nieuws

‘Jonge middeninkomens betalen hoge prijs woningbeleid’

Geen categorie

De huidige regels maken het jonge middeninkomens nu al onmogelijk een woning te kopen. Daarmee boort de overheid een jong stel in theorie na vijf jaar een vermogen van 22.000 euro door de neus.

Dat berekent Peter Boelhouwer, hoogleraar Housing Systems TU Delft, in zijn december 2015 verschenen essay Kopers verdienen meer. Daarin laat hij zien hoe een jong stel anno 2016 tussen wal en schip op de woningmarkt valt. Dit voorbeeldstel met een totaal bruto-inkomen van 37.500 euro wil een woning van 170.000 euro kopen. Inclusief kosten koper van 12.000 euro hebben ze een hypotheek van 182.000 euro nodig. Op grond van de huidige LTV-norm van 102 procentmag dit gezin echter maximaal 170.000 euro lenen.

Volgens Boelhouwer is dat een voorbeeld van onnodige risicoreductie. De maandlasten van 715 euro per maand inclusief maandelijkse aflossing, zijn volgens hem door de huidige rente van 2,5 procent voor hen prima te dragen. Omdat dit stel volgens de Nederlandse huurnormen net teveel verdient om voor een sociale huurwoning in aanmerking te komen, is het aangewezen op de vrijehuursector. Daar zijn de twee minimaal 900 euro per maand kwijt aan kale huur. Ook al weet het stel na vijf jaar toch 5.000 euro te sparen, komen ze in 2012 nog steeds geld tekort.

In 2021 betalen ze bij een bescheiden inflatie van 1,5 procent 183.000 euro voor hetzelfde huis. Mocht het kabinet de LTV verlagen naar 90 procent zoals DNB wil, mag het stel hooguit 177.000 euro lenen. Als de twee in 2016 toch hadden kunnen kopen, hadden ze in 2021 een vermogen van 22.000 euro kunnen opbouwen. Dikke kans, schrijft Boelhouwer, dat zij dan in 2021 gemiddeld 17.000 euro aan overwaarde op hun woning zouden hebben. Inclusief het spaargeld van 5.000 is dat een vermogen van 22.000 euro. ‘Kennelijk is dit de hoge prijs die zijn moeten betalen voor de wens van risicoreductie’, aldus de hoogleraar.

 

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels