nieuws

De lastige weg naar een Brexit

Geen categorie

Na het Brexit-referendum zijn er grote negatieve gevolgen voor de economie voorspeld. Maar nu blijken de economische gevolgen vooralsnog mee te vallen en eigenlijk alleen voort te vloeien uit de val van het pond sterling. De vastgoedmarkten hebben tot nu toe maar beperkt geleden. Toch blijven de zorgen groot, vooral over de gevolgen van populisme en protectionisme.

Meteen nadat de rechter uitspraak deed in het proces R (Miller) v Secretary of State for Exiting the European Union op 3 november steeg de koers van het pond enigszins. Sedert het Brexit-referendum op 23 juni 2016 had het pond ongeveer 15 procent van zijn waarde ten opzichte van de euro verloren. Zo was de koers teruggelopen van 1,30 euro op 22 juni naar 1,11 euro op 2 november. De rechters in het proces waren het met belegger Miller eens dat een vertrek van het VK niet door de regering van prime minister Theresa May op eigen houtje mag worden besloten, maar alleen bij wetgeving via het Lagerhuis en Hogerhuis. Niet dat daarmee de Brexit meteen exit was, want de meeste politici vinden dat wel gehoor moet worden gegeven aan de uitkomst van het referendum (52 procent was voor vertrek uit de EU). De dag na de uitspraak bestempelde de Daily Mail de rechters als vijanden van het volk, net als andere kranten. Miller werd uitgemaakt voor ‘loaded foreign elite’. Eerder hadden politici Britse patriotten opgeroepen The Economist te boycotten. Dit gerenommeerde economische tijdschrift had namelijk op 8 oktober gewezen op de uiterst moeilijke ‘Road to Brexit’. Hier kwam bij dat het tijdschrift, onder de titel ‘Why they’re wrong’ [2] ook pleitte voor handhaving van een vrij internationaal handelsverkeer. Protectionisme schaadt consumenten èn werknemers. Exporterende bedrijven kennen een hogere productiviteit en betalen hogere lonen dan bedrijven die alleen de binnenlandse markt bedienen, volgens het tijdschrift. Overigens is dit niets nieuws, want Ricardo onderbouwde al in 1817 het voordeel van vrijhandel tussen landen.[3] Verder kwam ook de governor van de Bank of England, de Canadees Mark Carney, onder vuur te liggen nadat de bank had gewezen op de risico’s van een Brexit. Hij overwoog af te treden. Opvallend is hoe het debat op de persoon wordt gevoerd. Voor een verklaring hiervan zie het kader over onvrede, populisme, protectionisme en nationalisme.

 

***kader***

Over onvrede, populisme, protectionisme en nationalisme

Tegenvallende economische en sociale ontwikkelingen zijn een ideale voedingsbodem voor populisme en nationalisme. In de meeste landen is er nu wel degelijk weer sprake van economische groei, maar daarvan profiteert niet iedereen. Van de mondiale economische vooruitgang heeft vooral de middenklasse in opkomende landen geprofiteerd, zoals in China. Die groei zou aan veel mensen uit de Westerse lagere middenklasse (‘de vergeten groep’) zijn voorbij gegaan [4]. Nu blijkt dit wel mee te vallen [5], maar de toon is gezet. De Gina-grafiek laat bovendien zien dat vrijwel overal de inkomensongelijkheid is toegenomen, vooral in de VS. En dan is er nog een grote stroom van immigranten in de westerse geïndustrialiseerde wereld. Een en ander geeft onvrede in brede kring. De redenering van veel mensen is dan: ‘Je bent je baan kwijt en wordt niet geholpen, maar het land haalt nieuwkomers binnen. Zet je daar vraagtekens bij, of klamp je je vast aan je identiteit, dan word je afgeschilderd als racist.’ [6] Daarop wordt door populistische politici ingespeeld. En met succes. De Brexit en de verkiezing van Trump kwam voor velen onverwacht. Hun boodschap sprak veel meer mensen aan dan diegenen die worden gerekend tot ‘de vergeten groep’, tot de ‘jams’ (diegenen die het net redden, ofwel ‘just about managing’, in termen van premier May) of tot de ‘deplorables’ (in termen van Hillary Clinton). Dit geeft te denken. De onvrede is duidelijk breder dan gedacht. In zo’n sfeer doen anti-establisment politici, mooie beloften, protectionisme en vijandbeelden het goed. Leugens en halve waarheden worden helaas niet geschuwd. Het geld dat aan de EU moet worden betaald, zou na een Brexit worden gegeven aan de National Health Service, zo werd de Britse referendumstemmer beloofd. Verder werd betoogd dat immigranten in het VK een last zouden vormen voor de samenleving. Daarvan blijkt niets waar, want uit onderzoek blijkt dat ze ‘young, employed and taxpaying’ zijn. Toch deden leuzen als ‘Take our country back’ en ‘Britain for the British’ het goed. Onverholen racisme stak de kop op (‘Kick out the migrants’), in Engeland vooral gericht tegen Polen en Roemenen. Tegengeluiden zijn er wel, maar vinden onvoldoende weerklank. Zo ontstaat er niet alleen een sfeer van protectionisme maar ook een anti-allesklimaat: anti-establishment, anti-immigratie, anti-globalisering, anti- de Euro enz. Op zich is een herbezinning misschien nog niet zo gek. Maar er wordt op deze manier wel aan de pijlers van de open economie gezaagd en daarmee aan de toekomstige economische groei. Dat maakt het voor de politici in kwestie nog moeilijker hun mooie beloften in de praktijk te verwezenlijken. Zij worden dan mogelijk ook gevoelig voor ander optreden. Denk hierbij aan het toeschrijven van de schuld van het niet kunnen nakomen van politieke beloften aan bepaalde bevolkingsgroepen. Of denk aan het muilkorven van de oppositie of aan het aanzetten van de bankbiljettenpers. Dit kan gevaarlijke situaties opleveren.

***einde kader*** 

The road to Brexit

De Britse regering wil in feite het volgende:

1. Geen vrij verkeer van personen meer. De Britten worden namelijk geconfronteerd met een sterke stijging van de netto immigratie (in 2015 ongeveer 330.000 personen, van wie ongeveer de helft uit de EU).

2. Wet- en regelgeving geheel in eigen hand houden en niet mede laten bepalen door de EU.

3. Het liefst stoppen met betalen aan de EU. Het VK is immers een nettobetaler.

4. Vrij toegang houden tot de interne Europese markt, want importtarieven en handelsbarrières zouden de Britse economie sterk schaden. Het VK is een grote handelspartner van continentaal Europa.

5. Behoud van het recht van de Britse banksector om rechtstreeks in de EU zaken te doen. Bancaire dienstverlening is een belangrijk exportartikel en geeft veel werkgelegenheid en belastinginkomsten.

De Britten zijn ervan overtuigd dat de EU met deze wensen kan instemmen en voor hen een uitzondering wil gaan maken. Want de EU kan niet zonder het VK, zo is de redenering. Maar dit ziet men in de rest van de EU anders. Van ‘cherry picking’ kan geen sprake zijn. Geen vrije toegang van goederen en diensten, zonder ook een vrij verkeer van personen. Vergeet niet dat er zo’n 600.000 Polen in Engeland werken! Zou de Poolse regering dan instemmen met een beperking van de immigratie door het VK? Vergeet het maar! 

Te nemen hindernissen voor een Brexit

Wie de rapporten leest over wat er allemaal moet gebeuren voor de scheiding, zinkt de moed in de schoenen, zeker bij het besef dat er onvoldoende menskracht is om een en ander te realiseren. De keuze tussen een zachte Brexit (andere afspraken met de EU) of harde Brexit (geheel los van de EU) is hierbij natuurlijk ook van invloed. Maar zelfs bij een zachte Brexit moet er veel worden geregeld. Zo zou het VK kunnen opteren voor een samenwerkingsvorm met de EU als die van Noorwegen of IJsland. Die landen zijn geen lid van de EU, maar wel van het Europees economisch gebied en dragen ook bij aan de Europese begroting (zie onderstaande afbeelding). De Britse wetgeving moet ook worden aangepast. Want wat nu in de Europese wetgeving staat, moet naar de Britse wetgeving worden overgeheveld. De Britse regering is dan ook van plan een kopie van de Europese wet- en regelgeving te maken en die te plakken in de Britse, om vervolgens te bepalen wat met wil houden, veranderen of schrappen. Maar ook moeten in beginsel met alle andere landen in de wereld nieuwe handelsakkoorden worden gesloten.[7] Het sluiten van nieuwe handelsakkoorden is een grote klus. Het vraagt instemming van alle partijen. Zo zouden nieuwe afspraken met de EU de goedkeuring nodig hebben van alle 27 (nationale en regionale) parlementen. Het Waalse protest tegen een Europees handelsverdrag met Canada (CETA) laat zien hoe moeilijk dat kan zijn. Verder is er nog het probleem dat het VK via de EU lid is van andere organisaties, zoals van de World Trade Organization. Bij een Brexit zou het VK dan zelf lid moeten worden. Dat vraagt instemming van 53 landen. En dan zijn nog andere lastige vraagstukken. Wat te doen met huidige 3,5 miljoen continentaal Europese bewoners in het VK? In de City, bij de topuniversiteiten en in de gezondheidszorg in het VK werken naar schatting zo’n 40 procent buitenlanders. Hun vertrek zou desastreus uitpakken. Wat zou de EU dan gaan doen met de 1,2 miljoen Britten die op het Europese vasteland wonen? En wat te doen met Noord-Ierland, dat via Ierland een open achterdeur voor immigranten zou kunnen vormen? Ook is er nog Schotland, dat wèl bij de EU wil blijven. Hoe moet worden geregeld dat Britse producten blijven voldoen aan de Europese standaarden, zodat export naar de EU zonder gedoe mogelijk blijft? Niet alleen in Londen maakt men zich grote zorgen, maar ook in Brussel. Met alleen het schrappen van naam van het VK in alle EU verdragen is men er niet, laat men weten. De EU moet ook bepalen wat voor relatie men met het VK wil hebben. Het zou eveneens fijn zijn Britse terechte punten van kritiek op de EU te pareren. Want die snijden soms best hout, zoals bijvoorbeeld het voortdurend heen en weer verhuizen van het Europees parlement tussen Straatsburg en Brussel. Maar binnen de EU is er grote onenigheid, over nagenoeg alles. Als er niets wordt geregeld, zou het VK al snel de status van bijvoorbeeld Marokko krijgen, dat te maken heeft met van seizoen tot seizoen wisselende Europese importtarieven.[8] De Britse Nissan fabrikant heeft al duidelijk gemaakt dat een 10 procent importtarief al ‘killing’ is, want de meeste van die auto’s worden op het Europese vasteland verkocht. Al met al staat Theresa May voor ‘world’s most complex divorce’. 

Gevolgen voor vastgoedmarkten

Meteen na het Brexit-referendum leek de uitslag grote gevolgen te hebben.[9] De bank Goldman Sachs voorzag voor eind 2016 een recessie in het VK. De Governor van de Bank of England waarschuwde, ‘that commercial property is a key risk for the British economy after the shock vote to leave the EU’. Het zag er toen ook slecht uit. Want meteen na het referendum viel het pond en daalden de aandelenkoersen. Zo kwamen ook de woningprijzen verder onder druk. Die waren in de betere wijken van Centraal Londen toch al teruggelopen (met -8 procent sedert midden 2014 tot juni 2016), mede als gevolg van ‘pre referendum uncertainty’ en hogere onroerendgoedbelastingen. Kopers wilden een discount van 10 à 15 procent. In sommige luxe wijken werd een prijsdaling van wel 40 procent verwacht. Kopers trokken massaal de stekker uit onderhandelingen. En veel kopers lieten in de leveringscontracten voor commercieel vastgoed een ‘Brexit clause’ opnemen, die de deal ontbindt in het geval van een daadwerkelijk vertrek van het VK uit de EU. Verder was het zo, dat er alleen al in de “the last few days office and retail deals worth at least £ 850 mln (over €1 bn) have collapsed or are under review because of post-referendum jitters” (bron: PropertyEU). Beleggers trokken ook hun geld terug uit Britse vastgoedfondsen. Verschillende fondsen hebben hun deuren moeten sluiten omdat te veel beleggers hun geld terug wilden. Standard Life Investments, Henderson Global Investors en Aberdeen Asset Management hebben de waarde van hun Britse vastgoedfondsen toen met 5 procent afgewaardeerd. De handel in het Standard Life-fonds is zelfs opgeschort na een liquidatiegolf. Advocatenkantoren voorspelden een derde van hun medewerkers aan het eind van 2016 te moeten ontslaan. Op handen zijnde deals waren namelijk stilgelegd. Bijna de helft van de Londense bedrijven kondigde een investerings- en personeelsstop aan. Overnames van Britse bedrijven zijn ‘on hold’ gezet. Er was veel onzekerheid. Die werd ook gevoed door de regering. Theresa May, toen nog Home secretary (Minister van Binnenlandse Zaken), waarschuwde er immers voor dat “EU citizens could have to leave UK”.[10] Ambassades en consulaten werden bestormd voor aanvragen van paspoorten door mensen die zekerheid zochten. 

Feitelijke gevolgen

Natuurlijk is de Brexit nog geen feit en zijn nog veel gevolgen denkbaar, maar vooralsnog blijken de gevolgen niet erg groot. De economische groei viel in het derde kwartaal van 2016 zelfs hoger uit dan verwacht (2,3%), tegen 1,6 procent in heel Europa. Wel lijkt de groei van de industriële productie in het VK wat achter te blijven. De forse depreciatie van het pond sterling is fijn voor het toerisme in het VK en de export, maar geeft ook meer inflatoire druk. Zo is de inflatie in september en oktober wat opgelopen (tot 0,9 procent in oktober op 12- maandbasis, tegen 0,5 procent in het Eurogebied). Vooral na de komende kerst zullen veel geïmporteerde producten in prijs worden verhoogd, is de verwachting. Hier zitten ook ‘home made’ producten onder, hetgeen niet goed valt (denk aan het potje Marmite).

Op de vastgoedmarkten zijn de gevolgen van de Brexit nog niet erg groot. De verhuurmarkten bleven in het algemeen sterk. Wel is de interesse van huurders voor prime kantoren op de beste locaties afgenomen, met als gevolg een daling van de markthuren in de duurste gedeelten van de Londense kantorenmarkt. Ook stroomt er veel minder geld naar de Britse vastgoedbeleggingsmarkten dan voorheen, vooral van de kant van buitenlandse beleggers. Volgens CBRE[11] kromp het totale beleggingsvolume in het derde kwartaal van 2016 met 33 procent op kwartaalbasis. De prijzen van dure huizen in Londen daalden eveneens. Huren daarentegen werd duurder, vooral van dure woningen. Toch ging het goed met de vastgoedfondsen die eerder hun deuren moesten sluiten, waaronder Standard Life Investments en Henderson Global Investors. Deze fondsen deden hun deuren weer open. Hun verliezen waren beperkt. Maar, zoals gezegd, er staat nog veel te gebeuren. Want voor eind maart 2017 gaat de Britse regering een beroep doen op Article 50, tenminste, dat heeft Theresa May beloofd. Ook moet dan het Britse parlement ermee akkoord gaan. Zelf verwacht de Britse regering wel een economische terugval. Zo heeft zij de ramingen voor de economische groei voor 2017 en 2018 naar beneden bijgesteld (naar 1,3 procent resp. 1,5 procent).

Conclusie

Geconcludeerd wordt dat de economische gevolgen van de Brexit tot nu toe meevallen en eigenlijk alleen voortvloeien uit de val van het pond sterling. Tot nu toe zijn eigenlijk alleen de dure delen van de vastgoedmarkt getroffen. Maar de weg naar een Brexit is niet te overzien en vol gevaren. Populisme heeft de Britse regering zelf in een fuik doen zwemmen. Daaruit valt niet eenvoudig te ontsnappen. Het scheidingsproces zal nog vele spannende en onzekere episodes opleveren met wèl de nodige gevolgen. Veel hangt af van de vraag of het een harde of een zachte Brexit gaat worden. Bij een harde Brexit (geheel los van de EU) zijn er wel degelijk forse effecten te verwachten. Een beperking van vrij verkeer van goederen, diensten en personen leidt tot een grote schade op macro-economisch niveau.

 

Peter van Gool[1] 

 [1] Prof. dr. P. van Gool FRICS is verbonden aan de Amsterdam School of Real Estate (ASRE), de Universiteit van Amsterdam en aan SPF Beheer, voor onder andere het Spoorwegpensioenfonds.

 [2] The Economist, 2016. An open and shut case. Special report; The World Economy, October 1, p. 3 – 16.

 [3] Dit onderbouwde Ricardo met zijn wet van het comparatieve voordeel in zijn werk On the Principles of Political Economy and Taxation uit genoemd jaar.

 [4] Fujiyama liet dit zien in zijn ‘olifantgrafiek’, waarin de economische groei voor verschillende inkomensklassen in de wereld is weergegeven. Daaruit zou blijken, dat sommige groepen in ontwikkelde westerse economieën niet hebben meegeprofiteerd.

 [5] Opponenten, die anders rekenen, zeggen dat dit niet zo is. De grafiek van Fujiyama zou meer de vorm van een krokodil of een tapir hebben, waarbij iedereen (met uitzondering van de allerlaagste en allerhoogste inkomenstrekkers) er min of meer in dezelfde mate op vooruit zou zijn gegaan.

 [6] Uit “Boze blanken eisen respect van de elite” van M. Somers, NRC weekend, 5 / 6 november 2016, p. 11.

 [7] Men was overigens al begonnen nieuwe vrijhandelsakkoorden te sluiten met grote niet-Europese landen, waaronder opkomende landen. Dit is natuurlijk prima, maar ook is er het besef dat het meest wordt gehandeld met het Europese vasteland en dat derhalve regelingen met de EU belangrijker zijn.

 [8] Daarbij worden de importtarieven periodiek afgestemd op de belangen van Europese producenten; bijvoorbeeld, als er in een seizoen veel Spaanse tomaten de markt op komen, dan gaan de importtarieven omhoog.

 [9] Een en ander is eerder beschreven in Gool, P. van (2016). Fallout van de Brexit, Masterclass, nr. 41, september, p. 22 – 25.

 [10] Metro, July 4, 2016, p.4.

 [11] CBRE monthly index van CBRE Global Investors.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels