nieuws

CPB: bouw oneerlijke subsidiëring woningmarkt af

Geen categorie

Om het te kleine geliberaliseerde huursegment te vergroten, moeten beleggers vrijstelling van de verhuurdersheffing krijgen en de subsidies op de woningmarkt worden afgebouwd. De hypotheekrenteaftrek moet verder worden verlaagd en sociale huurprijzen omhoog.

CPB: bouw oneerlijke subsidiëring woningmarkt af

Dat schrijft het Centraal Planbureau in een zogeheten policy brief over de positie van de middeninkomens op de woningmarkt. Slechts 5 procent van de Nederlandse huishoudens woont in een geliberaliseerde huurwoning, constateert het CPB. In Amsterdam is dit overigens het dubbele. Dit kleine aandeel hangt samen met de aanzienlijke subsidies voor de koopmarkt en het gereguleerde huursegment, terwijl subsidies in het geliberaliseerde huursegment ontbreken. Er is een hierdoor een tekort aan goedkopere markthuurwoningen.

Huishoudens die niet in aanmerking komen voor een sociale huurwoning en geen eigen woning kunnen of willen kopen, hebben hoge woonlasten, zonder dat er een goede reden lijkt te zijn om deze groep anders te behandelen. Dat geldt in het bijzonder voor de middeninkomens, huishoudens met een bruto-inkomen tussen de 35.000 en 50.000 euro. Zij hebben vaak een te hoog inkomen om in aanmerking te komen voor een sociale huurwoning en zijn daardoor vaker aangewezen op het geliberaliseerde huursegment. Ook zijn de afgelopen jaren de financieringsnormen bij het kopen van een eigen woning aangescherpt.

Het geliberaliseerde huursegment kan aantrekkelijker gemaakt worden door de verschillen in subsidies tussen de segmenten te verkleinen. Daarmee wordt de koop/huur-beslissing minder verstoord. Gezien de verstorende werking van subsidies in de woningmarkt ligt het daarbij voor de hand om geen nieuwe subsidies te introduceren zonder bestaande subsidies af te bouwen. Stimulering van het geliberaliseerde huursegment via de grondmarkt is minder effectief dan subsidiëring via de vraagkant, aangezien het extra aanbod dat via deze weg tot stand komt, de markthuur drukt en zo het bestaande of geplande aanbod van andere aanbieders verdringt.

Een tweede constatering van het CPB is dat de vraag van de middeninkomens naar huurwoningen onder de liberalisatiegrens slechts beperkt kan worden aangeboden door commerciële verhuurders. Het is voor commerciële verhuurders niet aantrekkelijk om deze woningen aan te bieden door de prijsregulering van het woningwaarderingsstelsel. Bovendien worden de grotere commerciële verhuurders aangeslagen voor de verhuurderheffing.

Er is nu geen sprake van een level playing field door de garantstelling van de overheid voor woningcorporaties en doordat voor woningcorporaties vaak lagere grondprijzen gelden, aldus het CBP. Om het commerciële aanbod van goedkopere woningen te stimuleren kan worden overwogen om commerciële verhuurders vrij te stellen van de verhuurderheffing en om nieuwe huurcontracten van commerciële verhuurders te liberaliseren. Hierdoor neemt het aanbod van deze woningen toe, terwijl de nadelen voor toekomstige huurders beperkt zijn. Een alternatief in deze richting is een lagere liberalisatiegrens. (MvL)

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels