nieuws

Franchise-code heeft vastgoedcomponenten

Geen categorie

Op 17 februari 2016 is de Nederlandse Franchise Code (NFC) aan minister Kamp gepresenteerd. De Code geeft gedragsregels voor franchisegevers en franchisenemers bij het aangaan, uitvoeren en ontbinden van een franchiseovereenkomst. Bij het opstellen is de Europese Erecode Inzake Franchising (EEF) als uitgangspunt gehanteerd. Sonja van der Kamp

De Code is geen wetgeving, maar een vorm van zelfregulering. Minister Kamp heeft aangekondigd de Code eventueel wettelijk te willen verankeren als deze niet vrijwillig wordt nageleefd. In Nederland worden zo’n 30.000 vestigingen in de detailhandel, horeca en dienstverlening geëxploiteerd op basis van een franchiserelatie. Daarvan zijn er ongeveer 16.000 winkels (1 op de 7) en 2.500 horeca (1 op 20). Veel bekende winkel- en horecaketens in het Nederlandse straatbeeld worden dus uitgebaat door een franchisenemer.

Franchise is in Nederland niet wettelijk geregeld. Het is een overeenkomst tussen de franchisegever en de franchisenemer die wordt beheerst door het algemeen contractenrecht, zonder dat er bijzondere wettelijke regels gelden die specifiek van toepassing zijn op franchiseovereenkomsten, zoals dat wel het geval is bij bijvoorbeeld arbeidsovereenkomsten, huurovereenkomsten en koopovereenkomsten. Franchise is een vorm van contractuele samenwerking tussen juridisch zelfstandige ondernemers: de franchisegever biedt de formule (met alles wat erbij hoort voor de bedrijfsvoering) en de franchisenemer gebruikt deze om zijn eigen onderneming te exploiteren. De franchisenemer betaalt daarvoor een vergoeding aan de franchisegever. De invulling van franchise kan in grote mate variëren van soft franchise (met veel vrijheid voor de franchisenemer) tot hard franchise (waarbij alle aspecten van de exploitatie dwingend worden voorgeschreven aan de franchisenemer). Naast het algemene contractenrecht zijn voor franchise relevant het Nederlandse en Europese mededingingsrecht, soms het arbeidsrecht (er kan sprake zijn van een fictieve dienstbetrekking) en vaak het huurrecht.

 

Inhoud code

‘De NFC is een richtinggevend kader waarin moderne en breed gedragen opvattingen over goed franchisenemer- en franchisegeverschap zijn opgenomen in de vorm van gedragsnormen’, aldus de inleiding van de NFC zelf. Geen harde regels, maar open normen. Algemene principes gebaseerd op redelijkheid en billijkheid, zoals dat de franchisegever niet op onredelijke gronden mag weigeren om bij het einde van de franchisetermijn een verlenging aan te gaan en dat de franchisenemer het belang dienst te onderkennen van geregelde actualisatie van de formule en daar in redelijkheid medewerking moet verlenen. Veel onderwerpen die worden geadresseerd komen voort uit conflicten die regelmatig zijn voorgekomen tussen franchisegevers en -nemers in de afgelopen tijd. De zorgplicht van de franchisegever bij het afgeven van omzetprognoses komt aan bod en een bepaling dat in de franchiseovereenkomst afspraken dienen te worden gemaakt over de manier waarop de rechten van franchisenemers bij een fusie of overname worden betrokken.

Een nog niet uitgewerkt onderdeel van de NFC is de oprichting van een geschillencommissie, bedoeld om uitspraken te doen in conflicten tussen franchisenemers en franchisegevers voor dat ze bij de rechter komen.

 

Huurrecht

In veel franchiserelaties stelt de franchisegever tevens de bedrijfsruimte ter beschikking. Hoewel die afspraak onderdeel is van de franchiserelatie, is er juridisch ook sprake van een huurovereenkomst. Meestal huurt de franchisegever in die gevallen het vastgoed aan en verhuurt het onder aan de franchisenemer. In de hoofdhuurovereenkomst dient een recht van onderverhuur aan franchisenemers te zijn opgenomen. Soms wordt er tussen de franchisegever en de franchisenemer een aparte huurovereenkomst gesloten en soms is de terbeschikkingstelling van de bedrijfsruimte geregeld in de franchiseovereenkomst zelf. Juridisch maakt dat geen verschil: is beide gevallen valt de terbeschikkingstelling van de bedrijfsruimte onder het huurrecht. Bij winkels en horeca vormt dit een complicerende factor bij de beëindiging van de franchiserelatie want de franchisenemer kan zich beroepen op huurbescherming. Dat betekent dat de franchiseovereenkomst geëindigd kan zijn terwijl de huurovereenkomst niet kan worden beëindigd en franchisenemer de locatie in gebruik kan houden. In situaties waarbij de locatie voor de franchiseorganisatie van belang is ontstaat er een onwenselijke situatie. Er kan geen opvolgend franchisenemer starten, en de achterblijver zou zelfs (eventuele concurrentiebedingen buiten beschouwing latend) een concurrerende formule kunnen gaan voeren.   

Ter bescherming van hun locaties nemen franchiseorganisaties zogenaamde ‘koppelingsbedingen’ op in de overeenkomsten. Daarin wordt de looptijd van de huurovereenkomst gekoppeld aan die van de franchiseovereenkomst. Dergelijke bedingen zijn echter in strijd met het huurrecht voor winkels en horeca, zodat er goedkeuring van de kantonrechter moet worden gevraagd voor deze ‘van de wet afwijkende bedingen’.

 

Goedkeuring kantonrechter

Of de kantonrechter dergelijke bedingen al dan niet goedkeurt, hangt vooral af van de mate waarin de rechten die de franchisenemer/ huurder op grond van het huurrecht heeft wezenlijk wordt aangetast. Uit de jurisprudentie over dit onderwerp blijkt dat de rechter bij deze toets vooral let op de vraag of de afspraken over beëindiging evenwichtig zijn. Bijvoorbeeld: als er bij het einde van de franchiserelatie een vergoeding aan de franchisenemers wordt geboden voor niet afgeschreven investeringen en voor (een deel van) opgebouwde goodwill dan zal het koppelingsbeding gemakkelijker worden goedgekeurd. Ook de maatschappelijke positie van de franchisenemer speelt een rol. Franchisenemers zijn (lang) niet altijd de zwakkere partij. Franchisenemers met meerdere vestigingen kunnen grote macht hebben. In die situatie worden de bedingen ook gemakkelijk toegewezen. Het draait bij de beoordeling eigenlijk steeds om evenwichtigheid, wat mooi aansluit bij de geest van de NFC.        

 

Sonja van der Kamp is advocaat bij Boekel

Dit artikel is gepubliceerd in Vastgoedmarkt van mei 2016 

Reageer op dit artikel