nieuws

Rijksbouwmeester: ‘Transformeren vraagt om lef’

Geen categorie

Naast zijn werk als rijksbouwmeester is Floris Alkemade ook docent. Hij is als lector verbonden aan de Academie van Bouwkunst in Amsterdam. Titel van zijn lectoraat is de Tabula Scripta, oftewel: het beschreven blad. Alkemade: ‘Dat lectoraat trekt veel mensen. Studenten beseffen heel goed: die transformatie en renovatie, daar gebeurt het.’

In een interview in het personeelsmagazine van het Rijksvastgoedbedrijf zei hij onlangs: “De tweede levenscyclus van een gebouw is in zekere zin interessanter dan nieuwbouw. Het vergt volgens mij meer intelligentie en denkkracht.” Daarvan raakte hij zo’n vijftien jaar geleden doordrongen, toen hij als OMA-architect aan de ombouw het voormalige Duitse mijncomplex Zeche Zollverein werkte, licht Alkemade toe. ‘Architectuur uit een totaal andere, industriële tijd, met compleet andere materialen, uit een andere cultuur. Het bezorgde me kippenvel. Het was voor mij een hele rijke bron. Er zat een kracht in die je als architect kunt exploiteren om een vernieuwd gebouw te maken dat kwaliteiten heeft die je met nieuwbouw nooit voor elkaar kunt krijgen.’

 

Bijlmermeer

Doorgaan op het werk van anderen, het zorgt voor ‘meerlagigheid’ vindt de rijksbouwmeester. En dat gaat niet alleen op bij de transformatie van een indrukwekkend industrieel complex. ‘Dat zie je bijvoorbeeld nu ook bij de Bijlmermeer. Wij zijn opgevoed met het idee dat alles daar lelijk is. Maar als er nieuwe initiatieven komen, zoals nu bij de Klusflat, waar mensen zelf veel kunnen doen en de plint wordt opgeknapt, dan zie je dat ook gebouwen die lelijk worden gevonden veel mogelijkheden hebben.’

Met zijn eigen bureau FAA transformeerde hij in Parijs een 600 meter lang modernistisch entrepotgebouw ‘dat iedereen eigenlijk wilde slopen’. Sinds de rigoureuze transformatie is die publieke opinie gekanteld, zegt Alkemade. ‘Als iedereen zegt: lelijk, moeilijk en slecht, wil dat niet zeggen dat er geen potentie is. Qua ontwerpopgave wordt de transformatie dan juist uitdagender.’

De eenvoudig te verbouwen leegstand is natuurlijk als eerste aangepakt, erkent hij. Alkemade: ‘Nu komen de gebouwen en gebieden aan de beurt waarbij de mogelijkheden een stuk minder duidelijk zijn. Daar zijn wellicht meer radicale ingrepen nodig en moeten we veel ontwerp- en verbeeldingskracht inzetten.” Hij streeft naar een selectie met een breed scala aan voorbeeldprojecten, in verschillende categorieën, binnen en buiten de Randstad: “Waarbij we laten zien wat er mogelijk is en zo’n project emblematisch kan worden voor een hele serie vergelijkbare projecten.’ 

 

Vluchtelingen

Als rijksbouwmeester is hij drukdoende om denkkracht te mobiliseren voor wat hij “onmiskenbaar relevante transformatieopgaven” noemt. Centrale vraag is steeds: “Hoe sluiten we aan bij de fundamentele veranderingen van deze tijd?” Zo overlegt hij met het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA). De behoefte aan tijdelijke paviljoens voor vluchtelingen zette hij met hen neer als open prijsvraag (‘A home away from home’), die hij koppelde aan een tweede vraag: ontwerp kleine goedkope woningen in bestaande gebouwen. Alkemade: ‘De woningmarkt staat daar om te springen. Zo kan de vluchtelingenproblematiek een motor worden voor innovatie waar een veel bredere groep woningzoekenden profijt van heeft.’

Bij transformatie gaat het niet alleen om het gebouwniveau, benadrukt hij, maar ook om een thematische aanpak (wat gaan we doen met al die leegkomende kazernes?) en stedenbouw. Alkemade: ‘De naoorlogse wijken zijn nu aan de beurt om te worden ‘bewerkt’. Dan kun je natuurlijk zeggen: we gaan die huizen verven en isoleren, maar je moet breder kijken en zorgen dat die woningen in samenhang met de openbare ruimte en het publieke vastgoed, aansluiten op fundamentele veranderingen in de maatschappij. We groeien naar veertig procent alleenstaande huishoudens, we hebben te maken met vergrijzing en een grote toename van het thuiswerken. Kerken staan leeg, veel winkels verdwijnen, het zwembad moet weg en de bibliotheek sluit. Wat kun je in die dynamiek doen om de wijken weer nieuwe betekenis te geven? Wat wil je met de openbare ruimte en het publieke vastgoed? Ik beschouw het als mijn taak om te zorgen dat we daar fundamenteel over gaan nadenken en een strategische visie ontwikkelen. Hoe breder je kijkt, hoe meer ruimte voor strategisch vernuft.’

 

Binnenhof

Samenwerken is zijn credo. Met stedebouwkundigen en architecten, maar ook met lokale overheden. “Neem het Binnenhof. Door de renovatie verhuizen de Eerste en Tweede

Kamer naar het pand van Buitenlandse Zaken. Dat ligt aan de ‘moeilijke kant’ van het station. Dus kijken we samen met de stad Den Haag en betrokkenen: hoe kunnen we die tijdelijke verhuizing van het parlement gebruiken om dat gebied permanent te verbeteren? Routes, de openbare ruimte, misschien gedeeltelijke sloop van gebouwen: wat moet er gebeuren om dat gebied beter te maken?’ Transformeren vraagt om lef, vindt hij. ‘Het vermogen om niet alleen naar de bestaande vorm te kijken, maar vooral te zien wat je er nog meer mee kunt en wilt. Soms moet je radicaal durven ingrijpen. Niet nodeloos gebouwen beschermen als ze daarmee alleen maar belemmerend werken. Eerst onderzoeken wat je wilt en dan pas kijken welke regelgeving dat eventueel wel of niet mogelijk maakt.’

Floris Alkemade: ‘Bij nieuwbouw heb je zoveel zekerheden nodig, dat het experimentele gehalte automatisch laag wordt. Bij leegstaande gebouwen is het experimentele gehalte gigantisch. Je kunt van alles proberen, de afstand tussen een idee en de realisatie is soms heel klein. Dat is een van de grote kwaliteiten van die enorme leegstand, precies op het moment dat verandering nodig is.’ 

 

Dit artikel is gepubliceerd in de Cobouw-special Renovatie & Transformeren, 8 april 2016 

Reageer op dit artikel