nieuws

Conijn: Vestia blijft het moeilijk houden

Financieel

Vestia zit in moeilijkheden door de derivaten die tegen rentestijging moesten beschermen is de algemene teneur. Maar volgens Johan Conijn zijn het nu vooral de langlopende leningen die herstel in de weg staan.

Conijn: Vestia blijft het moeilijk houden

Kern van het probleem is volgens Conijn dat Vestia voor een zeer lange periode, lopend tot 2060, leningen heeft afgesloten tegen een vaste rente, gemiddeld 4,2 procent. ‘Met de dalende marktrente zijn dat voor de banken zeer aantrekkelijke leningen, want de marktwaarde van de leningen stijgt. Eind 2018 was de marktwaarde van de leningen van Vestia 8,0 miljard euro. Bij een rentedaling van één procentpunt, die zich sinds eind 2018 heeft voorgedaan, komt de marktwaarde van de leningen uit op maar liefst 10,1 miljard euro! Tegenover deze schuld van Vestia staat een marktwaarde van de woningen van 9,4 miljard euro. Een corporatie voert echter geen marktconform beleid, waardoor de marktwaarde niet wordt gerealiseerd. Op basis van het feitelijke beleid van een corporatie hebben de woningen een lagere waarde: de beleidswaarde. De beleidswaarde van de woningen van Vestia was ultimo 2018 ‘slechts’ 6,4 miljard. Een enorm verschil met de marktwaarde van de leningen, oftewel de schuld die Vestia nog heeft uitstaan,’ zegt Conijn in het FD.

Verbeterplan

Al sinds 2012 is Vestia bezig met de uitvoering van een verbeterplan. Dat was aanvankelijk vooral gericht op de slechte liquiditeitspositie. Onderdeel van het plan was ook een saneringsbijdrage van 675 miljoen euro van de andere corporaties. De uitvoering van het verbeterplan is glansrijk geslaagd. Vesta heeft nu zelfs een overschot aan liquiditeiten. Maar Vestia kan deze liquiditeiten niet gebruiken voor de aflossing van de leningen en daarmee wordt het vermogensprobleem niet opgelost. Het geld is deels gestald met een negatieve rente bij verschillende banken.

Onlangs maakte Vestia bekend ruim tienduizend woningen van haar bezit te willen slijten aan andere corporaties. De woningbouwvereniging wil zich gaan concentreren op haar belangrijkste verzorgingsgebied: Rotterdam, Den Haag, Delft en Zoetermeer. Met de opbrengst van de verkoop wil Vestia een deel van de schulden inlossen die de corporatie moest aangaan om overeind te blijven na het derivatenschandaal in 2012. Het gaat daarbij om 9.324 Vestiawoningen, 14 procent van het totale woningbezit van Vestia. Het zal moeten blijken of deze woningcorporaties bereid zijn – en de financiële ruimte hebben – om de Vestiawoningen tegen de marktwaarde over te nemen. Dat is niet vanzelfsprekend. De investeringsruimte van woningcorporaties staat namelijk erg onder druk, mede omdat zij binnenkort alle woningen moeten verduurzamen.

Als de verkopen desondanks slagen, is het volkshuisvestelijke probleem in de betreffende gemeenten opgelost. Het vermogensprobleem van Vestia echter nog niet. Dat blijft, zij het in iets mindere mate, nog steeds bestaan aldus Conijn.

Reageer op dit artikel