blog

De ‘niet-zo-handige jongens en meisjes’ van de overheid

Beleggingen

Ik ben een fan van Paulien Cornelisse. Haar laatste boek ‘Taal voor de leuk’ heb ik verslonden.

De ‘niet-zo-handige jongens en meisjes’ van de overheid
Ruud de Wit

Een mooi citaat: ‘Omdat de taal zowel van de spreker als van de luisteraar is, gaat het de hele dag nét goed en bijna fout. Of bijna goed en nét fout.’

Dat ‘bijna goed en nét fout’ (of omgekeerd) trof me – en dan letterlijk – bij de kop boven een aantal recente artikelen over een gronddeal tussen NS, ProRail en een paar particuliere vastgoedondernemers. ‘ProRail betaalde miljoenen voor grond aan ‘handige jongens’ berichtte de NOS op zijn website en Follow the Money (FTM) had het zelfs over de ‘handige jongens’-kwestie’. De SP en D66 hebben inmiddels over die ‘handige jongens’-kwestie Kamervragen gesteld. In één artikel werd er trouwens over ‘snelle jongens’ gesproken.

Handige jongens

De aanleiding vormt een artikelenreeks in het AD over het gegeven dat ProRail de afgelopen jaren duizenden stukken grond langs het Nederlandse spoor voor tientallen miljoenen euro’s van private handelaren heeft gekocht, gronden die eerder door NS voor slechts één euro waren afgestoten, nota bene met een miljoenenbedrag aan premie. De basis van het opnemen van ‘handige jongens’ in de koppen van de artikelen is overigens een quote in het AD, waarbij een woordvoerder van ProRail zegt: ‘Niemand had van tevoren kunnen bedenken dat het zo zou lopen. Dit zijn handige jongens die ergens geld in zien’.

Dat is nét goed of bijna fout, lees ik er toch in. Volgens Van Dale heeft ‘handig’ twee betekenissen: ‘vaardig met je handen’ en ‘gemakkelijk te hanteren’. Dus met een positieve strekking. Maar bij verdere bestudering van het gebruik van het woord komt er een brede reeks van toepassingen naar voren, variërend van ‘aardig’, tot ‘gewiekst’, ‘bijdehand’ en ‘geroutineerd’ toe. Toch kan ik me niet aan de indruk onttrekken, dat de woordvoerder van ProRail de investeerders in de grond van NS met de kwalificatie ‘handig’ niet bepaald positief wilde afschilderen, zeker niet in de combinatie met het zelfstandig naamwoord ‘jongens’. Ik ben er vrij zeker van dat de lezer de kopers van de oorspronkelijke deal vooral negatief beoordelen, als personen dus die wel erg makkelijk hebben geprofiteerd van de klunzigheid van NS, ProRail en de overheid. Eigenlijk worden de kopers van de stukken grond weggezet als ‘nog nét niet criminelen’, wat ook te maken zal hebben met het gegeven dat ‘vastgoed’ door velen als ‘onfatsoenlijk’ en ‘bijna crimineel’ wordt beschouwd.

Dat de NS via NS Vastgoed – voorheen NS Poort en nu NS Stations – grond koopt en verkoopt, is geen nieuws. Na de opsplitsing van de Spoorwegen in 1995 tot NS (gericht op het vervoer per trein en de exploitatie van de stations ) en het latere ProRail, met als taak het aanleggen en onderhouden van het railnetwerk, is het vastgoedaspect van de NS steeds belangrijker geworden. Met name onder leiding van good old Kees de Boo is die professionalisering van het onderliggend NS-vastgoed aangepakt. De exacte omvang van het grondbezit van de NS heb ik nergens kunnen achterhalen, maar ik herinner me dat de opvolgster van De Boo, Pamela Bouwmeester op de Provada van 2007 het had over ongeveer 4.000 hectare grond, verspreid over het hele land. ‘Grond die we niet per se nodig hebben, verkopen we,’ zei ze toen en ze verwachtte dat NS een derde tot de helft van het grondbezit zou afstoten.

In professionele vastgoedkringen was tien jaar geleden echter weinig belangstelling voor dit deel van het bezit van NS Vastgoed. Wat moet je ook met een strookje grond van een halve meter langs een spoorlijn of met een woning waar de hele dag treinen langs denderen? Al die kleine stukjes grond vereisen onderhoud en er moet ook WOZ over worden betaald, neem ik aan. Ja, voor stukken grond waarop corporaties en ontwikkelaars woningen konden realiseren of kantoorgebouwen konden neerzetten, daar was belangstelling genoeg voor. Maar die heeft de NS dan ook voor een belangrijk deel zelf gehouden of tegen goede prijzen verkocht.

Dat de op papier ‘waardeloze’ stukken grond uiteindelijk via een tender niet bij gerenommeerde vastgoedpartijen terecht zijn gekomen, maar voor vrijwel niets bij ‘handige jongens’ is helemaal niet verbazingwekkend. En dat deze ‘slimmeriken’ ook nog tot tweemaal toe acht miljoen euro erbij kregen voor de eerste kosten van onderhoud, is eveneens te begrijpen. De NS wilde gewoon van die stukken grond vanaf, omdat ze nu eenmaal niet in hun prioriteiten pasten en slechts een kostenpost vormden.

De werkelijk ‘niet-zo-handige jongens en meisjes’ moeten niet bij de particuliere vastgoedinvesteerders worden gezocht, maar bij de ministeries van Financiën en Verkeer en Waterstaat. Die twee ministeries zijn namelijk de controleurs van NS en ProRail, voor 100 procent eigendom van de Staat. Zij hebben NS verboden de toen waardeloos geachte stukken grond over te hevelen naar ProRail. Dat nu, achteraf, blijkt dat juist ProRail enorm in de beurs heeft moeten tasten, om die toch niet zo waardeloze stukjes grond alsnog in eigendom te krijgen, is in de eerste plaats een verantwoordelijkheid van de betrokken ministers en dus van de politiek. Die heeft aantoonbaar met open ogen staan slapen en weer een kostbaar belastinggeld verspild.

Paulien Cornelisse moet beslist voortgaan met haar stukjes over taal. ‘Taal is inderdaad voor de leuk’. En die ‘handige jongens’, die hebben gewoon gebruik gemaakt van mogelijkheden en kansen die anderen niet zagen. Dat ze vervolgens onderling ruzie hebben gekregen, zoals Follow the Money beschrijft, geeft aan dat ze toch niet zo handig zijn. Ik vind dat ze vooral ‘slim’ zijn geweest in deze zaak en ‘ondernemend’. In ieder geval zeker niet ‘bijna goed of nét fout’ (of omgekeerd), zoals de media en de politiek nu gemakzuchtig suggereren.

 

Reageer op dit artikel