nieuws

Probleem scheefwonen speelt meer in kleine stad

Geen categorie

In Rotterdam en Den Haag bezetten nog maar weinig ‘goedkope’ scheefwoners een sociale huurwoning. Relatief de meeste scheefwoners met een te hoog inkomen zijn te vinden in kleine en middelgrote steden in de Randstad en Gelderland.

Probleem scheefwonen speelt meer in kleine stad

Dat blijkt uit de op 17 oktober gelanceerde Lokale Monitor Wonen, te bereiken via www.waarstaatjegemeente.nl. In de databank is tot op wijkniveau informatie te vinden over onder andere de samenstelling van de woningvoorraad, het aantal scheefwoners, het aantal corporatiewoningen met een huurprijs boven de liberalisatiegrens. De monitor is gemaakt in opdracht van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), stedennetwerken G4 en G32, corporatiekoepel Aedes en de Woonbond. Later wordt de monitor uitgebreid met gegevens over particuliere huurwoningen en koopwoningen.

Goedkope scheefhuurders zijn huishoudens die op grond van hun inkomen (maximaal 35.000 à 38.000 euro bruto per jaar) eigenlijk geen recht hebben op een sociale huurwoning. Een paar jaar geleden werd het aantal scheefwoners op 800.000 geschat van de in totaal 2,4 miljoen sociale huurwoningen. Dat aantal is gedaald tot 520.000, berichtte de Rijksoverheid dit voorjaar. De drie gemeenten die relatief de meeste scheefhuurders tellen (Vlieland, Oostzaan en het Zuid-Hollandse Molenwaard) zijn alle drie plattelandsgemeenten. Van de sociale huurders in deze gemeenten is 26 tot 31 procent scheefhuurder.

In opvallend veel kleinere steden en dorpen in Noord- en Zuid-Holland, Utrecht en Gelderland is het percentage scheefwoners groot. Dat is onder meer het geval in De Ronde Venen (23,1 procent), Krimpenerwaard (21,7 procent), Wassenaar (21,4 procent), Waddinxveen (21,4 procent), Putten (21,2 procent) en Castricum (20,4 procent). In de vier grote steden zijn veel minder scheefhuurders. Zo woont in Amsterdam 14,6 procent van de ‘sociale’ huurders in een te goedkope woning. In Utrecht is 15,5 procent van de sociale huurders een ‘goedkope’ scheefhuurder, in Rotterdam is dat 11,7 procent en in Den Haag 9,6 procent.

In Amsterdam is het aandeel goedkope scheefwoners volgens de Woonmonitor het grootst in stadsdeel Centrum (16,9 procent). De wijk Ypenburg voert de Haagse wijkenlijst aan met 19,6 procent. Hoek van Holland doet dat in Rotterdam (23,7 procent) en Vleuten-De Meern (24,4 procent) in Utrecht. Het relatief lage aantal scheefhuurders in de G4 lijkt erop te wijzen dat het doorstroombeleid van minister Blok werkt. Onder meer met de inkomensafhankelijke huurverhoging poogde Blok de afgelopen jaren scheefwoners richting een markthuurwoning of koopwoning te bewegen.

Het aantal corporatiewoningen met een huurprijs boven de liberalisatiegrens van zo’n 710 euro is in de G4-steden beperkt. Dat percentage ligt op 9,1 in Amsterdam), 6,8 in Rotterdam, 9,1 in Den Haag en 5,9 in Utrecht. De databank zegt overigens niets over de te liberaliseren woningvoorraad van corporaties; woningen die qua puntenaantal een markthuur boven de 710 euro zouden kunnen hebben. Dat aantal wordt geschat op een kleine miljoen. De meeste geliberaliseerde woningen in bezit van woningcorporaties zijn te vinden in Aalsmeer (18,7 procent), Voorschoten (16,8 procent) en Eemnes (16,7 procent). (MvL)

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels