nieuws

Gerechtshof positief over fiscaal afschrijven door vastgoedondernemingen

Financieel

Op 1 september 2004 heeft het Gerechtshof in Amsterdam uitspraak gedaan in een door PricewaterhouseCoopers gevoerde proefprocedure over fiscale afschrijvingen.

Geprocedeerd is namens een aantal participanten in vastgoedmaatschappen, waaronder een BV. Dit staat vermeld in Vastgoedmarkt van september 2004, die vandaag verschijnt.De inzet van het geding was of door de participant kan worden afgeschreven op de door de maatschappen gehouden onroerende zaken. De fiscus stelt zich op het standpunt dat niet tot nauwelijks kan worden afgeschreven, omdat de restwaarde van de objecten – volgens de berekeningen van de fiscus – slechts fractioneel lager ligt dan de kostprijs. Het Hof heeft nu onder andere geoordeeld dat de restwaardeberekening van de fiscus ten onrechte rekening houdt met inflatie en andere omstandigheden die de waardeontwikkeling kunnen beïnvloeden. Daarnaast overweegt het Hof dat – in tegenstelling tot waar de fiscus vanuit gaat – in beginsel geen rekening hoeft te worden gehouden met de restwaarde van de grond. Volgens het Hof kan de afschrijving worden bepaald op basis van de kostprijs en de restwaarde van het opstal. Voor het toe te passen afschrijvingspercentage sluit het Hof in belangrijke mate aan bij de rapporten vervaardigd door de waarderingsdeskundige van belanghebbende. In deze rapporten is het afschrijvingspercentage op basis van de componentenmethode bepaald. De Belastingdienst kan tegen deze uitspraak nog beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad. In Vastgoedmarkt van oktober 2004 zullen Jeroen Elink Schuurman en Erik Molenaar van de Real Estate Group van PricewaterhouseCoopers uitgebreid ingaan op deze uitspraak.     

Reageer op dit artikel