nieuws

gunstige conclusie over monumentenvrijstelling

Financieel

De Advocaat Generaal van de Hoge Raad heeft op 24 november 2005 een gunstige conclusie genomen over de monumentenvrijstelling voor de overdrachtsbelasting, berichten Jeroen Elink Schuurman en Aad Rozendal van de Real Estate Group van PricewaterhouseCoopers.

Een vennootschap die hoofdzakelijk de instandhouding van monumenten in de zin van de Monumentenwet 1988 ten doel heeft, verkreeg de aandelen in een andere vennootschap die eigenaar was van een monument (een zogenaamd monumentenlichaam). In geschil was of de verkrijging van aandelen in een monumentenlichaam ook onder de monumentenvrijstelling voor de overdrachtsbelasting kan vallen. Hof Den Haag (25 november 2004, nr 2003/01543) besliste dat volgens de duidelijke tekst van de wet, onderhavige vrijstelling alleen van toepassing is op de rechtstreekse verkrijging van monumenten en niet op de verkrijging van aandelen in een monumentenlichaam. Belanghebbende is tegen deze uitspraak in cassatie gegaan. De Advocaat Generaal adviseert nu om het cassatieberoep van belanghebbende gegrond te verklaren. Hij is namelijk van mening dat de tekst van de monumentenvrijstelling niet zo duidelijk is als het Hof stelt. Verkrijging van aandelen in een vastgoedlichaam leidt in beginsel tot heffing van overdrachtsbelasting in gevallen waarin een verkrijging van de ‘achterliggende’ onroerende zaak ook tot heffing zou leiden. Dat betekent naar het oordeel van de Advocaat Generaal dat geen heffing mag plaatsvinden in gevallen waarin de verkrijging van de ‘achterliggende’ onroerende zaak ook niet tot heffing zou leiden. Dit zou er namelijk toe leiden dat in strijd met de bedoeling van de wetgever wordt gehandeld.In zijn brief van 16 februari 2005 gaf de staatssecretaris van Financiën nog aan dat de monumentenvrijstelling in de overdrachtsbelasting wordt toegepast conform de wettelijke bepalingen. Er was gevraagd of deze vrijstelling moet worden aangevuld met een vrijstelling bij de verkrijging van aandelen in monumentenlichamen. Hierop antwoordde de staatssecretaris dat hij zou bezien in hoeverre de monumentenvrijstelling leidt tot knelpunten en dat hij zo nodig voorstellen tot aanpassing zou doen. Indien de Hoge Raad het advies van de Advocaat Generaal overneemt, is de aanpassing van de monumentenvrijstelling op dit punt in ieder geval niet meer nodig. In dat geval zou komen vast te staan dat – ook op basis van de huidige wet – de monumentenvrijstelling kan worden toegepast op de verkrijging van aandelen in een monumentenlichaam. Voor vastgoedinvesteerders zou dit een verruiming betekenen van de mogelijkheden om op fiscaal efficiënte wijze monumentenpanden te acquireren.

Reageer op dit artikel