nieuws

Blok: corporaties kunnen 245.000 woningen bouwen

Geen categorie

Het is onjuist dat de verhuurdersheffing de woningproductie van woningcorporaties ernstig beperkt. Tussen 2016 en 2020 hebben ze financiële ruimte om 245.000 sociale woningen te realiseren, terwijl er maar 100.000 nodig zijn.

Blok: corporaties kunnen 245.000 woningen bouwen

Dat schrijft minister Stef Blok (Wonen) in een brief aan de Tweede Kamer op basis van berekeningen van Ortec Finance. Blok en de corporatiesector staan lijnrecht tegenover elkaar. Door de verhuurdersheffing is de planvoorraad van woningcorporaties de afgelopen jaren gedaald van 200.000 naar 118.000 woningen, schreef het Centrum Onderzoek Economie Lagere Overheden (Coelo) van Rijksuniversiteit Groningen op 9 juni. Het Coelo onderzocht de gevolgen in opdracht van Aedes, VNG en Woonbond.

Minister Blok is uitgegaan van de indicatieve investeringsruimte van alle woningcorporaties op basis van cijfers van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw. Op grond daarvan hebben de ongeveer 380 woningcorporaties in de periode 2016-2020 37,1 miljard euro beschikbaar voor de nieuwbouw van sociale huurwoningen, 28,3 miljard euro voor woningverbetering en 1,1 miljard euro voor een eventueel lager huurniveau. Bij stichtingskosten van gemiddeld 150.000 per woning, komt dit bedrag overeen met ongeveer 245.000 woningen, schrijft de minister. Uit WSW-cijfers blijkt dat corporaties tot en met 2020 al bijna 15 miljard euro voor nieuwbouw hebben gereserveerd. 

Ter vergelijking: in 2020 zijn volgens de studie Investeren in Nederland (juni 2015) van het Economisch instituut voor de Bouw (EIB) ongeveer 100.000 extra gereguleerde huurwoningen nodig. De bestedingsruimte bij corporaties kan wel aanzienlijk uiteen lopen en ook tussen gemeenten en woningmarktregio’s kunnen er verschillen zijn. Zo hebben 24 niet nader genoemde woningcorporaties geen bestedingsruimte bovenop de al voorgenomen werkzaamheden in 2016-2020. Deze 24 corporaties hebben gezamenlijk een kleine 200.000 sociale woningen.

Van deze 24 corporaties staan er vijf onder verscherpt financieel toezicht van de Autoriteit Woningcorporaties. Van de resterende negentien corporaties zijn er elf die volgens de modelmatige berekening weer positieve ratio’s hebben in 2020. Blok zal op basis van deze cijfers de corporatiesector geen verplichtingen opleggen. ‘De indicatieve bestedingsruimte is alleen een instrument dat voor het overleg op lokaal niveau gebruikt kan.’

Hij concludeert dat de 1,7 miljard heffing die woningcorporaties (85-90 procent) en commerciële verhuurders moeten betalen over hun sociale woningbezit hun investeringscapaciteit niet noemenswaardig schaadt. Wat de minister betreft, blijft de verhuurdersheffing dan ook gewoon in stand. Peter Boelhouwer, hoogleraar woningmarktbeleid aan de TU Delft, meent dat beide partijen een punt hebben. De minister kijkt volgens hem naar de toekomst, de corporaties naar het verleden. Volgens hem hebben woningcorporaties dankzij de extra huurpenningen en de lage rente meer investeringsruimte dan enkele jaren geleden.

Blok gaat echter uit van de maximale  investeringsruimte, terwijl veel corporaties niet zo scherp aan de wind willen of kunnen zeilen. Zo hebben grote corporaties in Amsterdam, Rotterdam en Den Haag volgens hem weinig financiële armslag. Ook is de beperkte ruimte voor huurverlaging –  1,1 miljard euro op 2,4 miljoen corporatiewoningen – volgens Boelhouwer een zwak punt in de analyse van Blok. Met een dergelijke huurverlaging blijft er van de investeringscapaciteit van 37 miljard euro niets meer over, aldus de hoogleraar.

 

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels