nieuws

Ernst & Young: enthousiasme bij banken over IFRS sterk afgenomen

Financieel

Het enthousiasme bij Nederlandse beursgenoteerde banken voor de nieuwe verslaggevingregels (IFRS) is in vergelijking met twee jaar geleden flink afgenomen.

Meer dan de helft van de banken vindt het toepassen van IFRS voor de vergelijkbaarheid van jaarcijfers inmiddels een slechte zaak. Iets minder dan de helft denkt dat IFRS het inzicht in de financiële positie en de resultaten niet verbetert. Dit blijkt uit onderzoek door Ernst & Young onder xestien banken met een gezamenlijk marktvolume in Nederland van 90 procent. Zoals bekend moeten beursgenoteerde ondernemingen met ingang van boekjaar 2005 hun jaarrekening opstellen in lijn met International Financial Reporting Standards (IFRS): een nieuwe set van verslaggevingregels. Dit moet leiden tot een betere vergelijkbaarheid van jaarcijfers. Bovendien verwachten regelgevers dat het inzicht in de financiële positie en de resultaten van bedrijven onder IFRS wordt vergroot. Niet alle banken in Nederland zijn hiervan overtuigd. De belangrijkste uitkomsten van het onderzoek van Ernst & Young zijn: – banken hebben gemiddeld 70 procent van de voorbereidingen op IFRS gerealiseerd; – 44 procent van de banken (2002: 64 procent) vindt toepassing van IFRS voor de vergelijkbaarheid van de jaarcijfers van banken een goede zaak. 56 Procent vindt dat niet; – 31 procent van de banken (2002: 61 procent) is van mening dat door toepassing van IFRS het inzicht in de financiële positie en de resultaten wordt verbeterd. Bijna de helft van de banken (2002: 29 procent) denkt het tegenovergestelde; – ongeveer tweederde van de banken (2002: ruim de helft) is van mening dat toepassing van IFRS van invloed is op de wijze waarop de risico’s van de bank worden beheerst en waarop het asset & liability management in de toekomst plaatsvindt; – veel banken zijn van mening dat de (korte termijn) resultaten onder IFRS aan grote schommelingen onderhevig kunnen zijn; – terwijl de kleine banken nog enigszins zijn verdeeld in hun mening, nemen de grote banken in het onderzoek duidelijk stelling tegen full fair value accounting (resultaatbepaling op basis van waardering van alle activa en passiva tegen reële waarde); – de eisen voor documentatie en effectiviteit van afdekkingstransacties (hedges) zijn onder IFRS een stuk strenger. De meeste transacties die nu volgens de geldende regels als hedge worden aangemerkt, kwalificeren onder IFRS niet als hedge. De banken staan voor de keuze om te investeren in administratieve procedures om hedge accounting onder IFRS mogelijk te maken of hier vanaf te zien. Dat laatste zal leiden tot grotere fluctuaties van perioderesultaten; – eenderde van de banken (2002: bijna de helft) is van mening dat de toepassing van IFRS de marktwerking zal stimuleren. Zo’n 38 procent van de banken (2002: 21 procent) deelt deze mening niet, terwijl één op de drie banken hierover (nog) geen mening heeft; – veel banken hebben de technische problemen rond IFRS nog niet opgelost. De reden hiervoor is dat definitieve regelgeving en goedkeuring hiervan door de Europese Unie lang op zich lieten wachten. Zo heeft bijna de helft van de banken nog niet bepaald of zij IFRS volledig zullen toepassen indien de Europese Unie IAS 32 en IAS 39 niet tijdig goedkeurt. Slechts enkele banken hebben bepaald of zij hedge-accounting voor macro-hedges zullen toepassen.     

Reageer op dit artikel