aad Ruijgrok. Daar is geen ironie bij.

Als je jarenlang in de media bent afgebrand zoals dit drietal vanwege de beschuldiging van betrokkenheid bij het handelen met voorkennis in aandelen VHS, en je komt weg met een lichte boete ‘vanwege het niet melden van aandelentransacties’ dan ben je blijkbaar toch niet zo slecht. Deze uitspraak analyserend moet ik concluderen dat het OM er niet in is geslaagd om onweerlegbaar te bewijzen dat Maas c.s. verwerpelijk hebben gehandeld. Dat kan twee dingen betekenen. De zaak-Maas is door het OM verkeerd ingeschat. Maar het kan ook zo zijn, dat onze wetten niet voldoen en dan is het aan het parlement ervoor te zorgen dat onze wetgeving wordt aangescherpt.

Op deze plek heb ik meermalen betoogd dat de vastgoedsector een imagoprobleem heeft. Er valt nog heel wat te verbeteren in de handel en wandel rond vastgoed en daarom is het een goede zaak dat de sector zelf de grenzen aangeeft wat wel en niet kan en mag. Ik juich maatregelen toe om fraude bij vastgoed aan te pakken, zoals die het afgelopen jaar zijn geformuleerd door de IVBN en de Neprom, en heb geen enkel probleem met de maatregelen die het kabinet en parlement hebben aangekondigd om fraude in de sector hard aan te pakken.

Daar staat tegenover dat ik er nog altijd van overtuigd ben dat verreweg het grootste deel van de sector precies weet hoe te handelen, maar ook weet dat elke kist rotte appels telt en dat het vlees soms zwak is. Zeker is dat de commercieel vastgoedsector – mede dankzij Vastgoedmarkt, zo ijdel zijn we ook wel weer – de afgelopen 35 jaar een stevige stap heeft gezet op de weg naar meer professionaliteit, meer transparantie en een grotere maatschappelijke verantwoordelijkheid. Incidenten, en zo nu en dan ook ernstige, zullen altijd blijven voorkomen, hoezeer de regels nog verder worden aangescherpt.

Ik heb ook meermalen mijn twijfels geuit over de rol van het Openbaar Ministerie en – met een zekere regelmaat – die van de media. In een rechtstaat is iemand pas schuldig als een onafhankelijke rechtbank daarover een uitspraak heeft gedaan en de media moeten daarom zeer voorzichtig zijn met hun berichtgeving om te voorkomen dat zij op de stoel van de rechter gaan zitten. Dat betekent niet dat de media schandalige praktijken niet moeten melden. Integendeel, wat bij de vastgoedtak van Philips Pensioenfonds of bij een corporatie als Rochdale is gebeurd, is zo duidelijk verkeerd, dat het zelfs de taak is van de media om daarover zo uitgebreid mogelijk te berichten en zelfs informatie aan te dragen die mogelijk bij Justitie (nog) niet bekend is.

In het geval van Maas c.s. doet het er niet meer toe, want de rechtbank heeft zijn vonnis uitgesproken op basis van de bestaande wetgeving en het aangedragen bewijsmateriaal van het OM. En als er dan ‘slechts’ een veroordeling van 75.000 euro uitkomt voor iemand die vele malen miljonair is, vraag ik me af of al dat onderzoek, al die advocatenkosten, al die uren van afluisteren, al die zittingsdata, al die dossiers dit rechtvaardigen. Daar komt nog bij dat Maas, De Kroes en Ruijgrok in feite toch zijn veroordeeld en wel door de media. Die hebben immers door hun aandacht aan deze zaak – soms met een sensationeel tintje – eraan bijgedragen dat de heren in feite zwaarder zijn gestraft dan de rechtbank heeft gedaan. Trial by media heet dat. Er zijn zelfs rechters die de wijze waarop de media over personen berichten meenemen in het uiteindelijke vonnis (zie de uitspraak over de affaire Cees de Jong). Mijn rechtsgevoel is daarmee niet bepaald bevredigd.

Het is nu ruim anderhalf jaar geleden dat de Fiod/ECD overging tot de arrestatie van een aantal vastgoedmannen in wat de grootste opsporingszaak in de geschiedenis van de Nederlandse rechtspraak wordt genoemd. Tientallen personen zijn inmiddels verdacht verklaard en honderden rechercheurs, officieren van justitie en deskundigen houden zich er nog altijd mee bezig. Het lijkt een werkgelegenheidsproject in crisistijd. Door de berichtgeving over deze zaak zijn de personen, die als verdacht zijn aangemerkt, voor een deel zonder inkomsten komen te zitten en is hun reputatie op de mesthoop beland. Toch is tot op heden niemand aangeklaagd, maar trial by media heeft er wel toe geleid dat een aantal personen zwaar is veroordeeld zonder dat er een rechter aan te pas is gekomen. Mogelijk gaat dat pas over 35 jaar gebeuren, zeg ik met veel ironie.

Ik heb gehoord dat het Openbaar Ministerie op dit moment niet meer weet welke weg er in deze zaak moet worden bewandeld. Daarom hebben ze zeker Joost Tonino ingehuurd, iemand waarop zeker het een en ander valt aan te merken. Ik vraag me verder af wat deze zaak inmiddels heeft gekost en nog gaat kosten aan onderzoek, inzetten van opsporingsambtenaren, afluisteren en procesdagen. Ik voorspel dat in deze spraakmakende zaak het kleine geldboetes, voorwaardelijke straffen en taakstraffen zal regenen en dat slechts in een paar gevallen er zwaardere vonnissen zullen worden geveld. Ik durf nu al een weddenschap aan te gaan: de kosten van de hele procesgang zullen niet opwegen tegen de inkomsten uit de vonnissen. Ondertussen is de schade voor de meeste hoofdpersonen en ook voor de sector zelf al lang niet meer in geld uit te drukken. Ik vrees dat het nog zeker 35 jaar zal duren voordat ons parlement een einde maakt aan deze belachelijke vorm van rechtsgang.

Deze column is eerder gepubliceerd in Vastgoedmarkt april 2009.

Reageer op dit artikel