nieuws

Commissie wil grotere rol vrije huursector

Geen categorie

De geliberaliseerde huursector moet een grotere rol krijgen op de Nederlandse woningmarkt. Dat is een van de conclusies van de parlementaire onderzoekscommissie Huizenprijzen in het gisteren verschenen eindrapport ‘Kosten Koper – een reconstructie van twintig jaar stijgende huizenprijzen’.

Tussen 1995 en 2008, toen de woningprijzen dankzij fiscale stimulering en financiële innovaties met 250 procent stegen, is de vrije huursector uit de markt geprijsd. Dat kwam ook doordat opeenvolgende kabinetten het eigenwoningbezit bijna heilig verklaarden.

Vooral voor kopers moet de vrije huursector een aantrekkelijk alternatief worden, als ventiel voor de koopmarkt, maar ook om beter te kunnen inspelen op de veranderde woonwensen en de flexibiliserende arbeidsmarkt. Met de beperking van de hypotheekrenteaftrek vanaf 2014 en de meer markconforme huren zijn al ‘betekenisvolle stappen’ gezet, aldus de commissie. De overheid moet belemmeringen voor doorstroming tussen gereguleerde huur en vrije-sectorhuur enerzijds en tussen koopsector en vrije huursector anderzijds slechten.

In het rapport reconstrueert de commissie onder leiding van Tweede Kamerlid Kees Verhoeven (D66) hoe er een ‘zeepbel’ op de Nederlandse woningmarkt kon ontstaan. ‘De forse prijsdaling (nu 18 procent) heeft aangetoond dat er sprake was van een zeepbel. Op basis van te optimistische verwachtingen over de waardeontwikkeling zijn de afgelopen drie decennia bovenmatige risico’s genomen bij de hypotheekverstrekking.’

Bij de prijsopdrijving speelde het woningaanbod nauwelijks een rol, stelt de commissie. Daar was vooral de exploderende leencapaciteit verantwoordelijk voor. Die was ontstaan door financiële innovaties (beleggingshypotheek, aflossingsvrije hypotheek) en verruiming van het krediet (meetellen inkomen partner). De woonconsument werd aangemoedigd met de maximale leencapaciteit een zo duur mogelijk huis te kopen. Oog voor risico was er nauwelijks. Projectontwikkelaars, bouwers, gemeenten en hypotheekverstrekkers hebben de opbrengst van de voortdurende prijsstijging onderling verdeeld. Hoewel veel eigenaren van de overwaarde profiteerden, kreeg de gemiddelde woonconsument niet evenredig meer huis voor zijn geld.

Juist tussen 1995 en 2008 ging de vraagtoename gepaard met een afnemende productie van zowel huur- als koopwoningen. De reden was dat schaarste en opbrengst hoofddoelen werden van het Rijk en markpartijen, aldus de commissie. Het Rijk wilde niet alleen het Groene Hart beschermen maar gemeenten ook compensatie bieden voor het afbouwen van rijkssubsidie voor nieuwbouw. De verwevenheid van bouw- en grondmarkt heeft de concurrentie verminderd. NVB-directeur Nico Rietdijk erkende eerder tegenover Vastgoedmarkt dat grote bouwers en ontwikkelaars daartoe midden jaren negentig samen met de milieubeweging een effectieve lobby voerden.

Waarschuwingen van toezichthouders DNB en AFM over de zeepbel en de hoge hypotheekschuld vonden geen gehoor bij achtereenvolgende regeringen. De waarschuwingen kwamen laat, waren niet krachtig genoeg en vielen pas na het uitbreken van de crisis in het najaar van 2008 in vruchtbare bodem, aldus Verhoeven. Hij beveelt de overheid aan meer regie te voeren over de woningmarkt. De commissie bepleit een bovengrens aan de verhouding tussen hypotheek, inkomen en woningwaarde en wil dat de regering de huidige aflossingstermijn van dertig jaar naar veertig jaar brengt.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels