nieuws

In 2014 meer belegd in indirect vastgoed door professionele beleggers

Financieel

Uit door CBS samengestelde gegevens blijkt dat de beleggingen in vastgoed van professionele beleggers in 2014 zijn gestegen van 164,0 naar 195,7 miljard euro. Indirect vastgoed laat in 2014 een stijging zien van 31,7 miljard euro, terwijl direct vastgoed met 1,5 miljard euro daalt.

De totale beleggingen van de professionele beleggers – dit zijn pensioenfondsen, verzekeringsinstellingen en beleggingsfondsen – zijn in 2014 gestegen met 357 miljard euro naar 2.357 miljard euro. In de eerste helft van 2015 volgt een verdere stijging naar 2.390 miljard euro. Deze ontwikkelingen worden voor een belangrijk deel verklaard door de koersontwikkeling van aandelen. In 2014 heeft deze voor 94 miljard euro bijgedragen aan de toegenomen beleggingen. Ook het obligatiebezit heeft in 2014 geprofiteerd van koerswinsten, en wel voor 38 miljard euro.

Een tweede belangrijke oorzaak van de toegenomen beleggingen betreft de toegenomen participaties van professionele beleggers in beleggingsfondsen. Pensioenfondsen hebben vanaf 2009 een toenemend deel van hun beleggingen omgezet in participaties in beleggingsfondsen, later gevolgd door enkele verzekeringsinstellingen. Alle professionele beleggers samen hebben in 2014 87 miljard euro toegevoegd aan participaties in beleggingsfondsen. De totale omvang van deze participaties is daarmee eind 2014 uitgekomen op 662 miljard euro.

De omvang van vastgoed in de beleggingsportefeuille is in 2014 gestegen van 164,0 naar 195,7 miljard euro. Indirect vastgoed, dit zijn participaties in binnen- en buitenlandse vastgoedbeleggingsfondsen, is verantwoordelijk voor deze stijging. Indirect vastgoed neemt in 2014 met 33,2 miljard euro toe. Ongeveer de helft daarvan betreft het toegenomen bezit van pensioenfondsen in binnenlandse vastgoedbeleggingsfondsen. Direct vastgoed als onderdeel van de beleggingen daalt in 2014 van 43,6 naar 42,1 miljard euro. Deze daling van direct vastgoed komt vooral door netto verkopen van 1,3 miljard euro. Negatieve herwaarderingen zorgen voor een daling met 0,2 miljard euro.

De verschuiving binnen de vastgoedbeleggingen van direct naar indirect vastgoed is ook in 2014 zichtbaar. Eind 1980 maakt indirect vastgoed nog een bescheiden 2,9 procent uit van het totale vastgoed. Eind 2014 is dit opgelopen tot 78,5 procent. Pensioenfondsen hebben fors bijgedragen aan deze ontwikkeling. Hun indirect vastgoed als deel van het totale vastgoed is toegenomen van 4,9 procent aan het eind van 1980 naar 91,6 procent aan het eind van 2014.

Een belangrijk deel van het indirect vastgoed betreft buitenlandse vastgoedbeleggingsfondsen. Voor het totaal van de professionele beleggers heeft 47,8 procent van het indirect vastgoed aan het eind van 2014 betrekking op buitenlandse vastgoedbeleggingsfondsen. Dit percentage is vanaf 2009 gedaald doordat enkele pensioenfondsen hun vastgoed hebben ondergebracht in participaties in Nederlandse beleggingsfondsen die ze zelf hebben opgericht. Voor beleggingsfondsen bestaat 93,8 procent van het indirect vastgoed uit buitenlandse vastgoedbeleggingsfondsen.

Het binnenlands directe vastgoed in eigendom van de professionele beleggers bestaat vooral uit woningen en kantoren/winkels. Het overig binnenlands directe vastgoed betreft garages, parkeerterreinen, bungalowparken en grond. Van het buitenlands deel van het direct vastgoed is geen verdeling naar soorten bekend.

Voor de beleggingsfondsen is de verdeling vanaf 2008 sterk beïnvloed door een aanzienlijke uitbreiding van de waargenomen populatie, waaronder ook vastgoedfondsen (zie tabel 6). Verder is vanaf dan buitenlands direct vastgoed op grond van de toegepaste nieuwe richtlijnen voor macro-economische statistieken hoofdzakelijk geboekt als deelnemingen in, of leningen aan, buitenlandse bedrijven.

De vastgoedbeleggingen als percentage van de totale beleggingen laat voor professionele beleggers een lichte stijging zien in 2014 van 8,2 naar 8,3 procent. Het belang van aandelen exclusief indirect vastgoed is in 2014 gedaald van 50,4 procent naar 49,4 procent van de totale beleggingen. Ook het belang van schuldbewijzen zoals obligaties is gedaald en wel van 31,5 procent naar 30,9 procent; dat van financiële derivaten is gestegen van 1,5 naar 3,3 procent.

De beleggingen van de Nederlandse professionele beleggers in het buitenland zijn in 2014 gestegen van 1033,4 naar 1230,0 miljard euro. Als gekeken wordt naar de samenstelling van de beleggingen in het buitenland, dan valt op dat aandelen en obligaties beeldbepalend zijn. Samen vormen zij 91 procent van de buitenlandse beleggingen. Op gepaste afstand vormt vastgoed, het betreft hier vooral indirect vastgoed, de derde grootste post in de buitenlandse beleggingen. Het aandeel daarvan in de totale buitenlandse beleggingen bedraagt 6 procent.

 

Over de auteur 

Drs. John.L. Gebraad is als statistisch onderzoeker werkzaam bij het CBS, sector Nationale rekeningen.

Dit artikel is gepubliceerd in Vastgoedmarkt van oktober 2015 

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels