nieuws

Nature Wonder World loopt vast op financiering

Projectontwikkeling

Eigenaar Jean Gelissen van het Noord-Limburgse pretpark Toverland presenteerde in 2011 plannen voor een nog ambitieuzer toeristisch project: Nature Wonder World. Beoogde locatie was Brunssum, de benodigde investering liep op tot 725 miljoen euro. Eind november 2017 viel het doek. 

Nature Wonder World loopt vast op financiering
Jean Gelissen

Het zal velen zijn ontgaan, maar het megapretpark Nature Wonder World op een voormalige mijnlocatie aan de oostflank van de Zuid-Limburgse gemeente Brunssum komt er definitief niet. Volgens initiatiefnemer Jean Gelissen en het Limburgs provinciebestuur komt dat vooral door een gebrek aan draagvlak in de gemeente, waar het immense leisurepark met een benodigde investering van 725 miljoen euro had moeten komen. Maar de werkelijke reden is dat het Gelissen niet is gelukt de noodzakelijke financiering bij elkaar te krijgen.

Hoewel het hier om een investering ging die ook voor Nederlandse begrippen aanzienlijk is, is er buiten de provincie de afgelopen zeven jaar nauwelijks belangstelling voor het plan geweest. Dat kan met gebrekkige marketing te maken hebben, maar waarschijnlijk is er buiten de Limburgse provinciegrenzen nooit serieus geloofd dat er van het project iets terecht zou komen. De projectplannen van Gelissen kenmerkten zich dan ook door een on-Nederlandse ambitie.

Geen avonturier

Jean Gelissen (53) is overigens zeker geen wilde (vastgoed)avonturier, maar een welvarende en geslaagde ondernemer. Hij is vooral bekend geworden van zijn attractiepark Toverland in Sevenum (Noord-Limburg), dat hij samen met zijn zus en directeur Caroline Kortooms runt. Ook is hij eigenaar van het afbouwbedrijf Gepla in Stein. Verder behoort ADD Ventures tot zijn portefeuille, een onderneming die zich richt zich op de ontwikkeling en implementatie van leisureconcepten. Hij wordt met zijn overkoepelende onderneming Gelissen Group in verband gebracht met andere leisureprojecten in de provincie en heeft zitting in de raad van toezicht van Vekoma Rides Manufacturing, de zeer succesvolle Midden-Limburgse onderneming die zich toelegt op het ontwerpen en fabriceren van roller coasters en Ferris wheels overal in de wereld.

De plannen voor een gigantisch pretpark dat de Zuid-Limburgse regio aan economische en toeristische impulsen zou moeten helpen, dateren van zeven jaar geleden. Toen had Gelissen het nog over een themapark, waarin de ‘zeven wereldwonderen’ een plek zouden krijgen. Het park zou verder een immens overdekt zwemparadijs krijgen, casino’s, een aantal hotels en 7500 parkeerplaatsen. Hij ging er aanvankelijk van uit dat hij de exploitatie rond zou kunnen krijgen met 2 miljoen jaarlijkse betalende bezoekers.

Een jaar geleden kondigde Gelissen, die op de steun van de provincie Limburg kon rekenen, aan dat hij voor het einde van 2017 de beslissing zou nemen of het project kon doorgaan. Hij presenteerde toen ook zijn verder uitgewerkte, maar ook afgeslankte plannen. Van de zeven oorspronkelijke natuurwonderen die hij had willen realiseren, bleven er drie over: de Grand Canyon, de Victoria Watervallen en de vulkaan Paticutin. De kosten van het plan werden er echter niet minder door. Hij noemde nu een bedrag van 725 miljoen euro. Ondersteuners van de plannen, behalve de provincie Limburg, zouden onder meer VolkerWessels, Vekoma, Cofely en zijn eigen Toverland zijn.

Financiering

Het sluitstuk van het plan was de afgelopen jaren steeds weer opnieuw de moeizame financiering. Gelissen hield echter vol dat die mogelijk was. De helft van de 725 miljoen euro zou immers worden opgebracht door private lokale investeerders. Die zouden het eigen vermogen aanleveren. ‘En de BV Nederland gaat zeker nog meer bijdragen,’ zei hij in een interview over het project. 30 procent moest dan van de banken moeten komen en de rest van de diverse overheden. Hierbij viel een minimaal bedrag van 75 miljoen euro.

Op de persconferentie, eind november, op het Gouvernement in Maastricht en in aanwezigheid van gedeputeerde Ger Koopmans, verklaarde Gelissen dat echter niet de financiering het obstakel was, maar voerde hij de politieke onrust in Brunssum aan om definitief een streep onder de plannen te zetten Hij sprak over ‘onvoldoende vertrouwen’. ‘Een grootschalig plan als dit heeft niet alleen een financieel fundament nodig; ook het politiek-bestuurlijk fundament bij de gemeente moet optimaal zijn.’

Op zich een vreemde reden, omdat nog niet zo lang geleden juist een meerderheid van de gemeenteraad in Brunssum akkoord was gegaan met een financiële bijdrage in het project van 2 miljoen euro. Maar Gelissen had wel gelijk in zijn veronderstelling dat het project in ieder geval in de gemeente niet breed gedragen werd. Brunssum is een voormalig mijnstadje met een kleine 30.000 inwoners en maakt samen met onder meer de aangrenzende gemeenten Heerlen, Landgraaf en Kerkrade deel uit van Parkstad. Maar de politieke onrust in de oostelijke mijnstreek, gedomineerd door Heerlen, is groot. Brunssum sprak zich eerder dit jaar nadrukkelijk uit tegen een opgelegde fusie met Heerlen, een kwestie waartegen ook buurgemeente Landgraaf zich verzet.

De gemeente verkeert ook om een andere reden in een diepe crisis. Jo Palmen (wethouder van de eigen BBB Lijst Palmen) is inzet van een hoogoplopend politiek debat. De oppositie in de gemeenteraad twijfelt ernstig aan zijn integriteit en wil de machtige, maar uiterst omstreden Palmen weg hebben, maar de coalitiepartijen denken daar anders over. Luc Wijnands, burgemeester van Brunssum en gouverneur Theo Bovens vinden ook dat de wethouder niet te handhaven is, omdat hij een risico vormt voor de bestuurbaarheid van de gemeente en zelfs Den Haag houdt zich nu bezig met het zwakke bestuur in de gemeente.

Dat Gelissen weinig vertrouwen heeft om met zo’n zwak bestuurde gemeente in een zo risicovol pretpark-project te stappen, is dus begrijpelijk. Burgemeester Luc Winants reageerde dan ook teleurgesteld, vooral omdat de gemeente de 2000 nieuwe banen, die Gelissen in het vooruitzicht had gesteld, van zijn lijstje kan schrappen. ‘Die werkgelegenheid hebben we nodig. Dat deze prachtkans nu aan ons voorbij gaat, is een hele zware domper,’ verklaarde hij tegen de lokale media.

Te ambitieus

Toch rijst de vraag of de plannen van Gelissen met Nature Wonder World niet veel te ambitieus waren. Het is altijd makkelijk de schuld van een vastgelopen vastgoedinitiatief van je af te schuiven en de verantwoordelijkheid voor het mislukken bij een relatief kleine gemeente als Brunssum te leggen. Dat verwijt van onrealistische ambitie kan ook bij de provincie worden gelegd. Gedeputeerde Koopmans was misschien nog wel bereid – na al een aanvankelijke donatie te hebben gedaan – er enige tientallen miljoenen extra in te steken, maar .dat werd zeker niet breed gedragen in de staten zelf. Gelissen zelf heeft steeds volgehouden dat de totale financiering alleen mogelijk was als de diverse overheden, inclusief provincie en gemeente, er minimaal 70 miljoen euro in zouden steken.

Naar buiten toe hield Gelissen vol, dat het voor hem geen probleem was de helft van het project te financieren via private investeerders. Het probleem waarmee hij – met name als gevolg van de vastgoedcrisis–werd geconfronteerd, was de aarzelende houding van de banken. Ook een poging om de vastgoedtak van de vermogensbeheerder APG –namens het pensioenfonds ABP – voor het project te interesseren, liep op niets uit. Zoals bekend staat het kantoor van het ABP in Heerlen en kan als het ware vanaf de top van het kantoorgebouw uitkijken op de locatie van het beoogde nieuwe pretpark. De reactie van APG was duidelijk: dit soort projecten, hoe sympathiek ook, passen niet in onze beleggingsvisie.

In de wandelgangen van het Gouvernement werd ook nog smalend gewezen op de wereldvreemde plannen van voormalig burgemeester Gerd Leers, die van Maastricht 15 jaar geleden een soort Europees Las Vegas wilde maken, met Ceasar’s Palace als belangrijkste investeerder en belanghebbende. Ook deze plannen verdwenen weer even snel als ze waren gelanceerd, maar kostten de gemeente Maastricht enige miljoenen euro’s aan onderzoek en aanloopkosten.

Toverland

Gelissen heeft met Nature Wonder World ondervonden dat het allemaal niet zo makkelijk gaat als je onvoorwaardelijk in je beste dromen gelooft. In ieder geval heeft hij het afgelopen jaar duidelijk te horen gekregen dat de verschillende overheden niet bereid zouden zijn zonder harde garantie tientallen miljoenen op tafel te leggen.

Daar komt nog bij dat Gelissen het met zijn Toverland – een voormalige deels overdekte speeltuin die sinds 2001 flink is gegroeid en 670.000 bezoekers per jaar trekt – al druk genoeg heeft. Toverland wordt op dit moment aangepakt en moet in 2018 anderhalf keer zo groot worden, met onder meer twee nieuwe superattracties. Met als doelstelling in 2022 de één-miljoen-grens aan betalende bezoekers te halen.

Deze uitbreiding moest, aldus de eerste kostenberekeningen, 30 miljoen euro kosten, maar dat bedrag is onlangs naar 35 miljoen euro bijgesteld. Het lukte Gelissen in ieder geval niet zelf deze uitbreiding helemaal te financieren (Toverland doet slechts voor 2,5 miljoen euro mee), maar moest daarvoor ook naar de provincie stappen. Gedeputeerde Koopmans kwam vervolgens met een lening van 2 miljoen euro aanzetten, iets wat bij een minderheid in de staten niet goed viel. Opvallend was dat ook coalitiepartij SP – samen met PVV en Partij voor de Dieren – tegenstemde.

Het zou zomaar kunnen dat de toch wat moeizame financiering van de uitbreiding van Toverland – waarvoor ook de banken niet onbeperkt wilden inspringen en er ook een tevergeefs beroep werd

gedaan op de Limburgse investeringsbank Liof – zeker heeft meegespeeld in de beslissing van Gelissen om niet verder te gaan met Nature Wonder World. Hoe sympathiek en ambitieus de plannen ook waren, ze waren ook niet realistisch en al helemaal niet te financieren. ‘Beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald’, zegt een aan de bijbel ontleend spreekwoord. Dat pas uitstekend bij het nu genomen besluit om met Nature Wonder World niet verder te gaan, ook al is niet iedereen het daar mee eens.

Zeker niet de directeur VVV Zuid-Limburg, Anya Niewierra: ‘Toen ik hoorde over het stopzeten van de plannen, dacht ik meteen aan een spreuk van de Amerikaanse auteur H. Jackson Brown: ‘Niets is duurder dan een gemiste kans’. Je moet altijd een kans pakken als die voorbijkomt, anders krijg je daar later spijt van. Dit wordt een heel dure gemiste kans.’ Voor de Limburgse politiek en belangstellende investeerders, ligt dit exact omgekeerd: die hebben gekeken naar het risico en hebben ervoor gezorgd dat de kans niet duur zou uitvallen.

Over de auteur
Ruud de Wit is voormalig hoofdredacteur van Vastgoedmarkt

Dit artikel is gepubliceerd in Vastgoedmarkt van januari 2018.

Foto's

Reageer op dit artikel