nieuws

Gezinnen verlaten grote stad

Beleggingen

Zodra er kinderen komen zoekt een toenemend percentage inwoners van de vier grote steden in een kleinere plaats woonruimte, zo blijkt uit cijfers van het CBS. 

Gezinnen verlaten grote stad

Uit Den Haag vertrokken de laatste jaren maar iets meer jonge gezinnen dan uit de middelgrote gemeenten, 6 procent in 2018. Uit Amsterdam vertrokken relatief de meeste jonge gezinnen, bijna 12 procent. Utrecht (9 procent) en Rotterdam (8 procent) zitten ertussenin. Het vertrekpercentage van jonge gezinnen uit de stad nam vanaf 2014 elk jaar toe en daalde in 2018 licht. De vertrekcijfers liggen nog steeds op of boven het langjarige gemiddelde van voor 2009.

Uit alle vier de grote steden vertrokken meer gezinnen naar andere gemeenten dan andersom. Gezinnen verhuizen vooral als de kinderen nog niet naar de basisschool gaan, met name naar kleinere gemeenten in de regio.

Zonder kinderen

In bijna alle Nederlandse gemeenten verhuizen stellen met kinderen veel minder dan stellen zonder kinderen. De grote steden, en vooral Amsterdam, vormen hierop een uitzondering. Amsterdam is de enige gemeente waaruit jonge gezinnen vaker vertrekken dan stellen tot 40 jaar zonder kinderen. Uit Rotterdam en Utrecht vertrekken jonge gezinnen bijna net zo vaak als stellen zonder kinderen.

Jonge gezinnen

Het patroon in Den Haag lijkt het meest op dat in middelgrote en kleine gemeenten: jonge gezinnen verlaten de Hofstad aanzienlijk minder vaak dan stellen zonder kinderen. Uit eerder onderzoek van het CBS bleek dat 27 procent (Den Haag) tot 40 procent (Amsterdam) van de gezinnen binnen vier jaar na de geboorte van het eerste kind uit een van de grote steden verhuisde.

Te weinig kamers

In Amsterdam wonen naar verhouding de meeste gezinnen met kinderen in een woning met minder kamers dan gezinsleden (25 procent). In Utrecht was dat met 10 procent veel lager en is het vergelijkbaar met de woningen van gezinnen buiten de vier grote steden (6 procent). De woonruimte van gezinnen in Rotterdam en Den Haag ligt tussen die in Utrecht en Amsterdam in.

Geen tuin

Amsterdamse gezinnen hebben niet alleen de minste woonruimte, zij hebben ook minder vaak een tuin dan gezinnen in andere gemeenten. Van de gezinnen in Amsterdam heeft 46 procent een tuin. Het verschil met Utrecht is groot: 84 procent van de Utrechtse gezinnen heeft een tuin. Ook wat dit betreft lijkt Utrecht meer op de overige gemeenten dan op de andere grote steden. Rotterdam en Den Haag liggen ook wat betreft gezinnen met een tuin tussen Amsterdam en Utrecht in.

Hogere inkomens

Hoe hoger het huishoudensinkomen van jonge gezinnen is, hoe groter de kans dat zij vanuit de grote steden naar een andere gemeente verhuizen. Van de jonge gezinnen die behoren tot de hoogste 20%-inkomensgroep verhuisde 11 procent in 2018 vanuit een van de vier grote steden naar een andere gemeente. Bij de laagste 20%-inkomensgroep was dit 5 procent.

Migranten blijven

Jonge gezinnen met een migratieachtergrond verhuizen minder vaak uit de grote stad. Van de gezinnen met een Turkse of Marokkaanse achtergrond verhuisde 4 procent vanuit een van de vier grote steden, tegen 12 procent van de jonge gezinnen zonder migratieachtergrond.

Reageer op dit artikel