blog

Een beetje genoegdoening voor Joop Leliveld

Financieel

Een beetje genoegdoening voor Joop Leliveld
Ruud de Wit

Joop Leliveld! Wie kent hem nog in de vastgoedwereld?

Ooit eigenaar van het bouwbedrijf Midreth en nauw betrokken bij prestigieuze projecten als de verbouwing van het Stedelijk Museum in Amsterdam, de bouw van voetbalstadion Galgenwaard in Utrecht, het beoogde Scheringa Museum en het AZ-stadion in Noord-Holland, de herontwikkeling van het voormalige kantoor van ABN Amro in Amsterdam tot het multifunctionele project The Bank en de bouw van een vakantiewoningenproject bij Vinkenveen langs de A2 en van Seaport Marina in IJmuiden. De laatste twee projecten werden overigens uitgevoerd in opdracht van en in nauwe samenwerking met de geliquideerde vastgoedondernemer Willem Endstra en diens compagnon Klaas Hummel.

Waarlijk, een aardige staat van dienst en dat voor iemand die ooit de weg naar publieke bekendheid op wandelde als keeper van Stormvogels, Elinkwijk en in 1970 als eerste betaalde goalie van FC Utrecht, totdat een blessure hem dwong te stoppen. Leliveld was namelijk eerder in zijn profloopbaan een nier kwijtgeraakt bij een ongelukkige botsing op het voetbalveld. Dat hinderde hem niet om een geslaagde carrière te starten in de bouw en het vastgoed.

Zoals zoveel bouw- en vastgoedbedrijven werd het bijna veertig jaar oude Midreth aan het einde van het vorig decennium getroffen door de vastgoedcrisis. Te hoog gefinancierd, maar vooral omdat het bedrijf in de gang naar een nog betere toekomst te optimistisch had begroot bij het inschrijven op projecten. In 2010 kwam het door velen verwachte einde. Aanvankelijk kon een faillissement worden afgewend door een kapitaalinjectie van een groepje investeerders, onder wie Cor van Zadelhoff, Dik Wessels en Lesley Bamberger, samen met Rabobank.

‘Het eerste wat de bank doet, is de rente verhogen’

Maar al snel bleek ook met die kapitaalinjectie het bedrijf niet te redden, mede door het faillissement van een van de opdrachtgevers, Dirk Scheringa. In een recent interview in het FD zegt de tachtigjarige Van Zadelhoff daarover: ‘In dit geval waren Rabobank en de anderen er echt op uit om Midreth te redden. In het algemeen vind ik het wel naar dat, als een debiteur niet meer kan betalen, het eerste wat de bank doet de rente verhogen is, terwijl een klant dat niet kan betalen. Zo brengen ze iemand dichter bij een faillissement. Dat is wat er gebeurd is.’

De gevolgen van het faillissement van Midreth waren desastreus. Niet alleen voor Leliveld, zijn bedrijf en zijn werknemers, maar ook voor een aantal projecten waaraan hij zich met Midreth had gecommitteerd. De gedupeerde partijen meldden zich dan ook snel bij de curatoren, omdat ze meenden veel geld van Leliveld en zijn Memid Investments te goed te hebben. De belangrijkste schuldeisers waren SNS Property Finance en Rabobank via FGH Bank. Het totale bedrag dat door de banken werd geclaimd, zou zelfs oplopen tot 200 miljoen euro. In 2016 legden de curatoren voor 16 miljoen euro beslag op vastgoed en andere bezittingen van Leliveld.

Teloorgang van Midreth krijgt onverwachte wending

De teloorgang van Midreth en het vooral voor Leliveld betreurenswaardige einde van zijn levenswerk, kreeg in maart dit jaar een onverwachte wending. Leliveld heeft zich namelijk nooit neergelegd bij de manier waarop met name de Rabobank hem heeft behandeld toen zijn bedrijf in problemen kwam. Het gerechtshof in Arnhem veroordeelde Rabobank – als huisbankier van Midreth – voor ‘een samenhangend geheel van onrechtmatige gedragingen’.

Dat zou, volgens de rechtbank zijn gebeurd, door de klant ‘zeer nadelige’ en ‘excessieve’ financiële condities op te leggen. Het gerechtshof noemde die condities ‘onrechtmatig en in strijd met de op haar rustende zorgplicht’. De uitspraak – waartegen Rabobank ongetwijfeld in beroep zal gaan – opent de weg tot een forse schadeclaim die kan oplopen tot vele tientallen miljoen euro.

Ik kan me wel vinden in deze uitspraak. Toen de vastgoedcrisis in 2008 uitbrak en vele bedrijven in de problemen bracht, is wel erg gemakkelijk de schuld en verantwoordelijkheid gelegd bij marktpartijen, die blijkbaar te grote risico’s hadden genomen. De rol van de banken daarbij is ten onrechte naar de achtergrond geschoven. Dat het hof in Arnhem nu de verantwoordelijkheid van de Rabobank – maar eigenlijk van alle banken – in de financiële problemen van hun klanten expliciet aan de kaak heeft gesteld, zal beslist een precedentwerking hebben. Simpelweg omdat je van een bank – die goed heeft verdiend aan zijn klanten toen het economisch allemaal geweldig ging – mag verwachten dat zij die klant ook blijft helpen als het minder gaat. En dus niet nog eens het vel over de oren trekt, zoals de Rabobank blijkbaar heeft gedaan.

Ook anderen kijken of zij kans maken op compensatie

Eigenaren van en beleggers ineens succesvolle, fatsoenlijke bedrijven die tussen 2008 en 2013 in de problemen raakten, zullen nu ongetwijfeld de boeken in duiken om te kijken of zij, op basis van de uitspraak van het gerechtshof in Arnhem, ook kans maken op compensatie. En niet alleen de Rabobank moet zich daar zorgen over maken, ook de andere banken die vanaf het begin van dit decennium er werk van hebben gemaakt om van hun ooit zo omarmde, maar daarna in de problemen geraakte klanten af te komen.

Reageer op dit artikel