nieuws

Dit betekent het Klimaatakkoord voor de woningmarkt

Projectontwikkeling

De sectortafel Gebouwde Omgeving heeft zijn voorstellen op tafel gelegd. Per jaar zullen vanaf 2021 50.000 woningen van het gas moeten, oplopend tot 200.000 per jaar.

Dit betekent het Klimaatakkoord voor de woningmarkt
Vastgoedmarkt Ontbijtsessie Logistiek 12 juni 2018

Dat schrijven de 24 deelnemende partijen van de sectortafel onder leiding van Diederik Samsom in hun Voorstel voor hoofdlijnen van het Klimaatakkoord. De opgave is de duurzame transformatie van 7 miljoen huizen en 1 miljoen gebouwen, die veelal matig geïsoleerd en vrijwel allemaal verwarmd door aardgas. Die worden getransformeerd naar goed geïsoleerde woningen en gebouwen, verwarmd met duurzame energie en waarin schone elektriciteit wordt gebruikt of zelfs opgewekt.

‘Dat betekent ruwweg 50.000 bestaande woningen per jaar verduurzamen in 2021 en ruim voor 2030 al in een ritme van 200.000 per jaar zitten. In dat geval kunnen we in 2030 gezamenlijk 3,4 Mton minder CO2 uitstoten dan in het referentiescenario. Zo’n verbouwing is een enorme opgave. Maar we hebben tot 2050. Dit kunnen we uitvoeren, mits we het gestructureerd aanpakken en alle randvoorwaarden verbeteren’, aldus de ondertekenaars waaronder IVBN. Hoe IVBN-leden Bouwinvest en Altera Vastgoed de transformatie van hun woningportefeuilles aanpakken, leggen ze 11 september uit op de Vastgoedmarkt Ontbijtsessie Naar een gasloze woningmarkt.

Gemeenten zullen uiterlijk eind 2021 een transitievisie warmte vaststellen waarin het tijdspad waarin wijken worden verduurzaamd, is vastgelegd. Per wijk zal na samenspraak met gebouweigenaren uiteindelijk een gemeenteraadsbesluit over de precieze toekomstige energievoorziening worden genomen. Gemeenten, bewoners en gebouweigenaren worden daarbij geholpen door een door Rijk en medeoverheden opgezette leidraad, waarin de gevolgen voor keuzes per wijk op basis van objectieve data in beeld worden gebracht.

Isolatie of warmtepompen moeten tot een grotere besparing op de energierekening leiden, zodat die investeringen beter renderen. Dat doen we door datgene wat we meer willen gaan gebruiken – elektriciteit – lager te belasten en datgene wat we minder gaan gebruiken – aardgas – hoger. Een eerste stap kan in 2020 worden gezet met 5,5 ct/m3 erbij voor aardas en 2,7 ct/kWh eraf voor elektriciteit. Verder stappen zijn wenselijk en nodig. Daarvoor zijn diverse varianten mogelijk.

Berekeningen laten zien dat 20 ct/m3 bij aardgas erbij en 7,34 ct/kWh eraf bij elektriciteit ervoor zorgt dat isolatie en duurzame verwarmingsopties veel aantrekkelijker worden. Wanneer deze verschuiving wordt gecombineerd met een verhoging van de energiebelastingvermindering van 81 euro, wordt voor alle inkomensgroepen een neutraal tot positief koopkrachteffect bereikt. Het streven om alle woningen duurzaam te verwarmen kan slechts worden waargemaakt wanneer het aanbod van isolatiemaatregelen en van duurzame warmte drastisch wordt verhoogd en in prijs wordt verlaagd.

Daartoe hebben partijen afspraken gemaakt over meer en aantrekkelijker aanbod. Bouwbedrijven, warmteleveranciers en installateurs committeren zich aan gestage kostendalingen tot 2030 van 15 procent tot mogelijk 50 procent. De wijkgerichte aanpak zal vanaf 2021 vorm krijgen en ook het aanpassen van wetgeving zal nog enige tijd vergen. We willen en kunnen echter niet zo lang wachten met het begin van de transitie. Partijen hebben dus afspraken gemaakt om al zo snel mogelijk nieuwbouwwoningen en daartoe geschikte bestaande woningen en gebouwen te verduurzamen.

De wettelijke verplichting om nieuwbouwwoningen en utiliteitsgebouwen (<40 m3/u)) aan te sluiten op het aardgasnet komt per 1 juli 2018 te vervallen. Veel plannen zitten echter al in de pijplijn. Partijen hebben daarom afspraken gemaakt om te zorgen dat ook de projecten in de pijplijn zoveel mogelijk aardgasvrij worden opgeleverd. De afspraken gaan in op 1 juli 2018 en lopen tot eind 2021. De partijen werken toe naar het aardgasvrij realiseren van 75 procent van de totale nieuwbouw in de periode van 1 juli 2018 tot eind 2021.

Corporaties stellen bestaande woningen/woonblokken beschikbaar in geografische clustering rondom bestaande warmtenetten met een minimale afnamegarantie. Corporaties trekken hierin samen op met gemeenten en zijn bereid hun planningen aan te passen om zoveel mogelijk wijkgerichte uitrol mogelijk te maken.

Hiertoe zijn reeds enkele casussen uitgewerkt. Voor een ander deel van de corporatiewoningen bieden hybride warmtepompen of (collectieve) (bodem-) warmtepompen een aantrekkelijk alternatief. Hiermee kunnen in totaal 2019 17.500 in 2020 30.000 en in 2021 55.000 woningen worden getransformeerd naar aardgasvrij. Corporaties fungeren hiermee als startmotor van de transitie.

Reageer op dit artikel