nieuws

VLB-voorzitter Ton Ruhe wil uitwassen bestrijden

Geen categorie

De sector groeit al jaren explosief. Voorzitter Ton Ruhe van de Vereniging Leegstandbeheerders Nederland (VLBN) waarschuwt voor uitwassen door de vele nieuwe spelers. Alleen KLB-gecertificeerde beheerders leveren volgens hem kwaliteit.

VLB-voorzitter Ton Ruhe wil uitwassen bestrijden

De groeiende leegstand en de uit 2010 daterende wet Kraken en Leegstand geven de leegstandbeheersector vleugels. De Leegstandwet die kraken expliciet verbiedt, biedt beheerders bovendien veel meer mogelijkheden voor productdifferentiatie. Naast de klassieke antikraakwacht betreft het diensten zoals tijdelijke verhuur van woon- en werkruimten en transformatie. Via een wetsaanpassing is de maximale termijn voor ‘tijdelijke’ verhuur inmiddels zelfs opgerekt tot tien jaar.

De sector kent zijn wortels in de roerige jaren tachtig toen krakersrellen de televisiebuis domineerden. Eyk Backer, huidig VLBN-penningmeester en oprichter van leegstandsbeheerder Zwerfkei Tijdelijk Beheer, installeerde destijds als eerste een officiële anti-kraakwacht in een leegstaand pand. De geboorte van een sector. Een sector die zelfs zou uitgroeien tot een heus Nederlands exportproduct. Zo is de Engelse leegstandbeheermarkt voor 70 procent in handen van van oorsprong Nederlandse aanbieders zoals bijvoorbeeld Adhoc en FMT. Een partij als het Eindhovense Camelot (jaaromzet 30 miljoen euro) is tegenwoordig actief in zes verschillende Europese landen. Naar schatting maken jaarlijks zo’n 50.000 mensen in Nederland gebruik van de diensten van leegstandsbeheerders voor een tijdelijke woon- of werkplek, verdeeld over duizenden panden in het hele land.

Over hoeveel geld er omgaat in de branche bestaan geen betrouwbare gegevens. Het betreft in ieder geval honderden miljoenen euro’s. Verschillende grote leegstandbeheerders boeken al jaren dubbele groeicijfers. Het aantal KLB-gecertificeerde aanbieders is wel bekend: 22 op dit moment. Het totaal aantal aanbieders is de afgelopen vijf jaar met vijftig toegenomen tot 105.

Toch telt de Vereniging Leegstand Beheer Nederland (VLBN) slechts zes leden: Ad Hoc Beheer, Camelot Europe, Dé Vastgoedbeschermer, FMT vastgoedbeheer, HOD Nederland en Zwerfkei Tijdelijk Beheer. Het zestal claimt maar liefst naar volume driekwart van de Nederlandse leegstandbeheermarkt in handen te hebben.

De benoeming van Ton Ruhe (1948) als eerste ‘onafhankelijke’ voorzitter markeerde een nieuwe fase van de professionalisering van het leegstandbeheer in Nederland, zo meldde de VLBN trots begin dit jaar. Zelf niet afkomstig uit de branche, brengt Ruhe een ruime ervaring in bestuurs- en directiefuncties mee, onder andere bij oliemaatschappijen Esso en BP, Koninklijke Philips, de Technische Universiteit Delft en de Vrije Universiteit van Amsterdam. Bij zijn aantreden in januari noemden de VLBN-leden als zijn grootste uitdaging het vergroten van het draagvlak van de VLBN binnen de branche. Want ‘veel kleinere partijen hebben de stap naar het lidmaatschap nog niet gezet’.

Meneer Ruhe, wat heeft u tot nu toe gedaan om ook de kleinere spelers bij de VLBN te betrekken?
‘Nog niet erg veel’, zegt Ruhe, geflankeerd door VLBN-woordvoerder Bob de Vilder, in het dagelijks leven chief marketing officer van Camelot Europe. ’Wij willen eerst ons huis volledig op orde brengen. In samenspraak met het Keurmerk Leegstand Beheer zijn we namelijk op verzoek van minister Blok en de Tweede Kamer bezig met het formuleren van aanvullende protocollen die onderdeel gaan vormen van het KLB-keurmerk zoals bijvoorbeeld het pandtoetredingsprotocol en het brandveiligheidsprotocol. Dat vergt veel tijd. Per 1 januari moeten die protocollen in werking treden.’ ‘Het pandtoetredingsprotocol is een politiek gevoelige kwestie omdat je een streep in het zand moet trekken tussen het privacybelang van de gebruiker enerzijds en wat op grond van goed, veilig en efficiënt beheer mogelijk is anderzijds’, vult De Vilder aan.

Als je slechts zes van de 105 leegstandbeheerders bundelt, kun je dan spreken van een branchevereniging?
Ruhe: ‘Dat zijn we formeel niet. Wij zijn een vereniging van grote spelers die op uitnodiging nieuwe leden toelaat. Het ministerie ziet ons in ieder geval heel graag als een brancheorganisatie en een volwaardig gesprekspartner. Naar leegstandvolume gemeten hebben onze leden driekwart van de markt in handen. Toch neem ik enige afstand tot het predicaat ‘brancheorganisatie’ omdat er geen vrije toegang is tot het lidmaatschap. Als de VLBN vindt dat een partij goed aansluit bij de doelstellingen van schoon, heel en veilig beheer dan kunnen wij die partij uitnodigen. We zijn echter beducht om bedrijven in huis te halen die de branche zouden kunnen beschadigen door onprofessioneel gedrag.’

‘Er zit helaas mede door de enorme wildgroei van de laatste jaren ook kaf tussen het koren,’ vervolgt Ruhe. ‘Denk aan het ontstaan van wietplantages, vernielingen, geen rekening houden met de privacy van gebruikers, gebrek aan brandveiligheid, legionellagevaar, enzovoorts. Bovendien komt het voor dat incidenten worden uitvergroot door bepaalde Kamerleden en de media. Als we volgend jaar het draagvlak mochten verbreden, zullen we ons derhalve uitsluitend richten op KLB-gecertificeerde partijen. Dat zijn er nu 22, inclusief zes VLBN-leden.’

Hoe is de relatie precies tussen het Keurmerk Leegstand Beheer (KLB) en de VLBN?
‘De VLBN heeft als belangrijke belanghebbende een aantal jaren geleden het initiatief genomen tot de oprichting van de stichting Keurmerk Leegstand Beheer. Maar het KLB is volstrekt onafhankelijk en toetst jaarlijks alle aangesloten bedrijven. Ook VLBN-leden kunnen het KLB-keurmerk verliezen. Jan ten Hoopen, oud-Kamerlid voor het CDA en een van de initiatiefnemers van de Leegstandswet, is voorzitter van het KLB.’

Wat beschouwt de VLBN als haar belangrijkste succes?
Ruhe lijkt even te aarzelen. Maar VLBN-woordvoerder De Vilder hoeft geen moment na te denken: ‘De uitspraak van minister Blok in de Tweede Kamer in november vorig jaar die hij nog eens herhaald heeft in het voorjaar, tijdens zijn werkbezoek aan Rotterdam: ‘De kans op incidenten wordt verkleind als houders van beheersovereenkomsten in zee gaan met KLB-gecertificeerde en bij de VLBN aangesloten bedrijven. Dan weet u dat u de beste partij in de markt heeft’. Zo hebben wij ons in vijf jaar tijd toch mooi op de kaart gezet als serieuze spelers die tijdelijke woonoplossingen in de markt zetten. Commercieel en maatschappelijk belang gaan daarbij perfect samen. Dat heeft vooral de wet van 2010 na veel gepolder mogelijk gemaakt. Al zijn er helaas nog steeds teveel gemeenten en corporaties die hun leegstandsbeheer uitbesteden aan niet-KLB-gecertificeerde bedrijven. Dat vinden we echt een zorgelijke ontwikkeling.’ ‘Een meer centrale aansturing vanuit het Rijk als het gaat om de eisen die lagere overheden moeten stellen aan leegstandsbeheerders zou zeer wenselijk zijn’, meent Ruhe.

Wat is Ruhe als volstrekte nieuwkomer in de branche en als eerste onafhankelijk voorzitter van de VLBN het meeste opgevallen?
‘Dat het wel een ingewikkelde constructie is als je met partijen aan tafel zit die gezamenlijk iets willen, maar in commercieel opzicht elkaars concurrenten zijn. Dat is lastig.’

Erik Wiegerinck
Dit artikel is gepubliceerd in Vastgoedmarkt van oktober 2015.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels