nieuws

Aantal woningbezitters met restschuld halveert

Geen categorie

Het aantal woningeigenaren met een potentiële restschuld zal de komende twee jaar dalen naar zo’n 500.000. In 2014 stond de woning van ruim 1 miljoen huishoudens nog onder water.

Aantal woningbezitters met restschuld halveert

Dat schrijft Dynamis Vastgoedconsultants en Makelaars in de publicatie Sprekende Cijfers Woningmarkten Q1. De prijsstijging van de verkoopprijzen heeft ook in het eerste kwartaal van 2016 doorgezet. Ten aanzien van het laatste kwartaal van 2015 zijn de woningprijzen met 1,6 procent gestegen, op jaarbasis is de stijging 5,8 procent. De mediane verkoopprijs is nu 231.000 euro. De prijs ligt daarmee alweer 13 procent boven het dieptepunt van begin 2013, maar nog ruim 9 procent onder het niveau van 2008. 

In het eerste kwartaal zijn ongeveer 56.500 woningen verkocht, inclusief nieuwbouw, de verkoop van vrije kavels en particuliere beleggingsverkopen. Het aanbod van beschikbare woningen neemt landelijk met 5 procent af op jaarbasis. In totaal staan nu nog 179.500 woningen te koop. Het transactievolume over 2016 zal uitkomen op 200.000, verwacht Dynamis. Dit betekent een stijging van ongeveer 10 procent ten aanzien van 2015, terwijl eerder werd uitgegaan van een groei van 5 procent.

Het aantal huishoudens met een potentiële restschuld is in het eerste kwartaal naar schatting gedaald naar 760.000. Dit betekent een daling van bijna 300.000 huishoudens in twee jaar. De vastgoedadviseur verwacht dat dankzij een bredere prijsstijging eind 2017 de woningen van nog maar 500.000 huishoudens onder water staan. In studentensteden, steden met meer dan 10.000 ingeschreven studenten, is het aandeel huishoudens met een potentiële restschuld aanzienlijk sterker gedaald dan in andere gemeenten.

In het eerste kwartaal van 2014 had nog 31,8 procent van de woningbezitters een loan-to-value van onder de 100 procent. In het eerste kwartaal van 2016 was dat percentage gedaald naar 19,6 procent. Voor de overige steden is de daling veel gematigder. Tussen 2014 en 2016 nam de onderwaarde af van 23,9 naar 17,4 procent. In rand- en middelgrote gemeenten lijkt de restschuldproblematiek van een meer structurele aard, doordat de prijzen nog maar een beperkt herstel vertonen.

De betaalbaarheid van woningen verslechtert in telkens meer gemeenten. Bij een vergelijkbaar inkomen kan een huishouden gemiddeld 8 procent minder woonruimte kopen dan een jaar geleden. Oorzaken zijn de prijsstijging en de (beperkte) daling van de leencapaciteit. Huishoudens met een bruto-inkomen van 50.000 euro kunnen in populaire steden als Amsterdam, Utrecht en Haarlem hooguit nog een woning van 50 tot 80 m2 kopen. Dynamis verwacht een trek naar de randgemeenten, die groter wordt naarmate de woningprijzen verder stijgen.

Reageer op dit artikel