nieuws

Raad van State acht Vestia-heffing rechtmatig

Geen categorie

Het toenmalige Centraal Fonds voor de Volkshuisvesting mocht in 2013 aan alle Nederlandse woningcorporaties een Vestia-saneringsheffing van in totaal 508 miljoen euro opleggen. Een eventueel faillissement van Vestia zou de corporatiesector meer schade hebben toegebracht.

Dat blijkt uit een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 28 september. Woningstichting Den Helder, Stichting R.K. Woningstichting Ons Huis, Stichting Wetland Wonen Groep, Stichting Wonen Zuidwest Friesland, Stichting Lyaemer Wonen en Vereniging Mercatus gingen tegen deze ‘Vestia-heffing’ in hoger beroep. Volgens hen is die heffing onrechtmatig, omdat die is gebruikt om de financiële reserves van het fonds aan te zuiveren nadat die onrechtmatige steun zou hebben verleend aan Vestia.

Vestia kreeg steun voor het aflossen van de schulden die verband hielden met de afwikkeling van haar derivatenportefeuille. Naar het oordeel van ’s lands hoogste rechtscollege voldeed de saneringssteun aan Vestia aan de nieuwe, aangescherpte nationale regels voor de financiering van woningcorporaties die in overeenstemming zijn met de voorwaardelijke goedkeuring van de Europese Commissie. De steun hoefde om die reden ook niet aangemeld te worden bij de Europese Commissie. De steunverlening aan Vestia is dus rechtmatig.

Dat betekent ook dat de Vestia-heffing die aan de woningcorporaties is opgelegd, rechtmatig is. De saneringssteun aan Vestia is bovendien verleend in het belang van de volkshuisvesting. Omdat Vestia onvoldoende financiële middelen over had om haar volkshuisvestelijke taken te verrichten, mocht het CFV saneringssteun verlenen, zodat Vestia die taken weer kon uitvoeren. Daarnaast was met het verlenen van de saneringssteun aan Vestia, gefinancierd door alle andere corporaties, het volkshuisvestelijk belang meer gediend dan met een eventueel faillissement van Vestia.

De directe inning was volgens de bestuursrechters evenmin onrechtmatig. De keuze van het CFV om ineens 508 miljoen euro te heffen in plaats van jaarlijkse heffingen gedurende tien jaar, heeft namelijk een rentevoordeel opgeleverd van 50 miljoen euro. Daarmee is het beroep van de corporaties definitief ongegrond verklaard. Eerder had de bestuursrechter in Alkmaar hun bezwaren afgewezen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels