nieuws

‘Concentratietendens langs Maas doet geweld aan ontwikkeling centrum’

Geen categorie

Het gaat goed met Rotterdam maar het kan nog veel beter, meent stedenbouwkundige en architect Kees Christiaanse. De KCAP-oprichter pleit voor stedelijke verdichting in het centrum en een betere verdeling van centrumfuncties tussen binnenstad en Kop van Zuid. Ook moet de Maasstad zich met zijn haven verzoenen door toevoeging van woonfuncties.

Eind jaren tachtig richtte hij Kees Christiaanse Architects & Planners (nu KCAP Architects & Planners) op. KCAP geniet al jaren wereldfaam als ontwerper van stadsgebieden van Rusland tot Singapore en China tot Zwitserland. Ook kreeg hij veel lof voor het legacy masterplan van de Olympische Spelen in Londen in 2012. Dat voorzag in een succesvol hergebruik en herontwikkeling na de Spelen, zodat de tot dan toe altijd optredende leegstand en geldverspilling werden voorkomen. Ook in de ontwikkeling van Rotterdam heeft KCAP een dikke vinger in de pap gehad, als supervisor van onder meer het Wijnhavenkwartier, Laurenskwartier en Müllerpier. Rotterdam staat niet meer bovenaan in de slechte lijstjes maar in de top van de goede. Een geschikt moment om met de KCAP-oprichter de balans op te maken en te bepalen welke stappen Rotterdam nog moet zetten.

Het gaat goed met Rotterdam, constateert Christiaanse tevreden. ‘Het inwonertal groeit weer en blijft dat als kinderrijke stad ook in de toekomst doen. Dankzij de uitbouw van de universiteit en de modernisering van de haven trekt de stad ook meer hoogwaardige bedrijvigheid, hoogopgeleiden en jongeren. Rotterdam wordt bovendien steeds attractiever dankzij de herinrichting van het stationsgebied, het Laurenskwartier met zijn Markthal en de hoogbouw op de Wilhelminapier. Rotterdam is geëvolueerd van arbeidersstad naar immigratiestad tot een kosmopolitische stad voor creatieve en ondernemende mensen. Ik zie een New York-achtige smeltkroes met eenzelfde emancipatiekracht. De tweede en derde generatie immigranten werken zich op, met burgemeester Aboutaleb als lichtend voorbeeld.’

Nu is volgens hem het moment aangebroken om de stedenbouwkundig kwaliteitssprong te doen die van Rotterdam eenheid maakt. ‘Door de lage rente is er nu meer geld dan dat er marktpartijen zijn. Binnenstedelijke verdichting vormt een van de grootste uitdagingen voor de stad. Dat Rotterdam nog heel veel open plekken en te herontwikkelen wijken heeft, is het gevolg van de drie bouwgolven na de Tweede Wereldoorlog. De wederopbouw concentreerde zich op het centrum en het havengebied, terwijl de stad ook in noordelijke en zuidelijke richting werd uitgebouwd. Vanaf de late jaren zestig werd de nadruk gelegd op kleinschalige verdichting met veel sociale woningbouw. In de jaren tachtig maakte Rotterdam de sprong over de rivier met de ontwikkeling van de Kop van Zuid. Het huidige stadsbestuur zet al zijn kaarten op de rivierzone met plannen voor twee nieuwe bruggen over de Maas en stedelijke ontwikkeling langs de kades. Een prima plan, maar er zijn wel risico’s zijn verbonden.’

‘De afgelopen jaren zijn veel voorzieningen uit het centrum naar de andere kant van de Maas verplaatst. Eerst het gerechtsgebouw, het vroegere PTT-gebouw en Luxor, daarna verhuisden de gemeentekantoren naar De Rotterdam en theater Lantaren/Venster naar de Wilhelminapier. Ik begrijp dat een nieuw gebied een kritische massa nodig heeft en Rotterdam het risico voor pionierende projectontwikkelaars wilde verminderen. Maar deze concentratietendens heeft geweld gedaan aan de ontwikkeling van het Rotterdamse centrum. Ook de keuze om de Erasmusuniversiteit niet in de binnenstad te realiseren, heeft slecht uitgepakt voor het centrum.  Daarbij reken ik de Wilhelminapier overigens al tot het centrum. De Rijnhaven – die komende jaren wordt ontwikkeld – zie ik dan als zuidelijke grens van het centrum. Mijn actieplan voor het centrum: behalve stedelijke verdichting een betere verdeling van de centrumfuncties tussen het stadscentrum en de Kop van Zuid en meer oeververbindingen.’

Daarbij raadt hij het stadsbestuur aan Rotterdam integraal te ontwikkelen. ‘Een policentrische ontwikkelvisie is nodig, waarin niet alleen het centrum maar de hele stad is belicht. Neem buitenwijken als Pendrecht, Zevendrecht en Schiedam-Noord, waar zeeën van ruimte over zijn. Vanwege de ongelofelijke slechte verbindingen met de stad, gebeurt daar nu niets. Behandel lastige of vergeten wijken als een planologische acupuncturist. De geplande Feyenoordcampus wordt zo’n acupunctuurpunt. Dit project kan een vliegwieleffect hebben op de ontwikkeling van heel Rotterdam-Zuid. Dan zijn wel aanvullende oeververbindingen nodig. De ervaring leert dat alleen met voldoende bruggen een stad zijn niet-centrumkant succesvol kan ontwikkelen. Met de twee geplande nieuwe bruggen ten westen van de Maastunnel en ten oosten van de Willemsbrug is Rotterdam er met dan vijf bruggen dan ook nog niet. Londen had twintig bruggen nodig om  voldoende kritische massa aan de overkant van de Theems te bereiken. De enige stad waar beide kanten floreren, is Parijs. En Parijs heeft vijftig à zestig bruggen, terwijl de Seine veel smaller is dan de Maas en Theems.’

De tweede grote uitdaging waar Rotterdam voor staat, is om ‘de haven met de stad te verzoenen’. ‘Rotterdam is een van de steden met de slechtste luchtkwaliteit. Door de dominante windrichting trekt de rook van de vele raffinaderijen over het zuidwesten van de stad. Dankzij nieuwe technieken en het klimaatverdag van Parijs wordt de productie en de logistiek steeds schoner en de CO2-emissie steeds minder. Bovendien maakt de oude havenindustrie steeds meer plaats voor schone hightech en creatieve industrie. Daardoor kan er over tien jaar een geïntegreerde relatie tussen wonen en industrie ontstaan. De mogelijkheden zijn legio. In principe is de hele 45 kilometer lange agglomeratie langs de Nieuwe Waterweg – van Hoek van Holland tot de Van Brienoordbrug – een ontwikkelgebied. Dankzij de uitbreiding van het Havenbedrijf zijn Rokanje en Brielle al onderdeel van Rotterdam geworden.’

Kees Christiaanse weet wel hoe hij het gebied zou ontwikkelen. Hij heeft wereldwijd veel ervaring opgedaan met de ontwikkeling van havengebieden. KCAP heeft niet alleen het masterplan van de drukbezochte HafenCity Hamburg ontworpen, vorig jaar heeft het bureau ook een masterplan geschreven voor de herontwikkeling van het havengebied ten zuiden daarvan. ‘Hamburg wilde deze locatie reserveren voor de Olympische Spelen van 2024. We hebben een ontwerp gemaakt voor Olympia City 2024 met een Olympisch stadion en – dorp, een zwembad en sporthallen om het daarna te transformeren naar een nieuwe stadswijk. Even hoogwaardige voorzieningen als in HafenCity acht ik niet haalbaar. Ik heb daarom gekozen voor een combinatie van schone havenactiviteiten aan de rand, daarnaast creatieve industrie, hightech en gezondheidscampussen en in het centrum betaalbare woningbouw. Zo zou ik het ook in Rotterdam doen. Rotterdam is nu eenmaal geen rijke stad maar meer van het kaliber Düsseldorf en Manchester. Dus geen luxevoorzieningen voor de upper class maar een gezonde combinatie van wonen, werken en diensten voor de middenklasse. Katendrecht bewijst al dat dit kan in Rotterdam.’

Tot zijn verdriet wordt het Hamburgse olympiaplan van KCAP echter niet uitgevoerd. ‘Najaar 2015 heeft de Hamburger bevolking de kandidaatstelling voor de Olympische Spelen in een referendum weggestemd. Dat had niets te maken met aversie tegen de Spelen, maar alles met angst voor de toekomst. Het referendum vond net plaats na de terreuraanslagen in Parijs en op het voorlopige hoogtepunt van de vluchtelingencrisis in Duitsland. Ik maak me grote zorgen. Populisten wakkeren de angst verder aan. Niet alleen in Duitsland maar in de hele westerse wereld. We raken naar binnen gekeerd en plaatsen overal schotten tussen. Dat is funest voor de stedelijke ontwikkeling, die alleen gedijt in een open economie. Niet alleen de economie maar ook de democratie is in groot gevaar. Aan de randen van Europa maken dictators als Poetin, Erdogan en Orban nu de dienst uit. In het westerse politieke klimaat, waarin emotie de boventoon voert, wint de politicus met de hardste uitspraken en de grootste mond. In 2017 zouden daardoor Donald Trump, Marine Le Pen en Geert Wilders de verkiezingen kunnen winnen en is wellicht het Verenigd Koninkrijk al uit de EU gestapt. Het is ironisch. Juist dankzij onze vrijheid van meningsuiting en door marktwerking dreigt de democratie zichzelf om zeep te brengen.’

Bij stadsontwikkeling is wat Christiaanse betreft een regisserende rol van de overheid gewenst. ‘Het is moeilijk een balans te vinden tussen de controlereflex van de overheid en de vrije markt. Bij de ontwikkeling van de Müllerpier werden marktpartijen vrijgelaten. Terwijl de Müllerpier nog niet was afgebouwd, stapten ontwikkelaars over naar Lloydkwartier. Met als gevolg dat de Müllerpier minder geslaagd is. Met een regierol van Rotterdam had dat voorkomen kunnen worden. Door de bank genomen leveren roodgroene coalities in Europa het beste stedenbouwkundig beleid op. Deze partijen hebben het meest hart voor stadsvernieuwing. In Europese steden met deze coalities zijn kwalitatief hoogwaardige openbare ruimte, voorzieningen en betaalbare huisvesting gerealiseerd. Rechts van het centrum heerst iets te veel een laissez-faire houding, waarbij de markt de stadsontwikkeling voornamelijk bepaalt. In Rotterdam wordt de politiek bepaald door sterke persoonlijkheden met een visie, of het nu om wethouder Herman Meijer van GroenLinks ging, Marco Pastors van Leefbaar Rotterdam of burgemeester Ahmed Aboutaleb van de PvdA. Alle drie hadden of hebben ze dezelfde constructieve houding, waarbij niet het partijbelang maar het stadsbelang voorop stond.’ Zelf zou Kees Christiaanse ook meer willen doen voor zijn stad. ‘Ik zou graag directeur Stadsontwikkeling van Rotterdam willen zijn. Soms jeuken mijn handen om dat nu al te doen.’

Dit artikel is gepubliceerd in de Vastgoedmarkt-editie van april. 

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels